Column

'Voorzetsels onthullen veel over onze relaties'

Terwijl de taal op de sociale media steeds grover wordt en doodsbedreigingen, kankerbitches en tyfushoeren ons om de oren vliegen, uiten we ons in het fysieke leven steeds meer omfloerst, merkt Aleid Truijens op. 'Problemen 'rond' de opvoeding, of de stoelgang, lijken minder ernstig dan problemen 'met' of 'bij'.'

'In de tijd van Oprah had 'share' nog een zweem van dapperheid, van weggeslikte tranen en een liefdevolle community', schrijft Aleid Truijens. Beeld reuters

Als kind moest ik een tijdje naar een heilgymnastiek-mevrouw. Ik had (heb) X-benen, die als ik ren een rare zwabbergang veroorzaken. Daar moet iets aan te doen zijn, dacht mijn opgeruimde moeder. 'Sta je lekker in je voeten?' vroeg de heilgymnaste. Ze droeg geen witte jas, zoals de beugeltandarts en de schele-ogendokter die ik óók al bezocht, maar een zandkleurig gewaad zonder model. Ik wist geen antwoord. 'Ik sta óp mijn voeten', stamelde ik. 'Niet lekker, nee, gewoon.'

Het werd niks met die therapie. De vrouw, die een cursus haptonomie volgde, vond mij een hopeloos geval. Ik vond haar eng. Op of in, het is een wereld van verschil. Als je alternatief bent, schiet de oude taal tekort. Dat ene woordje maakt jou anders. In een tv-reclame hoorde ik laatst dat je met een bepaald product 'bij jezelf komt'. Niet 'tot jezelf', als met een bakkie leut. Dicht bij jezelf komen, dat is het hoogste hedendaagse ideaal.

Voorzetsels, onschuldige woordjes die relaties leggen tussen andere woorden, onthullen veel over onze relaties. Problemen 'rond' de opvoeding, of de stoelgang, lijken minder ernstig dan problemen 'met' of 'bij'. Maatregelen 'betreffende' fraude zijn minder drastisch dan straffen tegen fraude.

Niet voor niets ontstaan sluipende veranderingen in het voorzetselgebruik vaak in kringen van hulpverleners. Dokters, verpleegkundigen, therapeuten en politiemensen zijn een minderheid die nog dagelijks echte, levende mensen tegenover zich ziet. Die zeggen iets terug, en niet altijd iets prettigs.

Geitenwollen taalverschijnselen
In de jaren zeventig geselde Jan Blokker hardnekkige gebruikers van 'welzijnstaal' in zijn columns. Het hielp, een beetje. Enkele van die geitenwollen taalverschijnselen nestelden zich in onze taal. 'Best wel', nog altijd populair onder meisjesscholieren en oudere meisjes, is de opvallendste. En het voorzetsel 'naar'. Gevoelens naar iemand, beeldvorming naar een publiek, een opmerking naar jou. Voorlichters, ministers, hoogleraren, allemaal zeggen ze het. Want 'tegen' klinkt zo naar. 'Voor' kennelijk ook.

Koppeltjes betuigen elkaar in trouwprogramma's op tv hun 'grote liefde naar jou'. Terwijl de taal op de sociale media steeds grover wordt en doodsbedreigingen, kankerbitches en tyfushoeren ons om de oren vliegen, uiten we ons in het fysieke leven steeds meer omfloerst. Niemand wil ergens op betrapt of van verdacht worden. Vandaar de groeiende voorkeur voor de fletse, dooie werkwoorden 'delen' en 'aangeven'.

 
Niet voor niets ontstaan sluipende veranderingen in het voorzetselgebruik vaak in kringen van hulpverleners.
Beeld ANP

In de tijd van Oprah had 'share' nog een zweem van dapperheid, van weggeslikte tranen en een liefdevolle community. Via Facebook verwerd het tot neutrale term voor het tonen van alles aan de medemens. Leraren, ministers, inspecteurs, onderzoekers - allemaal 'delen' ze nu hun bevindingen. Liever dan dat ze kritiek leveren, iets aantonen of ontkrachten. Mijd de confrontatie. Want oei, ze zeggen iets terug.

'Aangeven', ooit een enquête-achtig werkwoord, klinkt nog zijiger, en de populariteit ervan is nog begrijpelijker. Het woord, eveneens gebruikt voor 'zeggen' of 'melden', is ontdaan van alle mogelijke connotaties. Een volkomen geurloos en kreukvrij woord. Zowel de manier waarop iemand iets zegt - agressief, vriendelijk, luid - als diens intenties ermee - overtuigen, vleien, beschuldigen, ontmaskeren - zijn in 'aangeven' uitgewied. Stukken veiliger dan bijvoorbeeld schreeuwen, foeteren, lispelen, monkelen, honen, beloven of liegen.

'U geeft aan dat u om 20.00 uur niet op de plaats delict was?', zegt de politieagent tegen een woest schuimbekkende arrestant. Zelfs in de spreekkamer zijn 'klachten' taboe. Klachten zijn voor klagers, die willen we niet. 'U geeft aan dat u 's ochtends problemen hebt rond de stoelgang?'

'Iemand in zijn kracht zetten'
De nieuwste welzijnsmantra is het enge 'iemand in zijn kracht zetten'. Waar het woord kracht valt, kan zwakte nooit ver zijn. Tegenwoordig heten welzijnswerkers coaches; ze zijn geen ambtenaar meer maar hebben een winkel. Vandaar dat ze iets moesten verzinnen dat zowel hun bedrijf als de afknijpende overheid voordeel oplevert. En de 'cliënt', ogenschijnlijk.

Daar-om 'zetten' ze, als God, demente bejaarden, zwakzinnigen en voedselbankbezoekers 'in hun kracht'. Precies die mensen die kracht ontberen, anders zaten ze niet in zo'n afhankelijke positie.

Het zinnetje klinkt fijner dan 'verschoon zelf uw luier maar' of 'het busje rijdt niet meer'. De sympathieke spreker gelóóft in de kracht van onmachtigen. 'Eigen kracht' werd een begrip, een beweging, een religie, met conferenties en 'empowerment'-trainingen. Een winkel die draait als een tierelier. Geniaal. En een blijvertje in de taal, vrees ik.

Aleid Truijens is columnist voor de Volkskrant.

 
De nieuwste welzijnsmantra is het enge 'iemand in zijn kracht zetten'. Waar het woord kracht valt, kan zwakte nooit ver zijn.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden