Nieuws

Vraag om herstelbemiddeling met verdachte neemt toe bij slachtoffers zedenmisdrijven

Het aantal zedenslachtoffers dat kiest voor herstelbemiddeling met de verdachte neemt snel toe. Vorig jaar verdubbelde het aantal slachtoffers dat in gesprek wilde: van 120 tot 231. En ook dit jaar ziet Stichting Perspectief Herstelbemiddeling de vraag verder toenemen.

Elsbeth Stoker
Uit eerdere onderzoeken blijkt dat herstelbemiddeling bij zedenslachtoffers gevoelens van boosheid en angst kan verminderen. Beeld anp
Uit eerdere onderzoeken blijkt dat herstelbemiddeling bij zedenslachtoffers gevoelens van boosheid en angst kan verminderen.Beeld anp

Directeur Nathalie de la Cousine verklaart de toename door de groeiende maatschappelijke aandacht voor zedenmisdrijven. Bovendien wijst de politie steeds vaker slachtoffers op de mogelijk van herstelbemiddeling.

De zedenteams van de politie kampen al jaren met grote achterstanden. In honderden zaken duurt het, tot frustratie van slachtoffers, langer dan zes maanden voordat het onderzoek wordt gestart. In april vorig jaar begon de politie daarom met een verbeterplan om het grote aantal ‘plankzaken’ terug te dringen. Een van de onderdelen van dat plan is om meer maatwerk te leveren, zegt Lidewijde van Lier, zedenspecialist van de Nationale Politie.

‘We leren teams om anders naar zaken te kijken en om beter aan slachtoffers te vragen: waar heb jij nou eigenlijk behoefte aan?’, zegt Van Lier. ‘Niet elk slachtoffer wil dat de dader achter de dikke deur verdwijnt.’ Het zijn vaak lastig te bewijzen delicten. ‘We zien ook vaak dat het delict gebeurde tijdens een uit de hand gelopen date waarbij alcohol of drugs in het spel waren. Of denk aan onhandige pubers die een meisje proberen te versieren, maar niet goed in staat zijn haar grenzen te respecteren. Je kunt je afvragen of het strafrecht in elke zedenzaak de juiste oplossing is.’

Ook advocaat Ruth Jager vindt het toenemend aantal herstelgesprekken een goede ontwikkeling. Ze is gespecialiseerd in zedenzaken. Maar waarschuwt wel. ‘Je moet niet uitwijken naar mediation vanwege de grote hoeveelheid plankzaken bij de politie. Je moet het alleen doen in zaken die daar geschikt voor zijn: als het slachtoffer en de verdachte ervoor open staan.’

Volgens De la Cousine betekent de keuze voor herstelbemiddeling niet dat de verdachte niet meer vervolgd kan worden. ‘Het kan allebei. Het gaat ons niet om waarheidsvinding in de gesprekken. En een slachtoffer kan na een bemiddeling alsnog besluiten aangifte te doen. Maar andersom kan na een aangifte ook nog een bemiddelingstraject ingezet worden, en ook nog jaren later.’

Uit eerdere onderzoeken blijkt dat herstelbemiddeling bij slachtoffers gevoelens van boosheid en angst kan verminderen, stelt ze. ‘En dat het bij daders de kans op recidive kan verminderen.’

Wie zich aanmeldt voor herstelbemiddeling krijgt eerst een verkennend gesprek. Als wordt besloten door te gaan, wordt de andere partij benaderd voor een verkennend gesprek. ‘Daarna volgen voorbereidende gesprekken over de verwachtingen. De een kan een excuses willen, maar het kan zijn dat de ander die niet gaat geven. Daarop moet je je voorbereiden.’ Het gesprek hoeft niet te leiden tot verzoening. De la Cousine: ‘Maar het kan ook leiden tot afspraken over hoe je met elkaar omgaat als je elkaar tegenkomt. Soms delen verdachte en slachtoffer dezelfde vriendengroep, bijvoorbeeld.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden