Vormvent

Als 71-jarige debuteert Peter Möricke, roepnaam KHOP. 50 verhalen van 50 woorden die je het gevoel geven 'met een honkbalknuppel geslagen te zijn'. Gesprek met de minimalist aan de keukentafel.

Het huis ligt in het Noord-Friese land als een scheepje op volle zee: overal uitzicht. De lucht is blauw en onbewolkt, de weilanden strekken zich tot de horizon uit. In de verte dwarrelt een wolk meeuwen achter een gele tractor. Aan de keukentafel draait Peter Möricke (1941) een sigaret en laat weten dat hij nog altijd Duitser is. Aan het einde van de Tweede Wereldoorlog is hij met zijn moeder vanuit Berlijn naar Amsterdam gekomen, waar zijn vader was ondergedoken om niet naar het Oostfront te hoeven. Het onderduikadres bevond zich naast het hoofdkwartier van de Gestapo in de toenmalige Euterpestraat, maar hoe of wat - hij weet het niet meer. 'En er is niemand overgebleven die ik het kan vragen.'


Een van zijn vroegste herinneringen, uit het laatste oorlogsjaar, is die aan zijn moeder en hemzelf in de tram. 'Ieder zweeg. Tot door die tram mijn heldere jongenssopraantje klonk: 'Mutti, gehen wir jetzt nach Hause?' Alle gezichten draaiden zich in onze richting. Vanaf dat moment dwong mijn moeder me elk Duits woord te vergeten en het door een Nederlands woord te vervangen.' Hij glimlacht verontschuldigend. 'Toen had ik geen vaderland en geen moedertaal meer.' Toch denkt hij er geen trauma van overgehouden te hebben. 'Geen idee of het makkelijk ging. Het is een zwart gat.'


De literaire activiteiten van Karl Heinz Otto Peter Möricke, pseudoniem en roepnaam KHOP, speelden zich tot twee weken geleden in het verborgene af. Toen, op zijn 71ste, werd zijn bundel 50 Easy Pieces gepresenteerd, een debuut van vijftig Engelstalige verhalen van precies vijftig woorden.


Mozart


The other day I had a chat with Mozart. Do you know, I said, that in the 21st century your music is still widely performed? He was shocked. 'What a poor age you live in! Do you have no contemporary composers? Besides, I was only in it for the money.'


Behalve in het Engels schrijft Möricke in het Nederlands en in het Duits. De buitenlandse talen zegt hij zich door noeste avondstudie eigen te hebben gemaakt. Lezen kan hij in vele talen, ook oud-Grieks en Latijn. En hoewel het altijd een beetje vervelend is onbekende schrijvers door uitspraken van beroemde collega's op te tuigen, moet het nu even.


Tommy Wieringa, die ooit de correspondentie tussen KHOP en A.L. Snijders onder ogen kreeg, zei dat die briefwisseling een verpletterende indruk op hem had gemaakt.


Telegraaf-columnist Rob Hoogland, met zijn volle 2.04 meter bij de boekpresentatie aanwezig, merkte peinzend op dat KHOPs proza hem doet denken aan dat van zijn lievelingsschrijver James Salter.


A.L. Snijders ten slotte, in wiens verhalen Möricke veelvuldig een rol speelt (ze zijn al 55 jaar vrienden), schreef: 'KHOP kan schrijven als een koning.' Alleen: 'Hij zou me in mijn gezicht uitlachen als ik het tegen hem zei.'


KHOP schreef zijn eerste verhaaltje voor de schoolkrant van het Barlaeus Gymnasium, dat hij volgens Snijders op 16-jarige leeftijd cum laude verliet. KHOP zelf zegt dat het nogal meeviel met zijn briljantie. Ofschoon hij uitblonk in de wiskunde, ging hij na het gymnasium klassieke talen en algemene taalwetenschappen studeren, 'omdat ik dat leuk vond', zonder ooit een tentamen of examen af te leggen. 'Studeren', legt KHOP uit, 'had voor mij alleen te maken met verdieping van een onderwerp. Dat je na jaren uitkomt op een vraag als: waarom staat die komma daar?'


De rest van zijn leven verdiende hij de kost met 'propagandaschrijven', zoals hij het zelf noemt, en daarvoor had hij geen diploma's nodig. Al op zijn 12de wist hij dat hij van de pen zou leven. De ene week schreef hij scripts voor reclame- of bedrijfsfilms, 'van de ABN tot de koekjes van Lu', de andere een voor een groot deel uit zijn duim gezogen boek over de London-Sydney Marathon, 'want dat moest als ze over de finish kwamen al in de winkel liggen'. Bij De Telegraaf, de opdrachtgever, stelden ze er geen vervelende vragen over.


KHOP is een van de zeldzame tekstschrijvers die nooit enige acquisitie hoefde te doen - alleen de telefoon opnemen. Dat doet hij trouwens nog. Hit-and-run was zijn geliefde tactiek met betrekking tot opdrachtgevers, een benadering die niet altijd was vol te houden. Zo werd hij onvoorzien de auteur van anderhalve meter aan boeken over sportvissen.


Volgens zijn vrouw Conny won hij elk jaar een Effie, een Lamp of een andere reclameprijs. 'Vaak ging je er niet eens naartoe om ze op te halen. En ik mocht er nooit met iemand over praten', zegt ze. 'Dan kwam je bij hem van een kouwe kermis thuis.'


'Een ijskoude kermis', beaamt KHOP. 'Maar ik heb ook weleens de derde prijs gewonnen.'


Conny: 'Maar toen had je ook de tweede prijs.'


Hij knikt. 'En de eerste. Ja jongen, het was altijd raak. Ach, allemaal olympische opschepperij.'


In het hele huis is geen spoor van zijn beroepsverleden terug te vinden. Hij heeft niets bewaard, geen prijs of boek, geen enkel archief aangelegd. Hij zegt dat het komt omdat hij zich nooit met het vak heeft vereenzelvigd. Het was zijn alter ego dat schreef, terwijl hijzelf een pilsje ging drinken.


Conny gaat eens en komt, moppert over een beschermde stinkmuis op zolder ('dus ik mag hem niet eens doodslaan') en heeft dan allang een met zorg samengesteld plateau van salami, Fries roggebrood met overjarige kaas, koffie, courgettesoep en couscous op tafel gezet. Murphy, de oude cockerspaniël, ligt opgerold onder een stoel, het riet wuift, onder de compostbak woont Henk, de rat.


Apple Tree


The apple tree blossomed white. Behind her squeaked the kitchen door. Too late now. Her hands began to tremble. She didn't turn, she kept her eyes fixed on the blossoming apple tree outside. To be a small bird in spring, she thought, darting around, whistling, not caring. Too late now.


'KHOP: raadselachtig personage uit verhalen van A.L. Snijders. Debuut van een ouwe broodschrijver'. Dat staat boven het met het boek meegestuurde persbericht van de uitgever en die kwalificaties worden nog steeds niet ontkracht als KHOP vertelt dat hij het liefst op de achterkant van oude fotokopieën schrijft, met een zwanenveer waaraan hij een punt heeft geslepen of met een in het bos gevonden ballpoint, 'als een antenne gericht op de Heilige Geest.' Getypt heeft hij nooit. 'Anders konden ze beneden horen dat ik niet aan het werk was.'


Hij zegt dat het zijn tweede interview is. 'In Arum, waar we ook hebben gewoond, ben ik eens geïnterviewd door twee schoolmeisjes. Maar die wilden alleen weten waarom ik altijd een spijkerbroek aan had.'


-Waarom?


'Het was de enige broek die ik had.'


Negen jaar wonen ze in dit groene, lege land. Van Amsterdam ging het naar Arum (ook Friesland), vervolgens naar de Achterhoek en nadat ze hun huis daar hadden verkocht, leefden ze een tijdje tussen de gescheiden mannen in een plastic hut op een caravanpark. Conny vond het wel prettig: ze hadden geen adres, ze bestonden niet.


Aanvankelijk wilden ze een grote camper kopen om ermee Europa in te trekken, maar liever nog een kleine ijsbreker. KHOP is gefascineerd door de zee. 'Ruimte. Vrijheid. Voor de oude Grieken betekende het: thuisland. Toen het resterende deel van Xerxes' leger terugkeerde nadat het vergeefs had geprobeerd India en Afghanistan te veroveren, wisten de soldaten dat ze thuis waren toen ze de zee zagen. Thalassa! In iets mindere mate heb ik dat ook.'


De ijsbreker bleek elke twee jaar uit het water te moeten, het huis werd hen plotseling aangeboden. KHOP: 'Dus nu wonen we hier.'


Het liefst buigt hij voor het toeval. En nee, een roman heeft hij nooit willen schrijven. Hij is er wel een paar keer aan begonnen. 'Maar elke keer was ik na de eerste zin klaar.' Een minimalist is hij, van jongs af aan. 'Toen ik mijn eerste step kreeg, dacht ik: die plank kan er wel af als je je voet dwars neerzet. En ook het spatbordje kan eraf, en de bel en het bagagedragertje... Met romans ging dat net zo. Eén zin: klaar.'


Dat het nu vijftig verhalen zijn, zegt hij, is willekeur, dat het vijftig woorden zijn niet. Omdat hij liefhebber en overtuigd aanhanger van de vorm is. En dan bedoelt hij: 'In tegenstelling tot de inhoud, ik denk dat die niet bestaat. Neem een fles wijn. Je kunt denken: de fles is de vorm en de wijn is de inhoud. Maar ook de wijn is een vorm, van verschillende componenten. Zo kun je doorgaan, denk maar aan de matroesjka-poppetjes. Natuurlijk is dit boek een knutselwerkje. Maar ik vlei me met het idee: de lezer merkt er niks van.'


Easy Pieces in de titel verwijst naar muziekstukjes - hij heeft trompet in een band gespeeld ('dan hoefde je niet te dansen en kreeg je toch de mooiste meiden'). Bovendien is het een verwijzing naar Engelse woorden die, hoopt hij, iedereen zou kunnen begrijpen.


Uiteraard wist hij dat de vraag zou komen: waarom in het Engels? Een antwoord heeft hij er niet direct op. Of... Vanaf zijn 14de leest hij graag Engels en laat hij het zo zeggen: 'Ik hou ook veel van Italiaans eten en soms probeer ik het zelf te bereiden.' En dat de uitgever hoopt dat hij minstens twee exemplaren van zijn boek in de VS zal slijten, ja, dat speelt ook mee.


Hij staat op. 'Wil je bier? Of zoete dessertwijn? Nee? Wil je koffie? Ik moet je toch een beetje verzorgen.'


Algebra


He used to pace to and fro in front of the blackboard, while unveiling the beauty of algebra. He wore a suit, was affable, and didn't smoke, unusual qualities in those days. One day he stood staring out the window for quite some time.¿We waited, with awe and misgivings.


'Met het schrijven heb ik altijd gemerkt dat als je zelf iets mooi vind en je denkt 'dat zullen de mensen ook wel mooi vinden', dan is dat ook zo, maar om andere redenen dan jij denkt. En, dit is in vertrouwen, ik denk niet dat ik een echte schrijver ben. Wat ik echt interessant vind, heeft niks met schrijven te maken. Dat zijn de verschillende spaakpatronen, hoe je die in een fietsvelg weeft. Net als de algebra, die alleen zichzelf beschrijft. Onafhankelijk van interpretatie of persoonlijke willekeur of achtergrond of whatever. Waardevrije dingen bestaan nauwelijks. Je hebt altijd ergens een mening over.' Na enig zwijgen: 'Ik heb een sterke voorkeur voor de wiskunde.'


In de zitkamer, tegen de boekenkast, staat de fiets. Elke dag trekt hij, de rechterbroekspijp opgestroopt, het pak shag en de Zippo in de binnenzak, de altijd winderige polder in. Het is een grijze RIH, een compleet gestripte, minimalistische baanfiets zonder remmen uit 1967, hetzelfde jaar waarin hij trouwde en waarin zijn trompet werd gemaakt.


De eerste eigenaar, de journalist Trino Flothuis, is van een flat gesprongen, daarna kwam de fiets in het bezit van onder andere Henk Poncin, de huidige voorzitter van de Vereniging voor Opheffing van het Cannabisverbod, en eerder van Kees van Kooten, die ontdekte dat iedereen je op rotondes voorrang moet geven, zodat je eindeloos rondjes kunt blijven fietsen.


KHOP houdt ervan 'als iets geschiedenis heeft'. 'Kijk eens naar die onderdelen: allemaal vintage, er zit geen Japans schroefje op.'


Met een zachte doek verwijdert hij een vlekje. Als hij zonder fiets het huis moet verlaten, ketent hij hem vast aan een verwarmingsbuis.


Als je hier een spa in de klei steekt, krijg je hem er nooit meer uit, zegt hij bij het afscheid. Wil hij hier blijven wonen? KHOP: 'De vraag is: wil je hier sterven? Nee, ik zou het liefst teruggaan naar Berlijn, ohne Weiteres. Ik kom daar geregeld, mijn oudste dochter woont er al een tijd. Als ik daar ben, loopt er iemand met me mee: dat is mijn vader. De hoed op, de armen op de rug gekruist. Maar het leukste van Berlijn is: ze verstaan daar overal Duits, jongen. Dat is een belevenis.'


Foto's Joost van den Broek


In De Nieuwe Anita, kraakpand in de Frederik Hendrikstraat, schemerlampen en behang, vroeg 14 maart j.l., vrijdagavond, Wim Brands me wanneer een kort verhaal geslaagd is. Ik was onvoorbereid, maar de microfoon stond open, de NOB-wagen stond met zijn straalzender op het trottoir, mijn woorden zouden direct te horen zijn in Steenwijk en Oldenzaal. Ik zei: 'Als je het gevoel hebt met een honkbalknuppel geslagen te zijn.' Daarna vertelde ik het verhaal van KHOP. Die was 16 jaar toen hij cum laude eindexamen deed aan het Barlaeus Gymnasium. Terwijl hij met zijn diploma naar huis fietste, vroeg ik hem wat hij ging doen. Hij zei dat hij schrijver werd, maar een voorbeeld zocht. Ik zei: 'Lees Babel.'


Toen hij dat gedaan had, wilde hij geen schrijver meer worden. Een schuchter meisje uit het publiek vroeg: 'Wat is er van hem geworden?' Ik zei: 'Hij is voor reclame en film gaan schrijven, hij woont in een landhuis met zwembad, hij bezit renpaarden en stuurt een Maserati.'


Ze vroeg welk verhaal van Babel hem de genadeklap had gegeven. Ik zei: Di Grasso. Hij is een onaanzienlijke Italiaanse toneelspeler die met zijn troep Odessa aandoet. Hij speelt een herder die zijn meisje dreigt te verliezen aan een arrogante stadsjonker met een fluwelen vest. Hij maakt op het toneel uit stilstand een sprong van 20 meter en bijt zijn rivaal de strot door.


Ik zag het schuchtere meisje diep ademhalen, haar borst ging zichtbaar op en neer. Ik was ongerust, want die 20 meter had ik verzonnen, en dat kon iedereen controleren, niet alleen in De Nieuwe Anita, maar ook in het land, dankzij de NOB-wagen. Toen ik thuiskwam, zocht ik het meteen op, met mijn jas nog aan. Ik las:


'Het toneel stelde een jaarmarkt op een dorp voor. Ver weg in een hoek zag je de herder staan. Hij stond zwijgend tussen een onbekommerde menigte. Hij liet zijn hoofd hangen, richtte het toen op en onder het gewicht van zijn verzengende, spiedende blik kwam er beweging in Giovanni, die in zijn stoel begon te wiebelen, de barbier van zich afduwde en overeind sprong. Met een hartverscheurende stem eiste hij dat de politie alle sinistere en verdachte sujetten van het marktplein zou verwijderen. De herder - welke rol door Di Grasso zelf werd gespeeld - stond in gedachten verzonken, toen glimlachte hij, verhief zich met een sprong in de lucht, vloog het toneel van de stadsschouwburg over, daalde op de schouders van Giovanni neer, beet hem grommend en loensend de keel door en begon het bloed uit de wond op te zuigen. Giovanni stortte ter aarde en het doek, dat onheilspellend en geluidloos daalde, onttrok moordenaar en vermoorde aan ons gezicht.'


Ik herademde.


A.L. Snijders


Di Grasso


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden