Voorzitter Veldhuis van Universiteit Utrecht stelt tijdens Kennisdebat universitaire vrijheid aan de kaak 'Studenten zijn te lui om naar een college te komen'

'De enorme vrijheid op universiteiten geeft gigantische problemen. Weinig docenten begeleiden hun studenten, en ze worden ook door de universiteit daartoe niet gestimuleerd....

Van onze verslaggever

UTRECHT

De voorzitter van het college van bestuur van de Universiteit Utrecht, J. Veldhuis, gooit flink wat peper in de eerste voorstelling van het zogenoemde Kennisdebat. Halverwege de bijeenkomst, zaterdag in Utrecht, lucht de universiteitsbestuurder zijn hart.

De 'riante' studiefinanciering is Veldhuis een doorn in het oog. '70 Procent van de studenten heeft ouders met een inkomen van boven de ton. Die ouders kunnen best meer geld steken in hun eigen kinderen. We moeten het geld van hun studiefinanciering geven aan hen die het echt nodig hebben.'

Bij de huidige verdeling van de beurzen wordt wel enige rekening gehouden met de inkomens van ouders. Iedere student krijgt een basisbeurs. Studenten met minder gefortuneerde ouders krijgen daar een aparte beurs bovenop.

Maar niet alleen de studiefinanciering zit Veldhuis dwars. 'Studenten zijn een bevoorrechte groep. Ze hebben veel vrijheid, ze kunnen een tijdje naar het buitenland, ze mogen zes jaar doen over hun vierjarige studie.' Studenten, kortom, moeten niet zo zeuren.

En zo ging de eerste aflevering van het Kennisdebat voornamelijk over het hoger onderwijs. Terwijl de bedoeling van het debat was een brede discussie te voeren over de vraag welke kennis iemand in 2010 moet hebben om mee te kunnen komen, wat de samenleving aan kennis nodig heeft, hoeveel erin moet worden geïnvesteerd en waar dat moet gebeuren.

H. de Greef, voorzitter van de Hogeschool van Utrecht, begon nog wel met de stelling dat hij zelf het meeste heeft gehad aan het lager- en voortgezet onderwijs. Veldhuis viel hem enthousiast bij door te stellen dat 'als er iets in gevaar is, het lager- en voortgezet onderwijs dat zijn, en niet het hoger onderwijs.'

'Zeker zijn het lager- en voortgezet onderwijs belangrijk', beaamde oud-studentenleider K. Hekster. 'Maar met alleen een diploma van de middelbare school kom je in Nederland niet ver. De discussie moet niet omslaan. Het wordt steeds lastiger om van het voortgezet naar het hoger onderwijs te gaan.' Ze doelt op de lagere beurzen en hogere leningen die studenten uit lagere inkomensgroepen afschrikken.

Die stelling kon in de ogen van het voornamelijk uit studenten bestaande publiek wel genade vinden. 'We hebben steeds minder tijd gekregen om te studeren', wist een studente. 'We hebben alleen nog maar tijd om boeken te lezen, maar niet om dingen te leren die je niet in boeken leest.' Een mede-student ondersteunde haar betoog: 'Door de lagere beurzen ben je gedwongen veel erbij te werken.'

Klachten over het hoger onderwijs, zoals Veldhuis het uitdrukte, gaan over geld en inhoud. Er is vooral een tekort aan dat laatste, hielden de studenten hem voor. 'Ik sprak net een man van Douwe Egberts, die zei dat de studie niet op de praktijk aansluit', zei een student. 'Kunnen we daarover niet praten?'

'Nou, ik zei dat er een discrepantie was', haast de man van Douwe Egberts zich te zeggen. 'De tool kit ontbreekt. Analyseren, rapporteren, stukken schrijven, dat moeten studenten wel kunnen.' De Greef knikt: 'Wat betreft de vorming van de student valt er in het hoger beroepsonderwijs nog wel wat te doen', zegt hij. Dat vindt ook de huidige studentenleider, M. Riegel. 'Wanneer je studenten niet kritisch benadert, maar slechts als consument, en ze geen schop onder hun hol geeft, blijven ze onkritisch.'

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden