Vrede gaat boven recht in Sierra Leone

Hij mag graag roken, maar iemand anders moet voor hem opsteken. Ismail Darami houdt de brandende sigaret tussen zijn lippen....

'Vreemd toch', zegt Darami, 'voor de regering ging bijna alle aandacht uit naar de voormalige strijders, naar de mannen en de jongens die ooit de wapens hadden. Nu ze die hebben ingeleverd, is het verhaal voorbij. Naar de slachtoffers wil niemand meer luisteren. Ik had geen wapen, ik heb geen oorlog gevoerd. Maar mijn handen krijg ik nooit meer terug.'

'Di war is don don', zoals het heet in het Krio, de taal van Sierra Leone: de oorlog is voorbij. Rebellen, zoals die bij het RUF, dat vanuit het diamantrijke oosten jarenlang strijd leverde, heten nu opeens politici. Volgende week dinsdag worden in het West-Afrikaanse land verkiezingen voor president en parlement gehouden. En hoe het verder moet, weet niemand.

Dat president Tejan Kabbah en zijn SLPP zullen winnen, is iets waarvan voor- en tegenstanders uitgaan. Dat de voorbereidingen van de verkiezingen slordig zijn verlopen, zodat bijvoorbeeld honderdduizenden zich niet als kiezer hebben kunnen laten registreren, vinden de meesten de moeite van het bespreken niet waard. Voorwaarts, en liefst vergeten, luidt het devies.

Slechts rasoptimisten menen dat hiermee een einde zal komen aan de cultuur van straffeloosheid, die ook Afrikaanse landen als Rwanda zo kenmerkt. In 2003 moet een speciaal Tribunaal starten, dat celstraffen kan uitdelen. En voor dit jaar zijn zittingen van de Waarheid en Verzoening Commissie gepland.

De regering zelf houdt zich er het liefst zo ver mogelijk vandaan. 'Zij is bang dat dan de sluizen opengaan', meent Isata Scott van de Sierraleoonse organisatie Good Governance, 'dat dan duidelijk zal worden hoezeer aan beide kanten van het strijdtoneel de partijen zich hebben misdragen.'

Het Revolutionair Verenigd Front (RUF), dat tegenwoordig ook de P van Partij in zijn naam draagt, beging als rebellenclub de meeste gruwelijke wandaden. Niet waar, zegt Eldred Collins, woordvoerder en parlementskandidaat. 'Er is geen oorlog zonder verwoesting', zegt hij lachend, 'maar wij hebben geen enkele misdaad begaan. Laat die waarheid maar aan het licht komen.'

Het recept voor de toekomst is volgens Collins zeer eenvoudig. 'Zeg dat het je spijt, geef elkaar een hand en ga samen verder met de ontwikkeling van het land.' Op de poster van RUFP-presidentskandidaat Pallo Bangura staan niet voor niets de termen 'pacifist en realist'. De oorlog, meent Collins, was onvermijdelijk en zelfs 'de wil van God', die verder het beste met het land voorheeft. Niet meer zeuren dus.

De vroegere voorman van het RUF, Foday Sankoh, zit al twee jaar in de gevangenis. Uit alles blijkt dat hij voor de meeste aanhangers nog steeds de echte leider is, 'de vader van de natie', zoals iemand in het RUF-kantoor hem zelfs noemt. Voor heel veel anderen was hij vooral een gevaarlijke gek. Inmiddels, zo menen kenners, is Sankoh in zijn eenzame cel nog verder de waanzin in gedreven.

De broze vrede in Sierra Leone wordt bewaard door Unamsil, 's werelds grootste en duurste vredesmacht van de Verenigde Naties. Als het aan met name de Britten en Amerikanen ligt, komt hieraan na de verkiezingen snel een einde. Internationale hulporganisaties proberen de economische ontwikkeling van het land te trekken. Dat zal mogelijk sneller gaan dan de verwerking van de trauma's.

'Vergelijk het met de nazi's', zegt Zainab Bangura, 'het duurt zeker een eeuw voordat de wonden zijn geheeld.' Bangura (geen familie) is de presidentskandidate van de Movement for Progress (MOP) en een van de weinige politici die zowel de regering ernstig bekritiseren als zelf schone handen hebben. Maar ook zij wordt niet de nieuwe leider van Sierra Leone. Over vijf jaar wil zij het weer proberen.

'Ons land heeft heel vaak gerechtigheid ingewisseld voor vrede', schrijf de MOP in het partijprogramma. Precies dat dreigt opnieuw te gebeuren, ondanks het Tribunaal, ondanks de Waarheidscommissie, ondanks de beste bedoelingen van enkele volhardende dapperen.

De Sierraleoonse vrouwenorganisatie FAWE is een van de weinige die iets aan traumacounseling proberen te doen, in hun geval voor vrouwen en meisjes die door rebellen als seksslaven zijn gehouden, zijn verkracht en op vele andere manieren misbruikt. Voor hen dus die de gruwelen ondanks alles overleefden, vertelt Evelyn Williams: 'De meisjes die zich durfden te verzetten, die zeiden ''over mijn lijk'', die zijn nu precies dat: een lijk.'

Williams wordt er zelf weer stil van. 'Mogen hun zielen rusten in vrede', zucht zij. 'Elke keer als ik er aan denk, word ik erg verdrietig. Het is makkelijk om te vergeven. Maar het is moeilijk om te vergeten. We zullen ermee moeten leven tot we allemáál dood zijn.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden