Vort met de besmette geit

Mensen worden op grote schaal ziek van geiten. Ze raken besmet met de Q-koortsbacterie, die zich via de mest verspreidt. Vaccineren is de enige manier om de epidemie te beteugelen. Maar een goedgekeurd vaccin is er nog niet.

De geiten in de stal kijken even verstoord op: vreemd bezoek zijn ze niet gewend, direct na het melken. Algauw neuzen ze weer verder in het verse stro, op zoek naar iets vreetbaars. Honderden melkgeiten lopen er in potstallen rond, in grote betonnen zwembaden gevuld met stro. Bijna zeshonderd geiten heeft boer Jan van Lokven in Vinkel, een dorp op het Brabantse platteland bij Oss. De dieren zijn slank en staan hoog op de poten. Helder wit met weinig beharing, behalve een klein sikje. Witte Saanengeiten, de beste melkgeiten ter wereld. Ze zijn doorgefokt op melkproductie en geven meer dan duizend liter per jaar, zegt Van Lokven. Hij houdt al 22 jaar melkgeiten.

De staldeuren zijn wijd open voor de ventilatie, zodat de natte mest op de stalvloer beter uitdroogt. Een dagelijks loopje naar de melkmachine twintig meter verder is het hoogst haalbare voor de geiten. Meer dan tien vierkante meter leefruimte per geit, rekent Van Lokven voor. Om te dollen in een laagje verse stro. ‘Geiten zijn sociale dieren.’

De geitensector kent geen onvriendelijke roosterstallen zoals bij varkens- en koeiencollega’s. De Brabantse geitenboer is trots op zijn geiten en op zijn diervriendelijke potstallen. Van Lokven is voorzitter van de melkgeitenafdeling van de landbouworganisatie LTO Nederland. Zijn geitensector ligt onder vuur vanwege Q-koorts.

De besmettelijke aandoening wordt veroorzaakt door een bacterie (Coxiella burnetii) die bij steeds meer geitenbedrijven de kop opsteekt. ‘Een gezondheidsprobleem voor mensen en een ramp voor de jonge veehouder, die met de vinger wordt nagewezen’, zegt van Lokven.

In 2007 deed zich in Nederland een eerste grote uitbraak voor, 170 mensen werden ziek, voornamelijk in de buurt van het Brabantse Herpen, onder Nijmegen. De bacterie heeft zich sindsdien over een groter gebied in Noord-Brabant verspreid, in dorpen als Bernheze, Landerd, Uden en Oss. Het totale aantal gemelde ziektegevallen bij mensen ligt tot nu toe dit jaar op 808, blijkt uit cijfers die het Rijksinstituut voor de Volksgezondheid (RIVM) woensdag naar buiten bracht. De meeste meldingen komen van de regionale gezondheidsdienst in Noord- Brabant. Omdat de helft van de mensen niets van een besmetting merkt of maar een korte periode koorts heeft, ligt het aantal besmettingen vermoedelijk veel hoger.

Het explosieve karakter van de afgelopen maand is twee maanden na het lammetjesseizoen verdwenen. De epidemie is echter niet onder controle. Wekelijks komen er tientallen nieuwe meldingen bij, zegt infectiedeskundige Roel Coutinho van het RIVM. Een kwart van de besmette mensen moet met ernstige verschijnselen als longontsteking in een ziekenhuis worden opgenomen. Tijdelijk. Een kleine 10 procent van hen blijft lang klachten houden. Vermoeidheidsverschijnselen, vaak maanden achtereen.

Geitenkaas
De uitbraak van dit jaar, volgens Nederlandse gezondheidsexperts de grootste ter wereld, heeft te maken met de groei van de geitensector. Veel melkboeren hebben de afgelopen twintig jaar de overstap gemaakt naar de geitenmelkerij vanwege dure melkquota. Omdat de vraag naar geitenkaas toeneemt, ligt die overstap, naar een sector waarvoor weinig land nodig is, voor de hand.

Het CBS telde vorig jaar bijna tweehonderdduizend melkgeiten op 650 bedrijven, waarvan de helft op het Noord-Brabantse platteland. In de loop der jaren is het aantal bedrijven wat gedaald. De overgebleven melkbedrijven zijn groter geworden. Een gemiddeld bedrijf had vorig jaar 1326 geiten, in 2006 waren dat er 120 minder.

Geitenbedrijven moeten groeien omdat de winstmarges kleiner worden, zegt LTO-voorzitter Van Lokven. ‘De melkprijs is de afgelopen jaren gelijk gebleven, terwijl de bedrijfskosten zijn gestegen. De prijs voor stro bijvoorbeeld is in een paar jaar tijd verdubbeld. Ook het voer en de mestafvoer zijn flink duurder geworden.’

De moeilijk te bestrijden Q- koortsbacterie wordt in verschillende dieren aangetroffen, in koeien, schapen, geiten en sporadisch in katten. De afgelopen dertig jaar heeft dat echter niet tot een groot aantal besmettingen onder mensen geleid, hooguit tien tot twintig gevallen per jaar, willekeurig verspreid over Nederland.

Het is de geitensector waar nu de vinger naar wijst. ‘De bacterie veroorzaakt vroeggeboortes en abortussen’, zegt dierenarts Piet Vellema van de Gezondheidsdienst voor Dieren in Deventer (GDD). ‘Alleen in de geitensector hebben zich de afgelopen jaren abortusproblemen voorgedaan. Dit jaar op zeven bedrijven. Besmette geiten scheiden bij zo’n vroeggeboorte miljarden ziektekiemen uit, via placenta en vruchtwater. Bij besmette koeien en schapen is die uitscheiding factoren minder. De placenta wordt deels opgegeten, en komt in het stro en bij de mest terecht. En daarmee ook die miljarden ziektekiemen. Twee grote regio-uitbraken achter elkaar, in 2007 en nu, dat kan geen toeval zijn.’

Het is gissen hoe de bacterie vervolgens bij de mens terechtkomt. De mest is de waarschijnlijkste route. Daarbij valt het oog op de potstallen, betonnen bakken van een halve tot één meter diep, een eeuwenoude, efficiënte behuizing om dieren te houden. Dagelijks wordt daar een nieuw laagje stro in aangebracht, zodat de dieren continu in verse stro staan, terwijl de laag daaronder, vermengd met uitwerpselen, indikt. Onderin is het warm, daar overleven bacteriekiemen niet lang. Die gedijen in de bovenste, wat nattere laag, is het vermoeden.

Eén of twee keer per jaar wordt de verharde, zwarte stromassa met een grote shovel uit de potstal gehaald. Geitenhouders met bouwland rijden de droge massa uit op hun land voordat het gewas wordt gezaaid. De strolaag vormt een goed lucht doorlatende deklaag vol met meststoffen. De meeste geitenhouders hebben geen eigen grond, zij laten de mest ophalen door gespecialiseerde bedrijven. Zij verkopen de laag als bodemverbeteraar aan akkerbouwers en boomtelers.

‘Bacteriekiemen hechten aan de droge mest, ze verstuiven vervolgens met de wind als ze op bouwland worden uitgereden’, geeft Vellema van de GDD als meest plausibele verklaring. ‘De meeste mensen komen met luchtwegklachten bij hun huisarts, de lucht lijkt daarmee de waarschijnlijkste besmettingsroute.’

De gezondheidsdienst probeert op allerlei manieren vermoedens te toetsen. De GDD heeft de afgelopen jaren de bedrijfsvoering op dertien bedrijven met een Q- koortsbesmetting tot in detail vergeleken met de bedrijfsvoering op dertien schone bedrijven van vergelijkbare omvang. ‘We vinden amper verschillen.’

Toch heeft het ministerie van Landbouw eind juli strengere hygiënemaatregelen uitgevaardigd om de uitbraak te beheersen. Het betreft adviezen over mestbehandeling, over afdekken, nat maken en uitrijden. Die adviezen worden niet alleen schriftelijk verspreid, dierenartsen van de Voedsel- en Warenautoriteit (VWA) gaan ze de komende week ook toelichten bij de geitenbedrijven. Tegelijkertijd worden controles uitgevoerd.

Stress
Vanwaar nu die uitbarsting? Dierenarts Vellema van de GDD kan alleen maar raden: ‘Uit bloedanalyses van de afgelopen jaren blijkt dat de Q-koortsbacterie bij 10 tot 15 procent van de Nederlandse bedrijven heeft rondgewaard, of nog rondwaart, zonder de kop op te steken. Sinds 2005 is er op geitenbedrijven een toename van het aantal vroeggeboortes. Blijkbaar doet zich een weerstandsverlaging voor, de dieren kunnen niet veel meer hebben. Door stress op het bedrijf vanwege een toenemende omvang, een veranderend klimaat? Het zijn mogelijke triggers.’

Omdat er veel onduidelijkheid bestaat en in oktober al de bokken bij de geiten gaan om voor nakomelingen te zorgen, is er haast geboden met maatregelen. Vaccinatie van de dieren, zegt geitenhouder Van Lokven namens zijn LTO- sector, is de enige optie om te voorkomen dat er volgend jaar opnieuw veel mensen besmet raken. ‘Er is haast, de natuur moet zijn beloop hebben, er zijn nu al melkgeiten ritsig, die kunnen gedekt worden. De nieuwe cyclus is dan begonnen.’

GDD-dierenarts Vellema is het met hem eens. ‘De urgentie is groot om blootstelling van de mens te reduceren.’ Ook humane gezondheidsexperts zien de noodzaak van vaccinatie. ‘Wanneer er via vruchtwater en placenta miljarden ziektekiemen in het stro terecht zijn gekomen, is er geen houden meer aan’, zegt infectiearts Roel Coutinho van het RIVM na een bezoek aan een schapenhouder. ‘Dat bezoek heeft mijn ogen geopend. Vrijgekomen kiemen zijn nauwelijks te isoleren of weg te scheppen, stro is niet goed te ontsmetten. Het aantal besmettingsroutes is op een geitenhouderij legio, verspreiding van de bacterie is niet te voorkomen.’

Dierenarts Vellema: ‘Vorig jaar hebben we geitenhouders geadviseerd alert te zijn op vroeggeboortes, zodat besmette placenta’s direct zouden worden weggehaald. Dat heeft niet geholpen, ook al omdat het even duurt voor adviezen beklijven in de bedrijfsvoering.’

Het Franse bedrijf Ceva Santé Animale heeft een vaccin ontwikkeld dat lijkt te werken: Coxevac. In Frankrijk en in Hongarije zijn daarmee succesvolle veldproeven gedaan. ‘Vaccinatie is de enige manier om op korte termijn een volgende Q-koorts-uitbraak te voorkomen’, zegt Annie Rodolakis van het Franse onderzoeksinstituut Inra in Tours. Zij heeft dat vorige week aan het Nederlandse ministerie van Landbouw laten weten. Dat had haar via de Nederlandse ambassade in Parijs benaderd.

‘We kunnen vaccins leveren, maar alleen als daar zwaarwegende argumenten voor zijn, als daar ernstige behoefte aan is’, zegt een woordvoerder van Ceva Benelux in Brussel. Ook dat bedrijf is vorige week door de Nederlandse overheid met vragen benaderd. ‘Maar er is wel een probleem’, zegt woordvoerder Philippe Hivorel. ‘Ons vaccin is niet geregistreerd. In Frankrijk hebben we tijdelijk toestemming om het vaccin te gebruiken voor veldproeven. Die zijn onlangs afgesloten. Onderzoekers van ons laboratorium in Hongarije analyseren nu de onderzoeksresultaten. Het registratiedossier dat ze op basis daarvan opstellen, is bijna klaar. Het kan snel worden ingediend. Maar dan duurt het zeker anderhalf jaar voordat ze op de mark kunnen worden toegelaten en de vaccinproductie kan beginnen. We maken die registratieprocedure liever af voordat we leveren.’

GDD-dierenarts Vellema kent de problemen, maar is optimistisch: ‘Volgende week gaan we praten met de Franse producent. Ik hoop dan de wetenschappelijke onderbouwing te horen over de effectiviteit van het vaccin, en ook of het op korte termijn beschikbaar is. Er is haast geboden. Twee jaar achtereen een uitbraak vraagt om snelle actie. Over twee weken weet ik of dit vaccin zal worden ingezet.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden