Vraaggesprek!

Vanavond is in Amsterdam Het Grote Interviewgala. Vier van Nederlands beste interviewers praten over de do's en don'ts van hun metier. 'We zijn minder spraakmakend dan de interviewers van de generatie voor ons.'

Ze komen stipt op tijd, of ietsje te vroeg. Ze zien er onberispelijk uit, de handdrukken zijn stevig en de oogopslagen aandachtig. Zo begint een interview met vier interviewers. Het eerste onderlinge contact is wat onwennig. Handen schudden of zoenen? Ze hebben elkaar weleens ontmoet, maar nooit in deze situatie. Twee van de vier zijn schrijvers, Carolina Lo Galbo (Vrij Nederland), en Antoinnette Scheulderman (freelancer voor Linda, Voetbal International en Volkskrant Magazine), Sven Kockelmann is televisieman bij de KRO en Coen Verbraak maakt zowel televisie - de serie Kijken in de Ziel- als geschreven interviews voor NRC Handelsblad en Vrij Nederland.


Interviewers die geïnterviewd worden, zijn bewust (Coen Verbraak: 'hoeveel woorden wordt het stuk?') en zelfbewust (wederom Verbraak: 'ik maak even een omweggetje in dit antwoord'). Ze kennen immers als geen ander de waarde van woorden.


En toch stemden vier vooraanstaande interviewers in met een gesprek over het interview. Vanavond vindt in de Amsterdamse Stadsschouwburg Het Grote Interviewgala plaats. Het is kenmerkend voor het aanzien en de allure van het vraaggesprek, zou je kunnen stellen. Geen ander journalistiek genre is immers zo glamoureus dat het kan bogen op een eigen gala.


Maar daar denken de vier aanwezigen anders over. Ze vinden dat hun metier wordt onderschat, dat interviewen in de communis opinio geldt als een gemakkelijk genre, een kwestie van 'gewoon wat vragen stellen'. Ook sommige collega-journalisten zien dat zo, zeggen ze. Dat zijn prutsers, slechte voorbereiders met een verfoeilijke negen-tot-vijfmentaliteit. Op deze maandagavond aan het IJ geen prutsers, maar vier gedreven vragenstellers, levend voor hun vak, zeven dagen per week. Verbraak, Scheulderman en Lo Galbo wonnen allemaal al eens De Luis, de prijs voor het beste Nederlandse interview. De scherpte van Kockelmann wordt zowel geroemd als gevreesd. Het zijn, kortom, interviewers met een kwaliteitskeurmerk.


Het is ervaring, zeggen ze. Voor Verbraak en Kockelmann betekent dat vooral: levenservaring. Kockelmann: 'Ik was 24 toen ik minister-president Kok interviewde voor Brandpunt. We waren angry young men: alles was schandalig, de macht moest worden aangepakt. Naarmate je ouder wordt, begrijp je dat de wereld weerbarstiger is. Het gaat niet alleen om principes, maar ook om iemands politieke afwegingen en carrière. Je moet confronterend blijven, maar met meer begrip van de situatie kun je de vinger sneller op de zere plek krijgen.'


Scheulderman en Lo Galbo benadrukken dat vooral het vele interviewen hen betere interviewers heeft gemaakt. 'Ik durf nu meer', zegt Scheulderman. 'In het begin durfde ik geen stilte te laten vallen, terwijl ik nu weet dat mensen daarvan gaan praten. Ik heb ook meer rust; ga soms even naar de wc om na te denken.'


Verbraak: 'Neem je het vragenlijstje dan mee? Dat lijkt me ongemakkelijk. Het is toch een motie van wantrouwen als je het niet laat liggen.'


Scheulderman: 'Ik doe het heel subtiel: speel eerst een beetje met het briefje en steek het in mijn achterzak. Vijf minuten later zeg ik: excuseer me.'


Lo Galbo: 'Ik ga nooit naar de wc, al zit ik soms vier uur in een interview. Dan lijd ik maar.'


Scheulderman: 'Je moet toch wel een keer plassen? Bovendien is het makkelijk als het gesprek een kant opgaat die niet relevant is. Dan kom je terug van de wc en kun je zeggen: nu wil ik het hierover hebben.'


Of het gaat om schijnbare futiliteiten als wel of geen WC-bezoek of het altijd heikele vraagstuk of dingen on the record of off the record zijn gezegd, er bestaat geen boekje met interviewetiquette. Niets is dus per definitie goed of fout. Aan de hand van een aantal aannames testen wij de aanpak van deze vier interviewers.


1 Je kiest mensen met een interessant levensverhaal.

Verbraak: 'Je moet in ieder geval een fascinatie voor iemand hebben. Dat kan ook een fascinatie in negatieve zin zijn.'


Scheulderman: 'Ik kan erg geboeid zijn door iemand die ik een enorme eikel vind. Peter Jan Rens, bijvoorbeeld. Dat vind ik echt een verschrikkelijke man, ook tijdens het interview.'


Kockelmann: 'Bij mij ligt dat anders: in mijn uitzendingen komen vaak mensen die in het nieuws zijn. Bij Oog in oog is er nog een ander criterium: iemand moet tegengas kunnen geven, het moet een interessant gesprek opleveren. Als iemand het niet aankan, hebben we als redactie een verkeerde keuze gemaakt.'


Scheulderman: 'Ik denk niet dat iedereen bij jou durft te komen.'


Kockelmann: 'Ik hoor weleens dat ze het een te groot risico vinden. Toch: de meeste mensen vinden het leuk. Er is nog nooit iemand boos naar huis gegaan, met uitzondering van Peter R. de Vries.'


Lo Galbo: 'Mensen die je bij voorbaat niet intrigeren, blijken vaak toch een verhaal te hebben. Zelfs de meest saaie personen hebben dat. Ik kies interviewkandidaten ook op basis van hun werk. Als ze een interessant boek hebben geschreven, bijvoorbeeld. Dat kan ook een slecht boek zijn.'


Verbraak: 'Zeg je dan dat je het een slecht boek vindt?'


Lo Galbo: 'Ik geef nooit een oordeel over het werk tijdens het interview. Dan begeef je je op het pad van de recensent; daarvoor heb ik te weinig kennis van literatuur.'


Verbraak: 'Ik zeg wel of ik het een goed of slecht boek vind. Dat is belangrijk als ik erop door wil vragen. Als het lastig is eerlijk te zijn, heb ik van die klassieke zinnetjes, zoals: je hebt een opmerkelijk boek geschreven.'


1Je leest alles wat er te vinden is over de geïnterviewde.

Scheulderman: 'Ik ga de hele knipselmap door. Ik vind het belangrijk te weten wat iemand al honderd keer heeft verteld.'


Verbraak: 'Je wilt thuiskomen met iets wat niet in die map zit; dat is je eergevoel. Het voelt tweederangs als je iets opschrijft wat al vaak opgeschreven is.'


Scheulderman: 'Eigenlijk is het een valkuil: wij lezen zo'n knipselmap, volgen elkaar als interviewers en vergeten dat lezers het niet allemaal hebben gelezen. Maar toch: er is niets ergers dan opbakken wat iemand anders al heeft gedaan.'


Lo Galbo: 'Los van dat eergevoel wil ik in mijn interviews de vragen beantwoorden die in andere interviews open zijn gebleven. Dat had ik bij Arnon Grunberg. Hij is al duizend keer geïnterviewd, maar ik had nog zo veel vragen na het lezen van alle stukken. Dat zullen anderen na het lezen van mijn interviews ook hebben.'


3 De voorwaarden zijn vooraf kristalhelder.

Lo Galbo: 'Als mensen vooraf willen weten waarover ik wil spreken, zeg ik: leven en werk. Meer kan ik er ook niet over zeggen; tijdens het gesprek verken ik pas wat écht interessant is.'


Scheulderman: 'Ik interview veel BN'ers. Hun managers zeggen vaak dat ze niet over bepaalde zaken willen spreken, maar dan blijken ze daar zelf niets van te weten.'


Kockelmann: 'Ik heb meegemaakt dat een minister aan zijn voorlichter vroeg of hij kon antwoorden op een vraag. De slechte voorlichters proberen alles dicht te timmeren. Dat is funest.'


Verbraak: 'Als er een voorlichter bij is, moet je zo gaan zitten dat je kunt zien hoe hij reageert. Dat zegt veel. Als hij wat zegt, moet je hem overigens totaal negeren.'


Scheulderman: 'Ik doe in principe geen interviews met voorlichters erbij, maar soms moet het, omdat je iemand graag wilt interviewen. Ik kwam aan bij John de Mol en zijn voorlichter deed open. 'Je zit er toch niet bij, hè?', zei ik tegen hem. Wel dus: John doet alleen interviews met hem erbij. Het maken van contact is dan toch moeilijker. Er zit daar iemand zogenaamd niet mee te luisteren.'


Lo Galbo: 'Het is funest voor de sfeer als er een derde bij zit. Je moet chemie ontwikkelen met zijn tweeën.'


4Het is moeilijk aardige mensen te interviewen.

Verbraak: 'Job Cohen vind ik een van de moeilijkste mensen om te interviewen, omdat hij zo aardig is. Ik zeg liever tegen een onaardig iemand dat hij niet goed is in wat hij doet dan tegen een aardig iemand.'


Lo Galbo: 'Je hoeft het toch niet heel hard te zeggen? Je vraagt dan: 'Nu we het over dit alles hebben gehad, zit u eigenlijk niet verkeerd?' Dan moet je dat ook zo opschrijven.'


Scheulderman: 'Dat klopt. Als je een vraag scherp en confronterend wilt opschrijven, moet je de vraag ook zo stellen. Daar ben ik heel rigide in. Ik hoor te vaak dat collega's achteraf een vraag veel stoerder formuleren. Of die ene nare vraag die ze pas aan het eind durven te stellen als alles binnen is, aan het begin zetten. Bij Rutger Castricum dacht ik: die hakt er altijd zo vol in, dat doe ik bij hem ook. Hij wilde na drie vragen weglopen. Toen was het interview voor mij al geslaagd. Hij doet het zelf ook altijd, maar als het hem overkomt, loopt hij weg.'


5 Je neemt mensen niet tegen zichzelf in bescherming.

Verbraak: 'Dat ligt eraan hoe vaak ze geïnterviewd zijn.'


Lo Galbo: 'Politici hoef je niet te sparen, hoor, die zijn zo door de wol geverfd.'


Kockelmann: 'Ook bij politici hangt het ervan af. Als ze al op de grond liggen, ga ik niet op ze staan dansen. Maar als een politicus verantwoording moet afleggen voor een fout of leugen, dan voel ik me verplicht om door te vragen, hoe vervelend het ook is.'


Verbraak: 'Er zijn ook situaties waarin iemand iets vertelt en totaal niet inziet wat de gevolgen daarvan zullen zijn. De gevolgen en het belang van de publicatie moeten wel tot elkaar in verhouding staan.


Lo Galbo: 'Maar dat corrigeer je toch niet ter plekke? Ik zou iemand juist alles laten vertellen en sommige dingen bij het uitwerken weglaten.'


Scheulderman: 'Dit heeft ook met menselijkheid te maken. Een bekende acteur heeft mij weleens iets zeer persoonlijks verteld waar hij achteraf spijt van had. Toen dacht ik: ja, wat wil ik? Scoren over zijn rug?'


Dan is er drank, waar dit tot nu toe een gesprek was op cola, mineraalwater en twee planken borrelhappen. Buiten is de schemering overgegaan in donker. Parkeermeters moeten worden bijgevuld. En na een bliksgewijze afstemming en het instemmend herhalen van het woord 'alcohol' brengt de barvrouw glazen bier en wijn.


Verbraak: 'proost, jongens, op mooie dingen maken!'


6 De grens van wat menselijk is, daar bestaan geen vaste regels voor.

Lo Galbo: 'Uiteindelijk vind ik het wel belangrijk dat ik er met de geïnterviewde uitkom. Ik heb nog nooit een interview gepubliceerd dat iemand tegen wilde houden.'


Scheulderman: 'Iets waarvan ik zeker weet dat erover onderhandeld zal worden, zet ik soms iets scherper aan. Dan zwak ik het later af en heb ik nog wat ik wil. Misschien had ik dit beter niet kunnen vertellen.'


Verbraak: 'Laatst interviewde ik een man, waarbij tijdens het gesprek bleek dat zijn kind door Robert M. is misbruikt. Relevant voor het verhaal, maar ik heb het niet gebruikt omdat diegene zei: mijn kind herinnert zich dit niet. Ik ben een misdadiger als ik dit opschrijf, dacht ik toen.'


Lo Galbo: 'Zo zijn er veel geheimen die wij wel kennen, maar niet opschrijven, toch? Dus eigenlijk nemen we ze wel tegen zichzelf in bescherming.'


Scheulderman: 'Ik kan een boek volschrijven met dingen die ik weet.'


7 Als interviewer flirt je een beetje met de geïnterviewde.

Verbraak: 'Iemand voor je winnen, daar begint het wel mee.'


