Vredesmacht maakt zich op voor vertrek uit land zonder oorlog en zonder vrede 'De Verenigde Naties hebben nu genoeg tijd besteed aan Angola

De VN-vredesmacht in Angola is aan het opbreken. Eind deze maand zullen de laatste vredeshandhavers hun koffers pakken. Hun taak is dan volbracht....

Van onze verslaggever

Rob Vreeken

LUANDA

De zotheid van de politieke toestand in Angola vindt haar beste illustratie in de positie van Jonas Savimbi, leider van de (voormalige) verzetsbeweging Unita.

In april 1997, drie jaar nadat in Lusaka een vredesakkoord was gesloten, besloot Savimbi eindelijk deel te nemen in de Angolese regering. Sindsdien heeft Unita vier ministers en zeventien onderministers in het kabinet, en hebben de zeventig Unita-parlementariërs hun zetel ingenomen.

Tegelijkertijd is Savimbi officieel leider van de oppositie. Dat werd in hetzelfde aprilberaad zo afgesproken.

De ex-rebellenleider bleef echter koppig zitten in zijn militaire bolwerk Bailundo, waar hij wordt omringd door een goed bewapende 'presidentiële garde', en waar zijn radiozender krijgshaftige taal blijft uitslaan, gericht tegen het 'totalitaire' regime van president Eduardo dos Santos.

Unita in de regering én in de oppositie - het is 'een paradox', geeft David Wimhurst, VN-woordvoerder in Luanda, schouderophalend toe. 'Maar we zitten hier nu eenmaal niet in een normale situatie.'

De obstructie door Unita van het vredesproces nam afgelopen najaar zulke ernstige vormen aan, dat de Veiligheidsraad van de VN zich genoodzaakt voelde sancties af te kondigen tegen Savimbi's beweging. De vertegenwoordigingen in het buitenland moesten worden gesloten, Unita-functionarissen kregen een reisverbod opgelegd.

Unita vertraagt het ontwapenen van haar manschappen, zo luidt de klacht. Unita frustreert het overdragen van gebied aan het staatsgezag. Unita gaat door met het leggen van mijnen. Unita maakt geen aanstalten serieus mee te regeren, en behandelt haar bloedeigen ministers als halve renegaten.

Het draagt allemaal bij tot het beeld van Unita als spelbreker, en als grootste gevaar voor de vrede na het vertrek van de VN. Neemt Unita na 30 januari weer de wapens op, net zoals in 1992, toen de verkiezingsuitslag gunstig uitviel voor de MPLA?

'Ik geloof er niets van', zegt Wimhurst. 'Het zou voor Unita zelfmoord betekenen. Waarom zou iemand zelfmoord willen plegen? Ze zouden internationaal worden behandeld als een stelletje misdadigers. Wat niet wegneemt dat zich conflicten kunnen voordoen. Er is in Angola geen oorlog, maar ook geen vrede. Zolang Unita wapens en troepen heeft, kunnen zich botsingen voordoen.'

Unita is nooit zo geïsoleerd geweest als nu. Jarenlang werden Jonas Savimbi en zijn partij door het Westen behandeld als een bastion tegen het communisme. Van het blanke regime in Zuid-Afrika kreeg Unita omvangrijke militaire steun. Daarna kon ze nog rekenen op sympathie van omringende landen.

Maar sinds de val dit voorjaar van Mobutu in Zaïre en van de regering in Congo-Brazzaville (in beide landen hielp het Angolese leger met het verdrijven van de oude machthebbers), heeft Savimbi geen enkele bondgenoot van belang meer.

Dit feit geeft overigens voedsel aan een andere theorie: dat de MPLA na het vertrek van Monua (zoals de huidige VN-missie heet) een offensief zal beginnen om eens en voor altijd met Unita af te rekenen.

Dat er in regeringskring mensen met zulke plannen rondlopen, wordt onder waarnemers in Luanda algemeen aangenomen, maar de haviken lijken niet de overhand te hebben. 'In de jaren tachtig dachten beide zijden dat ze elkaar konden vernietigen', zegt Christian Voumard, vertegenwoordiger van Unicef in Angola. 'Nu overheerst het besef dat dat onmogelijk is.'

Voumard is optimistisch. Hij wijst erop dat Unita, zelfs op de moeilijkste momenten, nooit openlijk afstand heeft genomen van het Lusaka-protocol, het vredesakkoord uit 1994. 'Ik heb nooit geloofd dat het in zes maanden zou kunnen gebeuren', zegt hij over het nakomen van de verplichtingen.

'Bovendien is de Amerikaanse inbreng in het vredesproces geweldig groot. Dát is de nieuwe dimensie. Voorheen droeg de internationale context juist bij aan het conflict.'

De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Madeleine Albright bezocht Angola medio december. Jonas Savimbi ging niet in op Albrights uitnodiging tot een gesprek, waarop de minister hem waarschuwde voor verdere 'marginalisering', als Unita blijft weigeren mee te werken.

De MPLA-regering kwam daar overheen met de aanmaning aan Unita dat op 20 januari de laatste troepen moeten zijn gedemobiliseerd, en dat de leiders dan moeten zijn verhuisd van Bailundo naar de hoofdstad Luanda.

Zo niet, dan - ja, wat dan? Deze cruciale vraag, die met het naderende vertrek van Monua steeds dringender wordt, werd in de verklaring niet beantwoord.

'Het probleem met Unita', zegt Dvaid Wimhurst, 'is dat ze in wezen een militaire organisatie is. Ze heeft nog steeds de omslag niet kunnen maken. De leiders moeten hun wapens neerleggen en gewone politici worden. Dat vinden ze heel moeilijk. Als je dertig jaar hebt gerookt, is het ook moeilijk te stoppen.'

In de woorden van Wimhurst valt toch ook een zeker defaitisme te bespeuren: de Verenigde Naties hebben alles gedaan wat ze konden, en nóg ligt Unita regelmatig dwars. Wanneer hij beweert dat Monua deze maand Angola kan verlaten, is dat niet omdat vrede is gegarandeerd, maar omdat er voor de VN-troepen niets meer te doen valt. Het mandaat is uitgeput.

'Je moet goed bedenken dat we nooit een macht zijn geweest die vrede moest opleggen aan Angola', zegt de VN-woordvoerder. 'in de zin van hoofdstuk VII van het VN-handvest. Monua doet aan peace keeping, het helpen handhaven van een vrede die door de strijdende partijen onderling is overeengekomen. Onze belangrijkste taak was het bemannen van de kampen waar Unita-soldaten zich kunnen ontwapenen. Dat proces is nu zo goed als afgerond.'

Dat wil zeggen: Unita heeft getalsmatig aan de eisen van het Lusaka-akkoord voldaan. Maar dat gebeurde deels met trucs. Jongetjes en oude mannen die nooit soldaat waren geweest werden naar de kampen gestuurd om zogenaamd te worden gedemobiliseerd.

Nog altijd beschikt Savimbi over een troepenmacht van naar schatting zeker tienduizend man, waarmee de beweging ruim de helft van het platteland controleert. Vooral de diamantrijke provincies in het noordoosten, die Unita jaarlijks 500 miljoen dollar opleveren, geeft hij niet graag op.

Wimhurst: 'De VN hebben ontzettend veel tijd en geld besteed aan Angola. In de begintijd een miljoen dollar per dag, nu een half miljoen. De internationale gemeenschap vraagt zich terecht af hoe lang dat nog kan doorgaan. Genoeg is genoeg.

'Als Unita blijft weigeren mee te werken, dan heeft het voor de VN geen zin hier te blijven. Het is hún vredesakkoord. We maken het karwei af voor zover we daartoe in staat zijn, maar dan is het voorbij. We zullen hier niet jaren en jaren blijven. Angola wordt geen Afrikaans Cyprus.'

CHRONOLOGIE 1956-1975: verzet tegen Portugees kolonialisme.

1975: Communistische MPLA aan de macht. Unita en FNLA rukken, met steun van leger Zuid-Afrika, op tot vlakbij Luanda. Castro schiet MPLA te hulp.

1976: MPLA herovert grootste deel van het land, met hulp van Cubaanse troepen.

1976-1991: Unita blijft, met Zuid-Afrikaanse steun, verzet bieden in grote delen van het land.

1988: Eerste vredesonderhandelingen. VN sturen waarnemersmissie.

1991: MPLA neemt afstand van de socialistische eenpartijstaat. Unita en regering sluiten akkoord. Cuba trekt laatste troepen terug.

1992: Unita verliest parlementsverkiezingen. Savimbi beschuldigt de regering van fraude. Gevechten breken uit. Burgeroorlog hervat.

1993: VS laten Unita vallen en erkennen MPLA-regering.

1994: Regering en Unita sluiten in Lusaka nieuw akkoord.

1995-1996: Voortslepende discussies over uitvoering van het Lusaka-akkoord, en voortdurende schendingen van het bestand.

september 1996: VN beginnen met demobilisatie Unita-troepen.

april 1997: Unita treedt toe tot regering. Savimbi wordt formeel 'leider van de oppositie'.

oktober 1997: Veiligheidsraad kondigt sancties af tegen Unita en verlengt mandaat VN-macht tot 30 januari 1998.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden