Voorzetsels en God

Bij de groenteboer. Ik sta af te rekenen en de oude dame naast me buigt zich over mijn aankopen, die in al hun kwetsbaarheid vlak voor haar op de toonbank liggen uitgestald....

Er zijn dagen dat de kritiek van alle kanten komt. Op dezelfde dag dat mijn groenten werden beschimpt in de groentenwinkel, ontving ik een brief van een lezer die mij ter verantwoording riep over een voorzetsel. De toon van de brief was weliswaar allerhartelijkst, maar kon niet verhullen dat de aanleiding tot het schrijven een ernstige was: ik had een paar weken geleden op deze plek 'in the bus' geschreven, waar het 'on the bus' had moeten zijn.

Nu begon een avontuurlijke reis door mijn naslagwerken die de rest van de voorjaarsdag in beslag zou nemen. De eerste stap was snel gezet, want de briefschrijver had het mis. In mijn stukje had ik alleen maar aangehaald wat Sir Patrick Devlin ooit schreef over 'de man in de straat - of om een archaïsme te gebruiken dat alle juristen kennen - the man in the Clapham omnibus.' Ziet u wel, antwoordde ik de briefschrijver blij, het was Sir Patrick die 'in the bus' verkoos boven 'on'. En wie ben ik dan om 'in' te vervangen door 'on'?

Nou goed, ik geef toe dat ik intussen wel degelijk aan de formatiebesprekingen dacht. Maar de uitkomst daarvan maakte me al gauw zo volstrekt sprakeloos, dat ik eerst weer een tijdje in woordenboeken moest rommelen voordat ik mijn zinnen kon ordenen. Ik haalde Usage and Abusage van Eric Partridge te voorschijn, zonder twijfel het leukste woordenboek dat ik ken, en zocht naar 'in' en naar 'on'. Onder 'in' vond ik niet 'on', maar wel 'at'. De Engelsen zeggen 'in London', maar ze zeggen 'at Oxford'. Ze zeggen 'in Paris', maar weer 'at Rouen'. De algemene regel, schreef Partridge, is dat je 'in' grote steden bent, en 'at' kleinere steden. Shakespeare kon 'at London' zeggen, omdat Londen toen nog te klein was om er 'in' te zijn.

Mijn sprakeloosheid over de uitkomst van de formatiebesprekingen, intussen, betrof de steeds hartelijker toenadering van onze toekomstige regering tot de SGP. Tot nu toe werd de nationale discussie over de SGP altijd omzeild: de partij was een splinterpartij, en waarom zouden we onze energie daaraan verspillen? Maar inmiddels was die splinterpartij al bijna toegetreden tot de regering en vervolgens werd haar beloofd dat ze vanuit een mysterieuze positie invloed zal krijgen op het regeringsbeleid. En dus zou je verwachten dat dan nu die discussie zou losbarsten - maar nee. Niets. Niets. Niets.

Ik wil niet de indruk wekken een campagne te voeren tegen de SGP. Jawel, ik verbaas me over de standpunten van deze politici, maar wie ben ik om hun die standpunten te verbieden? Het gaat me dus helemaal niet om hun weigering vrouwen toe te laten tot hun partij. Het gaat me niet om hun mening over homoseksualiteit. Het gaat me zelfs niet om hun pleidooi voor de doodstraf. En het gaat me ook niet om de ruwe dreiging in hun toon - al kan ik iedereen aanraden de website van de SGP eens te bezoeken. De oproep om op de partij te stemmen klinkt daar zo: 'Wie God, de Allerhoogste versmaadt en veracht, wie Zijn Woord verwerpt, zal Zijn ontzettende toorn gewaar worden.'

Nee, daar gaat het me allemaal niet om. Het gaat me erom dat de politieke principes van de SGP aan de helft van de Nederlandse bevolking een grondrecht ontzeggen. Je kunt je niet voorstellen dat een regering sympathie zou koesteren voor een partij die moslims het passief kiesrecht dreigt te ontnemen. Is het burgerschap van vrouwen dan niet net zo politiek relevant? Het laatste jaar stond het land op zijn kop bij iedere losse uitspraak van iedere politicus, over iedere vage belediging werd gevochten. En nu ligt er dan eindelijk een echt fundamenteel probleem, en nu vinden we opeens alles best? Affijn, de politiek vertoonde al met al zo'n onbegrijpelijk gebrek aan ernst dat ik me gedwongen voelde voorlopig serieuzere onderwerpen te kiezen.

Dus keerde ik weer terug de kwestie rond 'in' en 'on'. In de tijd dat ik even weg was geweest, was een complicatie ontstaan. In 'Usage and Abusage' schreef Partridge dat volgens Dr. Smith het voorzetsel 'in' toch ook wordt gebruikt voor kleinere steden, mits de spreker daar op dat moment is. De reden zou kunnen zijn, dacht Smith, dat een plaats groter lijkt als je er zelf middenin staat. Welnu, had ik mijn briefschrijver willen antwoorden - maar mijn antwoordbrief was al weg - als we dit allemaal per analogie zouden toepassen op de bus, dan zeggen we 'the man in the bus' als het een grote bus is, maar ook als we zelf de man zijn die erin zit.

Net was ik tot die conclusie gekomen, of een tweede brief arriveerde. En hoewel ook de toon van deze brief hartelijk was, kon die al evenmin verhullen dat de aanleiding tot het schrijven een ernstige was: ik had een paar weken geleden op deze plek 'niet ondenkbeeldig' geschreven, waar het 'niet denkbeeldig' had moeten zijn. Goed, déze briefschrijver had gelijk. En even voelde ik de verleiding opkomen te herhalen wat Eric Partridge schreef over de Dubbele Ontkenning, maar ik zag dat mijn tijd bijna om was. Met mijn woordenboeken erbij kost het schrijven van ieder woord me een uur, wat betekent dat ik over het schrijven van deze stukjes feitelijk drie maanden doe - zodat het een groot en onbegrijpelijk mysterie is dat ze hier iedere week verschijnen.

'God is in de details'. Dat schreven de briefschrijvers mij. En ik had vandaag onze toekomstige regering die wijsheid willen meegeven voor onderweg, maar ik merkte hoe mijn stem als vrouwelijk burger begon weg te sterven. Er is bijvoorbeeld, fluisterde ik nog, een belangrijk verschil tussen 'womankind' en 'womanishness'. Maar onze bestuurders luisterden al niet meer naar mij.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden