Nieuws Milieu

Vraag en antwoord over de schadelijke uitstoot die Nederland tientallen miljarden per jaar kost

Jaarlijks loopt Nederland door de uitstoot van schadelijke stoffen 31 miljard euro milieuschade op. Dat becijfert het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL), overheidsadviseur, in een nieuw onderzoeksrapport. Vijf vragen en antwoorden.

Maasvlakte. Foto ANP XTRA

1. 31 miljard euro? Wat betekent dat getal? 

Het is een grove schatting van door luchtvervuiling en klimaatverandering ontstane schade in 2015, uitgedrukt in harde euro’s. Dan gaat het zowel om materiële schade (verloren arbeidsuren door ziekte, beschadigingen aan gebouwen door verzuring) als immateriële (een verkorte levensduur). Welvaartsverlies dus, meer dan alleen financiële schade. 

Desondanks een flinke som: tel je die 31 miljard mee in het bruto binnenlands product, dat milieuschade niet meeneemt, dan zou het bbp  van 2015 4,5 procent lager uitvallen. En dan zit de schade die Nederlanders veroorzaken door naar het buitenland te reizen nog niet eens in de berekening. Neem je die mee, dan komt er nog eens 6 miljard euro bovenop, vooral dankzij vliegreizen. Geluidshinder, horizonvervuiling, verzakkingen en het dumpen van materialen als plastic lieten de onderzoekers buiten beschouwing. Het miljardenbedrag toont volgens het PBL dat Nederland nog altijd een hardnekkig milieuprobleem kent, ondanks vijftig jaar milieubeleid.

2. Wie veroorzaakt die milieuschade?

Vrijwel alle milieuschade, 99 procent, wordt volgens het rapport veroorzaakt door broeikasgassen en verontreinigende stoffen die in de lucht belanden. Vervuilende stoffen in bodem en water zijn dus een relatief klein probleem. Luchtvervuiling bestaat weer uit twee onderdelen: vervuilende stoffen als stikstofoxiden die directe gezondheidsklachten opleveren (goed voor 62 procent van de schade) en broeikasgassen (37 procent). Verreweg de meeste milieuschade is te wijten aan verkeer en vervoer: ruim 12 miljard euro per jaar. Hierna volgen landbouw (6,5 miljard), industrie en raffinage (4,5 miljard) en de energiesector (4 miljard).

3. Hoe heeft het PBL dit allemaal berekend?

Eerst berekende het bureau de jaarlijkse uitstoot van tientallen giftige stoffen in lucht, bodem en water. Van methaan tot ammoniak en van loodverbindingen tot CO2. Dit vermenigvuldigen ze met de ‘milieuprijs’ van elke stof, te vinden in het Handboek Milieuprijzen. Deze prijzen zijn door CE Delft bepaald door aan allerlei soorten schade die stoffen kunnen veroorzaken een geldwaarde toe te kennen. Denk aan extra zorgkosten, eerder overlijden, verlies van biodiversiteit en verminderde landbouwproductiviteit. Maar ook aan de kosten van milieumaatregelen als het terugbrengen van CO2-uitstoot. Het is voor het eerst dat het PBL de milieuschade zo uitgebreid berekent.

4. Komen hier geen enorme onzekerheden bij kijken?

Uiteraard. Plak bijvoorbeeld maar eens een geldbedrag op een levensjaar. Ook hangen de kosten af van de klimaatdoelen die Nederland zich stelt. De onderzoekers gingen uit van het doel om een maximale opwarming van de aarde van drie graden te halen. Volgt Nederland het klimaatakkoord van Parijs, dat stelt dat de aarde maximaal twee graden mag opwarmen, dan zijn de kosten om dit te halen hoger. Daarnaast is onzeker hoe ongezond stikstofoxiden nou precies zijn. Nemen de onderzoekers een lagere schadelijkheid aan, dan komen ze op 25 miljard euro milieuschade per jaar in plaats van de genoemde 31 miljard. Het rapport had nog meer inzichten opgeleverd als het ook ruimtelijke verschillen zou meenemen, meent Pieter van Beukering, adjunct-directeur van het Instituut voor Milieuvraagstukken (Vrije Universiteit). De onderzoekers bekeken Nederland als geheel, terwijl er een groot verschil is tussen, zeg, Rotterdam en Oost-Drenthe. We moeten de cijfers dan ook opvatten als een grove indicatie, zegt Eric Drissen van het PBL, verantwoordelijk voor het rekenwerk in het rapport.

5. Wat moeten we er dan mee?

Een realistischere kosten-batenanalyse van milieubeleid maken, aldus Daan van Soest, hoogleraar milieu-economie van de Universiteit Tilburg. Zo gaat het ook bij het aanleggen van een weg. Kijk je alleen naar de kosten van het aanleggen en de besparing door tijdswinst voor voertuigen, dan lijkt het misschien een topidee. Dat kan veranderen als je ook verloren natuur en geluidsoverlast meeneemt. Daar een geldbedrag aan toekennen is nooit perfect, maar het alternatief is zaken als gezondheidsschade niet meenemen. Dit rapport heeft dat volgens hem goed aangepakt, zelfs al moet je de resultaten ‘door je oogharen bekijken’. Pita Verweij, landgebruikonderzoeker aan de Universiteit Utrecht, vindt dat planbureaus milieuschade standaard moeten meenemen. Volgens de milieuwoordvoerder van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat bestudeert het kabinet het rapport en zal het ‘vermoedelijk met een officiële reactie komen’.

Meer over