Vrede met Armenië wekt ook woede

Na decennia van vijandigheid lijken Turkije en Armenië eindelijk vrede met elkaar te sluiten: vandaag tekenen zij in het Zwitserse Zürich een protocol, waarin ze overeenkomen dat Ankara de grens met Armenië weer opent, en Jerevan instemt met een internationale commissie die de massaslachting van Armeniërs in 1915 gaat onderzoeken.

De parlementen van beide landen moeten de nieuwe afspraken nog wel goedkeuren en het liefst vóór aanstaande woensdag. Dan wordt er in Turkije een WK-kwalificatiewedstrijd tussen Turkije en Armenië gespeeld waarbij de Armeense president Serzj Sarkissian aanwezig moet kunnen zijn, ook omdat zijn Turkse collega Abdullah Gül, als gebaar van goede wil, in september bij de eerste wedstrijd in Armenië was.

Die goedkeuring zou geen probleem moeten zijn omdat iedereen alleen maar lijkt te winnen bij vrede. Een open grens opent commerciële mogelijkheden voor het straatarme, door land ingesloten Armenië, en kan een economische impuls geven aan het arme noordoosten van Turkije.

Woedend
Maar de Turkse haviken zijn woedend omdat hun broeders in Azerbeidzjan nu ‘in de steek worden gelaten’. Turkije deed de grens in 1993 op slot uit solidariteit met Azerbeidzjan, dat toen een korte maar hevige oorlog met Armenië om de enclave Nagorno-Karabach had verloren. Ankara zwoer dat de grens pas weer open zou gaan als het conflict naar tevredenheid van de Azeri’s zou zijn opgelost. Die eis is nu dus losgelaten.

Ook in Armenië wordt vuur gespuwd. Het grote pijnpunt hier is dat een onafhankelijke commissie de archieven gaat bestuderen en daarna een rapport uitbrengt over de vraag of de Turken in 1915 echt genocide hebben gepleegd op de Armeense minderheid in het toenmalige Ottomaanse Rijk. Volgens de Armeniërs zijn hierbij 1,5 miljoen burgers vermoord, volgens Turkije gaat het om veel minder slachtoffers, van wie velen ook nog overleden door honger of ziekte.

Belediging
De Armeense haviken zien de genocide als een vaststaand feit en beschouwen de commissie als een belediging voor de slachtoffers.

Het is met name de machtige Armeense diaspora (die met 5,2 miljoen etnische Armeniërs groter is dan burgerbevolking van 3,2 miljoen in het thuisland) die de vrede beschouwt als capitulatie voor een oude, gehate vijand. ‘De genocide is het enige dat voor hen nog telt’, zei Richard Giragosian, directeur van het Armeense Centrum voor Nationale en Internationale Studies in Jerevan tegen de Washington Post. ‘Zij hebben zelf een prima leven opgebouwd in het buitenland en zien niet in hoe noodzakelijk normale relaties met ons buurland voor ons zijn.’

Maar ook in Jerevan zelf wordt al weken gedemonstreerd: tientallen mensen zijn er in hongerstaking gegaan. Voor het Armeense ministerie van Buitenlandse Zaken weerklinken constant patriottische liederen over historische veldslagen tegen de Turken. ‘Waarom zouden we vrede sluiten’, vraagt een 50-jarige man zich af in een interview met Radio Free Europe. ‘Ik hoef geen vrede met de criminelen die mijn voorouders hebben vermoord.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden