Voyeur is een exposé van een gluurder - en de journalist die een boek over hem schreef

De documentaire Voyeur vertelt het verhaal van een gluurder en van de journalist die een boek over hem schreef.

Foto de Volkskrant

Gerald Foos bracht een flink deel van zijn wakende leven door in het donker, glurend naar de gasten van zijn motel. Via de zolder betrad hij een speciaal voor dit doel gebouwde loze ruimte boven de kamers en daar keek hij door de ventilatieroosters in het plafond naar beneden, naar mensen die sliepen, tv-keken, ruzieden of seks hadden.

Het verhaal is bekend; de legendarische Amerikaanse journalist Gay Talese (85) schreef het boek The Voyeur's Motel erover, waarvan een voorpublicatie vorig jaar in The New Yorker verscheen. John Schoorl was destijds in New York en schreef voor Volkskrant Magazine een fijn stuiterend portret van Talese, door hem de 'godfather van de literaire journalistiek' gedoopt.

(De tekst gaat verder onder de foto.)

Gerald Foos bracht een flink deel van zijn wakende leven door in het donker, glurend naar de gasten van zijn motel. Foto Netflix

Netflix heeft nu over dezelfde tumultueuze periode de documentaire Voyeur uitgebracht. De film is een portret van zowel Talese als Foos en ook een verklaring van hun verwantschap. Natuurlijk schrijf ik over een voyeur, zegt Talese aan het begin, want ik ben zelf een voyeur. Zijn leven lang observeerde hij mensen en schreef verhalen over hen.

Maar de mannen hebben nog meer gemeen. Beiden zijn dandyeske personages, met een voorliefde voor alles wat larger than life is. Beiden zijn verzamelaars, Foos van sportmemorabilia en zijn observaties, Talese van alles wat hij ooit heeft geschreven en genoteerd, zelfs de notitieblokjes van tientallen jaren oud heeft hij bewaard.

(De tekst gaat verder onder de video.)

Beiden lijken bovendien niet behept met een al te streng moreel kompas - Foos toont zich niet of nauwelijks berouwvol en Talese wil hem absoluut niet veroordelen. Hij is een 'everyman, a nobody', zegt Talese over Foos als hij het verhaal pitcht bij zijn chef van The New Yorker.

Een onderzoeker, noemt Foos zichzelf. Het motel was zijn 'laboratorium'. Hij hield nauwkeurige logboeken bij van de activiteiten die hij waarnam. Sterker, hij beschouwt zichzelf als de god van zijn eigen universum, wat in de documentaire mooi wordt verbeeld door het motel als maquette na te bouwen en Foos ermee te laten spelen als een poppenhuis.

Als het verhaal eindelijk naar buiten komt, is Foos boos dat de media hem afschilderen als niets meer dan een 'creep'. Zijn vrouw Anita, die hem jarenlang heeft geholpen met zijn gluuronderneming, kijkt hem aan met een twinkeling in haar ogen en zegt: 'Nou, dat ben je ook.'

Rond diezelfde tijd beginnen er barstjes in het verhaal van Talese te verschijnen. Foos heeft een aantal cruciale details, zoals wanneer hij het motel gekocht en verkocht heeft, verkeerd voorgesteld, blijkt na graafwerk van factcheckers. De camera's zijn erbij als Talese zijn reputatie ineen ziet storten.

Zo is Voyeur evengoed een exposé van Talese als van Foos. Je hoort de auteur meermaals zeggen dat het hem om de waarheid gaat, maar het sterke verhaal is hem wellicht liever. Gelukkig blijft dat verhaal overeind, zelfs als niet elk feitje klopt. Want dat lab, dat was er. Of het bemand werd door een viezerik of een onderzoeker is aan de kijker.


De godfather van de literaire journalistiek

Interview met journalist Gay Talese
Gay Talese mag 84 zijn, de godfather van de literaire journalisitiek speurt nog steeds naar mooie verhalen. Hij trekt nu alle aandacht met zijn spectaculaire stuk in The New Yorker over een voyeuristische moteleigenaar. 'Goddamn, wie koopt er nou een motel voor de seks?'