Vredesmissie VN zwaar gehavend door beving

Vredesmissie VN telt nog bijna 200 vermisten...

Amsterdam Door de aardbeving in Haïti zijn zeker 36 VN-medewerkers omgekomen. Bijna tweehonderd VN’ers worden nog vermist. Gevreesd wordt dat zij allen onder het puin van het ingestorte VN-hoofdkwartier in Port-au-Prince liggen. Dat maakten de Verenigde Naties donderdag bekend.

Bij de reddingswerken bij het hoofdkantoor van de VN-missie, die donderdag op gang kwamen, werden de lijken van 36 medewerkers gevonden, onder wie 19 veelal Braziliaanse blauwhelmen, vier internationale politieagenten en dertien burgers.

Acht VN-medewerkers werden levend opgegraven, maar zeven van hen zijn er zeer slecht aan toe. Een Estlandse bewaker kwam ongedeerd onder het puin vandaan. ‘Een klein mirakel’, zei VN-chef Ban Ki-moon. De VN-missie Minustah had zijn hoofdkantoor in het vijf verdiepingen tellende Christopher Hotel in Port-au-Prince, dat dinsdag voor de helft instortte.

De Haïtiaanse president René Preval verklaarde woensdag dat het hoofd van de missie, de Tunesische diplomaat Hedi Annabi, zich ook onder de doden bevindt. Hij ontving een Chinese delegatie op het moment dat de aardbeving plaatshad. De VN konden dat donderdag nog niet bevestigen. Annabi (1944), die eerder in Cambodja diende, werkte sinds 2007 in Haïti.

Minustah is met een budget van 600 miljoen dollar voor het lopende jaar een van de grootste missies van de VN. Ze bestaat uit zevenduizend militairen en tweeduizend politieagenten, afkomstig uit 41 landen. Vooral Brazilië, Uruguay, Sri Lanka, Nepal en Argentinië hebben soldaten geleverd. Daarnaast werken nog 1.700 overwegend Haïtiaanse burgers voor de missie.

Al sinds 1993 bemoeien de VN zich met Haïti, toen de eerste missie Unmih (1993-’96) blauwhelmen stationeerde in het instabiele, verpauperde land. Daarna volgde Unsmih (1996-’97), Untmih (1997) en Miponuh (1997-2000).

In 2004 kwamen de blauwhelmen terug, nadat gewapende aanhangers van de oppositie een deel van het land innamen en dreigden op te rukken naar de hoofdstad Port-au-Prince. Na druk van de VS en Frankrijk stemde toenmalig president Jean-Bertrand Aristide – die weliswaar democratisch was gekozen, maar onder wie de armoede en chaos in het land slechts waren toegenomen – in met verbanning. De VN-Veiligheidsraad riep daarop Minustah in het leven (Mission des Nations Unies pour la stabilisation en Haiti), die het land moest bijstaan bij de overgang naar de democratie en bij de oprichting van een betrouwbaar politiekorps.

In de praktijk fungeren de blauwhelmen vooral als politieagenten en ordetroepen. Nu in de verwoeste stad plunderaars toeslaan, is aan hun aanwezigheid meer behoefte dan ooit.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.