Scheulderman: 'Ik weet het niet, hoor. Charmant betekent vooral: oprecht geïnteresseerd in iemand zijn. Interesse werkt beter dan een diep decolleté en een wijntje.'


Kockelmann: 'Ischa Meijer kreeg ooit de vraag hoe het nou kwam dat mensen zo openhartig tegen hem waren. Hij zei: ik pak een wijntje, ga tegenover ze zitten en zeg: 'moeilijkheden?'


Scheulderman: 'Als Ischa bij mensen thuis kwam, was zijn truc, hoorde ik iemand ooit vertellen: hij miste de laatste trein, stuurde erop aan dat hij kon blijven slapen. Dan ging de bandrecorder uit en dat was het gesprek dat hij uiteindelijk opschreef.'


8 Jullie durven alles te vragen.

Allen, achter elkaar - zeer beslist - 'Ja.'


Scheulderman: 'Ik heb Freek de Jonge naar zijn seksleven gevraagd, omdat hij daar zelf een beetje mee koketteerde. Toen zei ik: kom maar op dan.'


Kockelmann: 'Stel, ik zou weten dat een politicus vreemdging en ik zou ook weten dat zijn privéleven stuk zou zijn als ik het vreemdgaan aan zou snijden in een interview, dan moet ik mijzelf van tevoren de vraag stellen hoe relevant die informatie is voor het politieke functioneren van die man of vrouw. Op het moment dat een CDA-minister die voortdurend roept dat huwelijkse trouw het hoogste goed is een affaire heeft, vind ik het relevant zoiets te vertellen.'


Scheulderman: 'Ik vind dat moeilijk hoor, vreemdgaan. Want je denkt toch: die mensen hebben een man of vrouw thuis, kinderen. Wie ben ik om daar een bom bovenop te gooien?'


Lo Galbo: 'Ik wil niet iemand de maat nemen, maar wel inconsistenties in gedrag laten zien.'


9 Jullie vertellen geen dingen over jezelf tijdens een interview.

Scheulderman: 'Nee. Als mensen ernaar vragen, vind ik het stom geen antwoord te geven. Maar dat vind ik wel gênant.'


Verbraak: 'Dat was ook het goede aan Bibeb (ooit de grote vrouw van het portretterende interview in Vrij Nederland, red.), die was een raadsel voor mensen.'


Lo Galbo: 'Maar haar tactiek was juist dat ze heel veel over zichzelf lulde, heb ik gehoord. Ze praatte zoveel dat de geïnterviewde dacht: hee, ik wil ook iets zeggen. Dat bouwt de spanning op.'


Scheulderman: 'Dat vind ik maar niks hoor.'


Verbraak: 'Het is een variant op mensen dronken voeren. Wij zijn wel allemaal keurig geworden. Keuriger dan de collega's van een generatie eerder.'


Kockelmann: 'Minder spraakmakend ook.'


Hoe komt dat?

Lo Galbo: 'Omdat de emotie regeert en iedereen platgeïnterviewd wordt.'


Scheulderman: 'Overal op het internet kun je uit hun verband gerukte quotes uit interviews vinden. Ik hoor steeds vaker: ja, dat wil ik jou wel vertellen, maar dan komt het zo en zo op NU.nl terecht. Het gezeur achteraf wordt steeds erger.'


Verbraak: 'Erger dan vroeger.'


Lo Galbo: 'Mensen willen steeds meer terugnemen. Dan krijg je een verschrikkelijk stuk met rode, blauwe en groene aantekeningen terug: correcties en 'suggesties'.'


Verbraak: 'Bij een collega van mij heeft iemand er laatst een paar vragen uitgehaald, omdat hij ze 'niet relevant' vond. Mensen die dat doen, schaden alle regels van het spel. Dan zijn alle onderhandelingen meteen afgelopen.'


Dat verklaart nog niet waarom jullie saaier en braver zouden zijn dan de vorige generatie interviewers.

Verbraak: 'Nee, nee, dat hebben we niet gezegd. Niet wij als personen, maar de journalistiek is braver.'


Lo Galbo: 'Ik zou graag met een geïnterviewde de kroeg in duiken en tot diep in de nacht de meest bizarre dingen meemaken, maar de gemiddelde geïnterviewde leent zich daar niet voor.


Verbraak: 'De informatiestromen zijn van alle kanten geprofessionaliseerd, het is veel moeilijker buiten de lijntjes te kleuren. Maar dat is ook de lol ervan. Ik vind het leuk om mensen te laten zien dat er nog geïnteresseerde journalisten bestaan.'


Lo Galbo: 'Zijn er daar dan zo weinig van?'


Verbraak: 'Je ziet geregeld dat mensen er met de pet naar gooien. In elke krant staan per dag ongeveer vijftien interviews, maar echt mooie interviews zie je weinig.'


Lo Galbo: 'Dat komt ook doordat er overal zoveel mensen uitgebonjourd worden in de journalistiek of voor een aalmoes een stuk moeten schrijven.'


Verbraak: 'Ik weet het niet, ik krijg niet meer betaald dan een ander bij NRC, maar ik wil gewoon een heel goed stuk maken.'


Kockelmann: 'Het is een beetje opa vertelt, maar voor de jonge journalisten van nu is journalistiek een negen-tot-vijfbaan geworden, in plaats van een manier van leven. Toen ik begon was ik dag en nacht journalist.'


Lo Galbo: Ik ook, maar ik moet toch een lans breken voor mijn jonge collega's bij VN. Die werken zich echt uit de naad.'


Kockelmann: Toch begrijp ik wat Coen bedoelt. Ik zie het vooral bij interviewers. Interviewen is een onderschat genre.


De aanleiding van dit interview is Het Grote Interviewgala. Valt wel mee dan toch, met de onderschatting?

Verbraak: 'Dat is juist georganiseerd door interviewers die het vak nog een beetje glans willen geven.'


Scheulderman: 'Wim T. Schippers zei laatst tegen een interviewer van Het Parool: jij stelt gewoon een beetje vraagjes en je krijgt er nog voor betaald ook.'


Lo Galbo: 'Ik heb zelfs kennissen die zeggen: 'O lachen, interviewen, dat wil ik ook nog wel eens doen. Dat er soms slapeloze nachten aan ten grondslag liggen, ja, dat zien mensen vaak niet aan het interview af.


Jullie zijn gepikeerd.

Verbraak: 'Nee hoor, we houden gewoon van ons vak.'


Sven Kockelmann


Kockelmann (42) begon in 1993 als verslaggever voor het televisieprogramma Brandpunt. Sinds 2010 is hij weer een van de vier presentatoren van het heropgerichte programma. Kockelmann presenteert ook het KRO-praatprogramma Oog in oog, waarvoor hij gasten uit de actualiteit zoals Marine le Pen en Peter R. de Vries een half uur live interviewt. Kockelmann staat bekend om zijn vasthoudendheid.


Carolina Lo Galbo


Lo Galbo (32) werkt sinds zes jaar voor Vrij Nederland, eerst als algemeen verslaggeefster, nu als interviewster. Ze maakte grote persoonlijke interviews met onder meer Ruud Lubbers, Gummbah, Heleen van Royen en Ramsey Nasr. Voor dat laatste interview won ze in 2010 De Luis, de prijs voor het beste interview. Haar stijl is beschrijvend, met veel oog voor het non-verbale en details uit de omgeving.


Antoinnette Scheulderman


Scheulderman (36) begon haar journalistieke carrière in 1999, als verslaggever voor het Algemeen Dagblad. Sinds 2005 is ze freelance interviewer voor bladen als Linda en Voetbal International. Ook maakt ze geregeld grote interviews voor Volkskrant Magazine. In 2009 won Scheulderman De Luis voor haar vraaggesprek met Peter Jan Rens. De jury roemde haar om haar indringende 'soms vileine' vragen.


Coen Verbraak


Verbraak (46) schreef zijn eerste stukken voor Vrij Nederland in 1987. In 2007 won hij De Luis voor een vraaggesprek met psychotherapeut Louis Tas voor hetzelfde weekblad. Verbraak maakte tot 2010 interviews voor de Volkskrant en doet dat nu voor NRC Handelsblad. Hij is ook bekend van zijn televisieserie Kijken in de ziel, waarvoor hij politici, strafpleiters en psychiaters interviewde. Voor de serie met die laatste groep won Verbraak in 2010 de Nipkowschijf.


Het Grote Interviewgala


Dit jaarlijks terugkerende interviewevenement, vanavond in de Amsterdamse Stadsschouwburg, is een avond met 'optredens' van interviewers, workshops en debatten over interviewen en interviewtechnieken. Ook wordt bekendgemaakt welke journalist De Luis 2011 krijgt voor het beste interview van dat jaar.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden