Vormgevers van het kwaad

Ze maakten spandoeken, advertenties, brochures en folders, richtten tentoonstellingen in, en ontwierpen affiches. Zonder hand- en spandiensten van Nederlandse reclamebureaus hadden de Duitsers het een stuk lastiger gehad met hun propaganda-acties tijdens de bezetting....

ARMAND van Dijk werkte in mei 1940 bij het Instituut Schoevers als docent publiciteit. Af en toe voerde hij afzonderlijke reclameopdrachten uit, zoals het affiche: 'Winterhulp Nederland klopt ook op uw deur'. Die schnabbels brachten hem op het idee een zaak voor zichzelf te beginnen. Samen met een ijverige leerling, Willem Jannink, richtte hij in maart 1941 de firma Algemeen Reclame-Instituut 'ECVO' op. ECVO stond voor: Economische Voorlichting.

Voor het zakelijk gemak lieten Van Dijk en Jannink zich inschrijven bij de NSB. Later werden ze ook begunstigend lid van de Germaansche SS. ECVO mikte dus vooral op nationaal-socialistische cliëntèle. De Duitse inval van de Sovjet-Unie (juni '41) bezorgde de propagandadiensten volop werk. De blik moest oostwaarts worden gericht en de Duitse oorlog diende te worden verkocht als strijd in Europees, dus Nederlands belang.

De eerste stunt was de op grote schaal georganiseerde V-actie. Kort na de inval in Rusland, begon BBC de Victory-campagne. In juli riep Londen de Nederlandse bevolking op overal Churchills befaamde V-teken aan te brengen. Dat gebeurde massaal.

Propagandaminister Goebbels besloot daarop de Britten de wind uit de zeilen te nemen en verzon een nieuwe slogan: V werd: Victorie, want Duitschland wint voor Europa op alle fronten! Heel Nederland werd in korte tijd overspoeld met deze boodschap. Daar hielp ECVO aan mee. Het bureau maakte met spoed zo'n zestig reusachtige spandoeken met deze leus, die in alle grote steden werden opgehangen.

Een belangrijke inkomstenbron voor ECVO was het maken van affiches. Tijdens de bezetting werden er miljoenen op de meest in het oog lopende plaatsen aangeplakt. In Duitsland hadden de nationaal-socialisten dit traditionele, maar beproefde propagandamiddel al in een vroeg stadium leren gebruiken. Nog tijdens de Republiek van Weimar werden ideologische meningsverschillen tussen links en rechts niet alleen op straat uitgevochten, maar probeerden de partijen elkaar ook met politieke posters te overtroeven. Met name de fotomontages van John Heartfield werden vermaard. Hitler zelf gaf hoog op over het effect van aanplakbiljetten. In Mein Kampf schreef hij: 'Het is niet de taak van de propaganda, om den enkeling een wetenschappelijke vorming te geven, maar om de massa te wijzen op bepaalde feiten, gebeurtenissen, noodzakelijkheden, enz. waarvan de betekenis dan eerst door de werking van deze biljetten binnen de gezichtskring wordt getrokken.'

Het effect van affiches hing echter volledig af van de vormgeving. Dat was soms knap lastig, zeker als het ging om een netelig onderwerp als een antisemitische film. Zo ontving ECVO in 1941 de opdracht van uitgeverij De Schouw, die rechtstreeks onder het Departement voor Volksvoorlichting en Kunsten (DVK) ressorteerde, een poster voor de film De eeuwige jood te ontwerpen. De 'documentaire' van regisseur Fritz Hippler moest een anti-joodse stemming onder de bevolking aanwakkeren.

ECVO trok voor deze gevoelige klus tekenaar Hans Borrebach aan, die al vaker voor De Schouw had gewerkt en na de oorlog vooral bekend zou worden als illustrator van talloze meisjesboeken. Vrijwel analoog aan de Duitse versie tekende Borrebach een lugubere, karikaturale kop, compleet met davidster op het voorhoofd.

Rond tekenaar en drukker werd een rookgordijn gelegd. Borrebach signeerde het affiche niet en rekeningen voor de poster mochten niet rechtstreeks aan De Schouw worden gestuurd, maar liepen via Hars (Haagsch Adviesbureau en Reclame Studio). Hars was pgericht door de pro-Duitse intrigant Arie Meyer Schwencke en werd geleid door J.H. Jansen, chef propaganda-afdeling van uitgeverij De Schouw. Omdat deze uitgeverij niet over eigen drukpersen beschikte werd alle drukwerk uitbesteed aan de Vereenigde Grafische Bedrijven (VGB), ook in handen van Meyer Schwencke. Die gaf de order vervolgens door aan drukker Mes & Bronkhorst in Haarlem.

Om de zaak verder te mystificeren gaf Meyer Schwencke opdracht onder de affiches naam en kennummer van drukkerij Van der Drift uit Delft te vermelden. Alle drukwerk moest immers vanaf 1941 worden voorzien van een speciaal K-nummer, waardoor de herkomst gemakkelijk kon worden achterhaald. De vermelding van een andere naam en nummer wekte bij Mes & Bronkhorst wel argwaan, maar de firma nam genoegen met de verklaring van De Schouw, dat Van der Drift net als de DVK-uitgeverij financiële belangen had in de VGB.

Dit gesjoemel bleef niet onopgemerkt. Kort nadat de affiches waren aangeplakt, kreeg drukker Van der Drift de tip dat zijn naam werd misbruikt. Knoeien met drukkerssignaturen was ten strengste verboden en de verontwaardigde graficus stapte op hoge poten naar Meyer Schwencke, die hem driehonderd gulden schadevergoeding aanbood. Daarmee nam Van der Drift genoegen. Hij wilde niet de gehele relatie op scherp zetten, aangezien hij wel meer drukorders van de VGB ontving.

Het affiche voor de film De eeuwige jood werd in een oplage van tienduizend stuks door heel Nederland verspreid. Voor het plakwerk zorgde de firma Talma, in opdracht van reclamebureau Hars. Om erachter te komen hoe succesvol de prent werkte, stuurde Meyer Schwencke vijf rapporteurs van zijn eigen Bureau voor Marktanalyse de straat op voor een opiniepeiling. Op de vraag: wat is uw indruk van het affiche De eeuwige jood, gaven 77 mensen (door de rapporteurs onderverdeeld in 'intellectuelen, middenstanders en arbeiders') antwoord. Een lokkertje bleek de poster allerminst, want de conclusie luidde dat de tekening in het algemeen, zelfs onder de ondervraagde NSB'ers, irritant werd gevonden. 'Hoewel zeer zeker bij velen, die de affiche zagen, de verschrikkelijke hier in Nederland niet bekende jodentronie in het onderbewustzijn is blijven hangen en zoodoende indirect als anti-semitische propaganda toch eenig succes heeft, kan worden vastgesteld, dat deze affiche niet tot het bezoek der film heeft bijgedragen, wat toch het eigenlijke doel was', concludeerde het rapport.

En wat vonden de opdrachtgevers zelf? Die vonden de prent ook niet bijster geslaagd. Het aanplakbiljet kwam ter sprake tijdens een zitting van de propagandaraad van het DVK op 16 oktober 1941, waarbij onder meer secretaris-generaal Tobi Goedewaagen en Max Blokzijl aanwezig waren. 'Niet daverend' en 'veel te overdreven' was de algemene mening. Dat betekende overigens niet dat de propagandaraad het thema ongeschikt vond.

In 1942 zocht men nog ijverig naar wegen om het 'jodenvraagstuk' onder de aandacht te brengen. Liever behandelde men het onderwerp niet apart, maar gaf men er de voorkeur aan antisemitisme te combineren met anti-Amerikaanse acties, 'waarbij dan tevens op den Joodschen geest meer den nadruk kan worden gelegd', adviseerde propagandaleider Ernst Voorhoeve.

Schrijver Anton Koolhaas recenseerde De eeuwige jood positief in de NRC van 4 oktober 1941: 'In de laatste beelden wordt dan een tegenstelling geschapen tot den Germaanschen mensch, waarin de strekking van de film nog eens wordt samengevat: het volksvreemde af te wijzen als een gevaar.'

Naast affiches specialiseerde ECVO zich in het tentoonstellingswerk. In augustus 1941 verzorgde het bureau de expositie Productieslag in Europa. Enige weken later volgde in het Haagse Gemeentemuseum de tentoonstelling Eeuwig levende teekens in opdracht van de aan de SS gelieerde Volksche Werkgemeenschap. Die probeerde hiermee de oud-Germaanse symboliek meer leven in te blazen. Eind 1941 werden in afzonderlijk zalen de bezoekers langs talrijke afbeeldingen van levensbomen, hakenkruisen, runen en zinnebeelden gevoerd die het wereldbeeld van de 'Germaansche mens' aanschouwelijk moesten maken.

In 1942 hield Van Dijk het voor gezien. Tussen hem en Janninks zwager Hendrik Alexander Seyffardt, zoon van de overgelopen generaal, boterde het niet erg. Van Dijk werd voor enkele duizenden guldens uitgekocht en vanaf februari 1943 was Seyffardt compagnon. Kort daarna kreeg deze de artistieke leiding bij een grote order om het anticommunistische sentiment bij de Nederlanders op te porren. ECVO maakte zo'n 25 etalagekasten, waarin een brandend Binnenhof te zien was, aangestoken door een met de zweep dreigende bolsjewiek. Op de achtergrond bungelden enkele geestelijken aan galgen. 'Zoo mag het hier nooit worden', waarschuwde de tekst eronder.

Tot de trouwe cliëntèle behoorde de Nederlandsche Oost Compagnie, die Nederlandse boeren begeleidde bij de vestiging in door de Duitsers veroverd Russisch gebied. ECVO stelde de advertenties op. Uiteindelijk gingen enkele honderden landbouwers met name in de Oekraïne als boer aan de slag. Bijna de helft kwam versneld en gedesillusioneerd terug, terwijl tientallen van hun collega's door partizanen werden geliquideerd. De leider van de Nederlandse Oost Compagnie, ir. C. Staf, kwam er beter van af. Hij was na de oorlog lang vaste keus als minister van Defensie.

Een echt florerend bedrijf is ECVO nooit geworden, ondanks de opdrachten van de overheid en nationaal-socialistische organisaties. Het topjaar was 1942, toen een omzet van anderhalf miljoen gulden werd geboekt, waarover 13 procent winst werd gemaakt. De resultaten van het jaar daarop vielen al tegen: nauwelijks 100.000 gulden aan omzet en slechts 8,5 procent winst. Die geringe winst was voornamelijk toe te schrijven aan de royale salarissen die aan het personeel werden uitbetaald, oordeelde een accountant later.

Toen de Duitsers in maart 1943 de reclamebranche reorganiseerden en talloze publiciteitsbedrijven moesten sluiten, mocht ECVO vanwege haar kriegswichtige karakter blijven bestaan. Maar na juni 1944 was er weinig emplooi meer. Jannink hief de onderneming op. Tot het einde van de oorlog dreef hij vanuit zijn Haagse woning een schamel ruilwinkeltje.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden