VPRO: herhalen en vernieuwen

De VPRO heeft tumultueuze jaren achter de rug, en is ook nu nog steeds op zoek. De omroep wil 'maatschappelijke verankering'....

'We kunnen het nooit goed doen', verzucht Daniëlle Lunenborg, hoofdredacteur Televisie bij de VPRO. 'Zodra een programma van ons goed bekeken wordt, is de kritiek dat we te populair worden. Scoort iets slecht, dan heten we elitair of is zelfs de hele vernieuwing mislukt.'

Ziedaar het eeuwigdurende dilemma van de VPRO in een notendop. De omroep die van oudsher kiest voor eigenzinnigheid, is zoekende in een tijd waarin marktaandelen, kijkcijfers en netmanagers het bestaansrecht lijken te bepalen. Eigenzinnig zijn zonder te marginaliseren, het is een wankel evenwicht.

De buitenwacht lijkt de omroep soms met leedvermaak te zien stuntelen. Je zou bijna vergeten dat de VPRO nog altijd die omroep is van uitzonderlijke jeugdtelevisie in Villa Achterwerk, van Zomergasten dat elke zomer lang landelijk gespreksonderwerp is, van bijzondere documentaires in Tegenlicht of monumentale uitzendingen van Wim Kayser.

De afgelopen jaren waren tumultueus. Onder hoofdredacteur Hans Maarten van den Brink was de interne onvrede zo gegroeid dat bij het aantreden van zijn opvolgster Lunenborg een kleine revolutie leek los te barsten. Op een personeelsweekend op Schiermonnikoog noemden medewerkers de VPRO een verkokerde, in zichzelf gekeerde organisatie waarin weinig ruimte was voor creativiteit. Lunenborg nam de geluiden serieus en zette de programmering (en de redacties) drastisch op zijn kop.

De resultaten waren vorig seizoen te zien: tegen dinsdagnacht verscheen de cultuurrubriek R.A.M, op zondagavond was er Tegenlicht, op zondagmiddag maakte De Plantage plaats voor Propaganda en later Kunst moet zwemmen. En op vrijdag was er een heel blok met korte en langere programma's, variërend van drama tot Levi en Sadeghi en een ludiek bedoelde geschiedenisquiz.

Na de collectieve ontlading op Schiermonnikoog is de bedrijfscultuur nu 'opener' geworden, bezweert zowel directeur Schrurs als hoofdredacteur Lunenborg. De onderlinge verbondenheid is toegenomen. Lunenborg: 'Mensen werken meer samen, in plaats van langs elkaar heen. In de redactie van Tegenlicht zitten nu mensen van 7 dagen, De Nieuwe Wereld en Noorderlicht. Dat is wennen. Maar uiteindelijk blijkt het winst om je expertise met elkaar te delen. Dat heeft tijd nodig.'

Niet alles verliep de afgelopen jaren vlekkeloos. De veranderingsgezindheid op Schiermonnikoog wilde bij een enkeling nog wel eens omslaan zodra bleek dat die ook hem of haar zou betreffen. Er waren wat grotere of kleinere conflicten met mensen als Hanneke Groenteman.

F

ilmer Frans Bromet, jarenlang representant van het VPRO-gevoel, beklaagde zich deze week in het Algemeen Dagblad nog over de nieuwe leiding: 'Mijn aandeel in de VPRO-programmering is op haar initiatief tot nul gereduceerd. En ik weet niet waarom: Lunenborg is onbenaderbaar. Als je op gesprek wilt, moet je drie maanden wachten en als je voorstellen opstuurt, krijg je nooit een reactie.'

Incidenten of niet, voor de buitenwacht telt het resultaat. Op een aantal punten heeft de vernieuwing niet gewerkt, al wil Lunenborg daar niet aan. Het VPRO-blok van de vrijdagavond werd maar door weinigen herkend als iets om voor thuis te blijven.

'De vrijdagavond is de Bermudadriehoek van de kijkcijfers', weet Lunenborg inmiddels. 'Ons streven was daar programma's neer te zetten die niet direct in tijdslots pasten. Er zaten mooie dingen tussen, maar achteraf moet je zeggen: het geheel had niet voldoende eenheid. Mensen wisten niet wat wanneer kwam, ook omdat het veel korte series waren, zowel qua tijdsduur als qua looptijd. Bovendien blijkt de vrijdag toch een gezinsavond. Dus trekken kijkers eerder naar gezinsprogramma's als Baantjer en Idols. Het is niet makkelijk daar een alternatief voor te bieden.'

Heeft de vernieuwing de VPRO herkenbaarder gemaakt? Sceptici zien hun gelijk terug in de cijfers. Het marktaandeel van Nederland 3, de 'thuiszender' van de VPRO, op zondagavond tussen zeven en twaalf bedroeg vorig jaar 5,6 procent. Dit jaar was dat nog maar 2,8 procent. Dramatische cijfers, waaruit in commerciëlere omgevingen al lang harde persoonlijke conclusies zouden zijn getrokken.

Onderzoeker René van Dammen inventariseerde eerder dit jaar in het omroepblad Spreekbuis de gevolgen van het VPRO-beleid. Een groot aantal VPRO-programma's moet het doen met een kijkdichtheid van 1 procent of minder. Niet erg, stelde hij, als dan de eigen doelgroep maar kijkt.

Maar ook dat bleek niet het geval: 'Naar het vaste vrijdagavondblok kijken de afgelopen weken gemiddeld 30.000 VPRO-leden. Tegelijkertijd kiezen 140.000 VPRO-leden voor het Achtuurjournaal en Netwerk, kijken 50.000 leden naar Het gevoel van op Nederland 2 en geven 110.000 leden de voorkeur aan Baantjer op RTL 4.'

Regelmatig keken meer VPRO-leden op de late dinsdagavond naar een herhaling van RTL Boulevard dan naar het cultuurprogramma R.A.M van de 'eigen' omroep.

Een recenter voorbeeld: enkele weken geleden zond R.A.M een live uitvoering uit van cellist Ernst Reijseger, die al improviserend door het VPRO-pand trok en zijn modernistische klanken uitstortte over de kijker.

Zondagavond, prime time, en maar 50 duizend kijkers, minder dan R.A.M zelfs na half twaalf haalde - een efficiëntere methode om de kijker van je te vervreemden lijkt er niet te zijn.

Is zo'n manier van programmeren geen 'doctrinaire verblinding', zoals tv-recensent Paul Brill in de Volkskrant stelde? Directeur Schrurs en hoofdredacteur Lunenborg zijn zich van geen kwaad bewust over dat laatste. 'Het was monumentale televisie', zegt Lunenborg, die hecht aan verdieping, research en televisie 'die iets teweegbrengt'. Beiden waren teleurgesteld dat maar zo weinigen het zagen. 'Juist omdat het zo bijzonder was, zullen we het nog vaak herhalen. We gaan er zelfs een dvd van maken', aldus Schrurs.

Het klinkt ferm, maar de netpartners VARA, NPS en RVU zullen het met gemengde gevoelens aanzien. Samen hebben ze immers de doelstelling op zich genomen een gemiddeld marktaandeel van tien procent te halen. Tegenover een slecht bekeken R.A.M zal dus ergens een goed bekeken cabaretshow moeten worden gezet. Zo niet, dan heeft de netmanager de mogelijkheid een deel van de programmagelden niet uit te keren.

Niet dat de VPRO zich heeft opgesloten in de eigen vesting - integendeel. Met de netpartners VARA en NPS is steeds meer sprake van samenwerking, bijvoorbeeld in gezamenlijke rubrieken als Dokwerk, Andere Tijden en Buitenhof. En de VPRO heeft beloofd in te springen bij NOVA. De NPS betaalt tot nog toe driekwart van de programmakosten, de VARA de rest. Omdat de NPS dat niet meer kan bolwerken, betaalt de VARA eenderde en heeft de VPRO toegezegd de rest voor zijn rekening te nemen, al zijn de details daarvan nog lang niet duidelijk.

Boven de discussie over het bestaansrecht van de VPRO hangt de overtuiging dat het bereik van de omroep niet meer te vangen valt in kijkcijfers en marktaandelen. Schrurs en Lunenborg geloven meer in de maatschappelijke verankering van de omroep. Samenwerking met organisaties als het Rotterdams Filmfestival, de IDFA of alternatieve popcentra - inhoudelijke samenwerking zonder dat er geld aan te pas komt, zegt Schrurs. Dit alles 'om te bewijzen dat we ons belastinggeld waard zijn'.

Daarnaast zou eens gemeten moeten worden wat een programma doet in de maatschappij. Schrurs: 'Wij willen een goed herhalingsbeleid voeren. Als je herhalingen goed programmeert, zie je dat er minstens zoveel mensen kijken. Dat zijn andere, nieuwe kijkers. Dat zou nog veel intensiever kunnen.'

Schrurs en Lunenborg wijzen op 'het tweede leven' van een programma. Schrurs noemt als voorbeeld documentaires als De school draait door, of Campus Vught. 'Het regent aanvragen voor videobanden bij organisaties. We hebben als enige omroep bijna alles op internet staan. Daar wordt veel gebruik van gemaakt. Dat tweede leven van programma's wordt steeds belangrijker. Een interessante ontwikkeling, die heel snel gaat. Dat zou ook in de bereiksmetingen moeten worden meegenomen.'

D

e omroep worstelt, als alle publieke omroepen, met bezuinigingen. Voorlopig moet de VPRO 2,7 miljoen euro bezuinigen. Maar voor de komende jaren kan het volgens Schrurs oplopen tot 5 miljoen, 'zo'n acht á negen procent van onze begroting'.

'We proberen zo min mogelijk te bezuinigen op programma's, wat nog iets anders is dan op programmamakers. Maar eerst schrappen we in faciliteiten, schoonmaak en communicatie. Al kost dat natuurlijk ook arbeidsplaatsen.'

Desondanks vielen afgelopen week de eerste concrete tikken, bij de radio. Het dagelijkse programma Madiwodo op 747AM wordt per 1 januari opgeheven, voor de veertien redacteuren wordt getracht elders werk te vinden. 'We hadden nog een goedkoper alternatief bedacht, maar aan discussie daarover zijn we niet eens toegekomen. De directie was onverzettelijk', verzucht eindredacteur Ton van der Graaf. 'We besteedden relatief veel geld aan radio', zegt Schrurs. 'Van het budget moest vier ton af; dat zou aanvankelijk naar televisie overgeheveld worden, maar wordt nu als bezuiniging aangewend.'

De kaasschaafmethode werkt dan niet, zegt hij: 'Je kunt beter stevige maatregelen nemen.' Makkelijk was het niet, maar vaststond dat het VPRO-aandeel in Radio 1, 3 en 4 niet aangetast mocht worden. Dan restten programma's op 747AM als De Avonden en Madidwodo, waarvan de laatste de grootste bezuiniging opleverde.

Te midden van de bezuinigingen kampt de VPRO met een verouderingsprobleem. 'Het voordeel van de VPRO', zegt directeur Peter Schrurs met enige ironie, 'is dat mensen er graag hun leven lang blijven werken.' 'Het nadeel is alleen dat de voordeur wel openstaat, maar zolang er niemand uitgaat, de achterdeur gesloten blijft.' Hij bedoelt: de oude en duurdere redacteuren blijven op hun plaatsen, terwijl jonge mensen, die geacht worden vernieuwing en creativiteit binnen te brengen, op tijdelijke contracten zitten die door de bezuinigingen niet verlengd kunnen worden.

Toch is het niet alleen maar kommer en kwel bij de VPRO. Goed, er heerst onzekerheid vanwege de bezuinigingen. En het zou de VPRO niet passen als nergens in het bedrijf vraagtekens worden gezet bij de vernieuwingsoperatie. Maar er zijn ook afdelingen die zich mogen verheugen in explosieve ontwikkelingen.

De digitale afdeling is er zo een. Erwin Blom, hoofdredacteur VPRO Digitaal, ziet de toekomst zonnig in. Misschien komt dat doordat hij op internet niet geteisterd wordt door zendtijdschaarste, zoals op de tv-zenders. De VPRO investeert stevig in de digitalisering. Alle radioprogramma's van de afgelopen jaren bijvoorbeeld zijn voor iedereen online opnieuw te beluisteren. De website 3voor12 mag zich volgens Blom verheugen op 220 duizend unieke bezoekers per maand - de site is een merknaam geworden in de wereld van de alternatieve popmuziek. De nieuwste hoop is gevestigd op een digitaal themakanaal waaraan Blom werkt. De contracten met kabelbedrijven UPC en Essent zijn zo goed als gereed. Direct daarna begint de VPRO met wat Blom omschrijft als 'een alternatieve MTV', gratis te bekijken voor iedereen met een digitale televisieontvanger.

Blom: 'Het is ontstaan uit onvrede met het huidige aanbod van popmuziek. Op Radio 3 gingen de scherpe kantjes er al eerder af, op MTV en TMF zie je hetzelfde gebeuren. Toen hebben wij een voorstel gedaan voor een alternatief popprogramma op Nederland 3. Dat zag de toenmalige netcoördinator, Hans van Beers, niet zitten. En toen zijn we gaan nadenken over digitale televisie. De technische mogelijkheden zijn er, de contracten zijn bijna afgesloten.'

Volgens Blom zal de VPRO-zender 24 uur per dag gevuld worden met talkshows, presentaties van dj Giel Beelen, herhalingen van Lola Da Musica, en oude en nieuwe concertregistraties van bands, waarvan de VPRO er honderden op de plank heeft liggen.

Belangstelling is er genoeg, denkt Blom, ook al beschikken slechts zo'n 50 duizend huishoudens over digitale ontvangers. 'Onze Pinkpop-registratie op internet heeft al 200 duizend bezoekers getrokken. Ik vind dat veel. En voor de kabelbedrijven kan zo'n themakanaal iets zijn om digitale tv aantrekkelijker te maken.'

In de zeer nabije toekomst is het dus denkbaar dat de VPRO op Nederland 3 zijn best doet kijkers te halen, terwijl het themakanaal daar weer kijkers van afsnoept. Blom gelooft echter niet in 'kannibaliserende effecten' van zijn kanaal.

V

oortschrijdend inzicht van de netcoördinatie, die ooit de VPRO-televisie de vaste zondagavond ontnam, heeft ertoe geleid dat de VPRO dit seizoen zijn zondagavond terug heeft. De vroege (tussen zeven en acht) en de late avonduren (na elven) op Nederland 3 laat de omroep door de week over aan de VARA, die er Papaul en VARA-Laat neerzet. Op zondagavond zijn er daarentegen documentaires in Tegenlicht, R.A.M keert terug, maar dan op het kijkbare tijdstip van half acht.

Onder de noemer Het geluk van Nederland volgen reportages van 40 minuten over vragen als 'Waar bent u bang voor?' of 'Wat is geluk?' Er is drama (Lieve mensen, scenario: Maria Goos), op 16 november is er een Koot en Bie-avond, Jiskefet keert terug, net als Arjan Ederveen, er volgen losse documentaires en in januari krijgen 'jonge mensen met ideeën' de vrije ruimte in het programma Nachtpodium.

Op zondagmiddag maakt cultuur plaats voor sport in Holland Sport, op Hard Gras-achtige wijze gepresenteerd door Wilfried de Jong en Mathijs van Nieuwkerk.

Hoofdredacteur Lunenborg: 'De vernieuwing is nog maar net begonnen.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden