Vooruitgang

In Den Haag liep ik tegen een ontzielde bioscoop op. Het was midden in de stad, op het Spui. De naam van de bioscoop stond nog in grote letters op het dak....

Martin Bril

Asta.

Het was een groot, robuust, bakstenen gebouw uit de tijd voor de Tweede Wereldoorlog. Het had iets onverzettelijks, maar ook iets elegants. Veel bouwwerken uit die tijd hebben dat. Het kan ook met de baksteen te maken hebben. Prachtige steen. In dit geval was een donkerrode, bijna bruine steen gebruikt.

Ooit had Asta drie zalen. Asta 1, Asta 2, Asta 3. De bijbehorende lichtbakken hingen nog boven de ingang. Maar reclame voor films werd er niet meer in gemaakt. In de bak van Asta 1 hing de uitroep 'Kasten Bankstellen Tafels Sfeerverlichting.' In 2 stond Asta Woonstijl en in Asta 3 schreeuwden 'Stoelen Decoratie Spiegels en Loyd Loom' om aandacht. De bioscoop was een meubelhal geworden, en nog niet eens zo lang geleden, want aan de zijkant van het gebouw hing nog een lichtbak van Pathé, blauw en geel, fris van de lever.

Ik herinner mij het moment waarop ik de bioscoop zag. Ik stond op de hoek van Spui en Lange Poten en keek naar links. Het regende. Er kwam een tram aan die richting Loosduinen ging. De halte voor mijn neus heette Centrum. Ik moest midden in Den Haag zijn. Toen zag ik de oude bioscoop en ik stak over. Zelfs vermomd als meubelhal hebben bioscopen nog een grote aantrekkingskracht.

Het beeld van donkere zalen waar overdag films worden vertoond voor een enkele bezoeker en een verliefd stel, dezelfde zalen afgeladen vol, maar dan 's avonds, het rumoer van het publiek voor de hoofdfilm begint, de geur van popcorn, de boze fluistering die door de zaal gaat als laatkomers door zaklantarens naar hun plaats worden gedirigeerd.

In de foyer van Asta stonden bankstellen van een soort dat je zelden in het wild aantreft, maar waar kennelijk toch een grote behoefte aan is. Meer in het binnenste van de bioscoop zat een jongeman achter een computer. Aan de glimlach op zijn gezicht was te zien dat het niet de omzetcijfers waren die op zijn beeldscherm voorbijkwamen. De hele dag wat over internet surfen, ook het verkopersgilde heeft een ontwikkeling doorgemaakt.

Tsja.

Ik keek me om heen. Het Spui lag er niet al te florissant bij, maar van rechts leek de nieuwbouw op te rukken. Verder gokhallen, leegstand, een uitzendbureau, een lege Chinees en een filiaal van City Optiek. Trams die kwamen en trams die weer gingen. Ik probeerde me voor te stellen hoe hier 's avonds de bioscoop leegstroomde. De echtparen die zich zwijgend weghaasten, de babysit moet naar huis, de stellen die de film nog bespreken, onderwijl hun jas aantrekkend, sigaretten opstekend – nog even naar de kroeg of niet? – , de groepjes jongelui die zich rumoerig opmaken voor een nachtje stappen, de stad die aan hun voeten ligt.

De opwinding.

Niets was er nog van te vinden op de trappen van de oude bioscoop Asta. Ooit was het een tempel waar de overgang van dag naar nacht, van werkelijkheid naar illusie, van orde en rust naar roes en lust kon worden gevierd, en nu was het niets meer, een oud gebouw overgeleverd aan de domme handel in bankstellen en spiegels waar alleen heel lelijke mensen in zouden willen kijken. Ik werd er niet vrolijk van, maar op zulke momenten denk ik altijd maar aan de woorden van John Lee Hooker: It serves you right to suffer. Het is allemaal vooruitgang die we over ons zelf hebben afgeroepen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden