Vormgeving: omslagontwerpen van Rufus Segar

De inhoud van het Britse anarchistenblad Anarchy mag vrijwel vergeten zijn, aan de sprankelende omslagen van Rufus Segar is terecht een overzicht gewijd.

ERIK VAN DEN BERG

Daniel Poyner: Autonomy: The cover design of Anarchy 1961-1970

****

The Hyphen Press; 302 pagina's; ca. euro 30,-.

In Nederland hadden we Provo, het propagandablad voor 'anarchisten, provoos, opruiers en bajesklanten' dat in de roerige jaren 1965-1967 een oplage tot 20 duizend stuks haalde. Britse geestverwanten redden zich met het vrijgevochten Anarchy, dat zelden boven de tweeduizend exemplaren uit kwam, maar een aanzienlijk langere adem had en in vorm en inhoud ook hoger reikte.

Anarchy verscheen tussen maart 1961 en december 1970 en was net als Provo (geesteskind van Roel van Duijn en bentgenoten) grotendeels het werk van één man: de onvermoeibare Colin Ward.

Als dienstplichtig soldaat had Ward in 1945 moeten getuigen in een rechtszaak tegen het linksistische tijdschrift War Commentary, dat werd beschuldigd van het aanzetten tot insubordinatie. Ondanks de steunbetuigingen van kopstukken als George Orwell, Benjamin Britten en Bertrand Russell werd de redactie veroordeeld tot negen maanden gevangenisstraf. Ward hield er een levenslange toewijding aan het vrije woord aan over. Vrijwel onmiddellijk na de demobilisatie werd hij medewerker van het betwiste blad (inmiddels omgedoopt tot Freedom), waarop hij tien jaar in vele gedaanten zijn stempel zette.

Eind jaren vijftig begon Ward zijn eigen periodiek. Oorspronkelijk zou dat Autonomy heten, naar het door Ward bewonderde, 19de-eeuwse anarchistenblad Die Autonomie, maar dat veranderde al snel in het kernachtige Anarchy.

Ward had een uitstekende neus voor de thema's die de politiek-maatschappelijke revolutie van de roaring sixties zouden bepalen. Vanaf het prille begin schreef Anarchy over politiegeweld, inspraak, de seksuele revolutie, het ban-de-bom-teken, drugs en antipsychiatrie, afgewisseld met doortimmerde beschouwingen over de anarchistische godfathers Bakoenin, Proudhon en Kropotkin (vaak stuk voor stuk geschreven door de hoofdredacteur, die ter camouflage een flinke rij aliassen gebruikte).

Ietwat sneu voor Ward: zijn blad wordt tegenwoordig vooral nog geprezen om de buitenkant. De bij de Britse Hyphen Press verschenen terugblik Autonomy: The Cover Design of Anarchy staat wel kort stil bij de inhoud, maar draait verder geheel en al om de vindingrijke, grappige, rebelse ontwerpen van Wards vormgever Rufus Segar. Volgens samensteller Daniel Poyner vormen de 118 afgedrukte omslagen bij elkaar zelfs een visuele geschiedenis van het Britse design in de jaren zestig. Grote woorden misschien, maar dat in dit schitterend verzorgde overzicht nauwelijks een zwak ontwerp te vinden is, staat vast.

Dat is des te opmerkelijker, als je leest hoe Ward en Segar te werk gingen: met een minimum aan overleg en een maximum aan laissez faire. Ward maakte het blad letterlijk aan zijn keukentafel en drukte de teksten af zoals ze binnenkwamen, zonder inhoudelijke redactie. Vervolgens was het aan Segar er iets moois bij te bedenken. Het contact tussen beiden verliep hooguit per ansichtkaart en de hoofdredacteur kreeg het omslag vaak pas te zien als het gedrukt was.

Ongewoon ook voor een activistisch blad als dit is het ontbreken van polemische haarkloverijen en sektarisch gezeur. Wards optimistische geest drong door in alle hoeken en gaten van Anarchy en Segar voegde daar nog wat humor en zelfspot aan toe. In oktober 1966 toonde het omslag een nietig mannetje, oog in oog met een intimiderende lap tekst. Het mannetje roept 'help!' en droomt van een 'free love'-artikel in het volgende nummer. En zowaar, op de daaropvolgende aflevering (niet toevallig nummer 69) prijkt een pesterige playmate, een kuise 'comrade of the month'.

Nog een leuke tijdgeestparallel: van nummer 66, augustus 1966, maakte Segar een Provo-special, met voorop een witte fiets en op de keerzijde Ed van der Elskens meppende agenten.

CHE AAN DE WASLIJN

De politieke woelingen van mei 1968 weerspiegelden zich in de omslagen van Anarchy. Nummer 89 toonde affiches van het studentenoproer in Parijs, nummer 91 een krantenkop uit The Evening Standard ('Soviet Army Grip Prague') en op nummer 96 prijkte het bekende heroïsche portret van Che Guevara, afgedrukt op een T-shirt. Vormgever Rufus Segar gaf er een oneerbiedige draai aan. Hij liet Che wapperen aan een waslijn, met de kop 'Playing at revolution' ('revolutie spelen').

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden