Voorzitter enquêtecommissie ontkent tegenwerking justitie

De parlementaire enquêtecommissie eist van politie- en justitie-ambtenaren alle medewerking bij de verstrekking van informatie over opsporingsmethoden. Voorzitter Van Traa heeft daarover overleg gevoerd met de ministers Sorgdrager van Justitie en Dijkstal van Binnenlandse Zaken....

Van onze verslaggevers

DEN HAAG

De enquêtecommissie heeft naar eigen zeggen strenge afspraken gemaakt met de verantwoordelijke ministers over de omgang met vertrouwelijke politiegegevens. De commissie heeft daarover aan de Tweede Kamer gerapporteerd.

De ministers moeten in beginsel alle informatie geven die de commissie denkt nodig te hebben van politie en justitie. Alleen indien het staatsbelang zich ertegen verzet, kunnen de ministers besluiten geen medewerking te verlenen.

Volgens de brief van Van Traa is van dat laatste alleen sprake als de informatieverstrekking 'wezenlijk afbreuk zou doen aan zeer ernstige belangen'. Die formulering duidt erop dat de commissie zoveel mogelijk gegevens over opsporingsmethoden wil opeisen.

De commissie krijgt toegang tot alle bestanden, dus ook die van de Criminele Inlichtingen Diensten (CID's). Raadpleging van de registers is voor de commissie van belang, omdat daarin veel gegevens over opsporingsmethoden staan.

Voor één register wordt een uitzondering gemaakt: dat waarin de contacten met informanten en infiltranten worden bijgehouden. Dat register krijgen de commissieleden niet te zien. Ook de vier criminologen die in opdracht van de enquêtecommissie de aard en omvang van de georganiseerde misdaad in kaart proberen te brengen, mogen deze registers niet raadplegen.

Om commissieleden toch in staat te stellen kennis te nemen van deze gegevens, zullen de politiekorpsen van te voren de namen in de verlangde rapporten anoniem maken. Die rapporten zullen vervolgens worden gecontroleerd door twee officieren van justitie, die hiervoor speciaal zijn aangewezen.

Als de commissie het vermoeden krijgt dat er iets niet in de haak is met de anoniem gemaakte rapporten, kan de voorzitter of zijn plaatsvervanger de oorspronkelijke gegevens verifiëren. Door deze procedure wordt voorkomen dat de namen van informanten en infiltranten uitlekken. Dat kan levensgevaarlijk zijn in verband met repressailles uit het criminele circuit.

Van Traa verklaarde in een toelichting op de brief dat de enquêtecommissie in haar vooronderzoek nog niet op moeilijkheden is gestuit. Hetzelfde zou gelden voor de werkgroep van criminologen onder leiding van prof. C. Fijnaut.

Die mededeling staat in contrast met eerdere berichten dat het Openbaar Ministerie weigert de wetenschappers gesprekken te laten voeren met informanten en infiltranten van de politie. 'Van afspraken die in persberichten aan de orde zijn gesteld, is mij niets gebleken. Ik heb ook nog geen enkele bevoegdheid hoeven aanroepen om bepaalde informatie te krijgen.'

Van Traa zei dat hij met Sorgdrager en Dijkstal 'goede afspraken heeft gemaakt'. Hij verwierp fel de suggestie dat het werk van de commissie 'een bedreiging' zou vormen voor politie en justitie. 'Ik dreig niet en heb dat nog nooit gedaan. Die sfeer wil ik nadrukkelijk wegnemen. Ik wil een open klimaat.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.