Voorstel rekent af met negatieve klank van 'sociale voorziening' Salaris per strippenkaart voor topsporters

Het wordt steeds waarschijnlijker dat alle 350 topsporters in Nederland met ingang van 1 januari 1999 een basissalaris krijgen van ruim 2000 gulden per maand....

Van onze verslaggever

PAPENDAL

Het laatste woord is nu aan het ministerie van WVS, dat de nieuwe salarisregeling nog moet goedkeuren. Vandaag wordt het voorstel in de Tweede Kamer behandeld. Vertegenwoordigers van de grote partijen hebben al, tijdens een symposium van de atletencommissie vorige maand in Amsterdam, aangegeven dat ze in principe achter zo'n regeling staan, die de sporter meer tijd gunt zich voor te bereiden op grote kampioenschappen.

Als het plan aangenomen wordt, dan krijgen topsporters in 1999 te maken met een zogenoemde strippenkaart, waarbij elke strip staat voor een dagdeel dat besteed wordt aan het trainings- en wedstrijdprogramma. Iedere strip geeft recht op een vergoeding die gelijk is aan het wettelijk minimumloon, 57 gulden bruto.

Iedere A-sporter krijgt een kaart voor maximaal tien strippen per week. Met vakantie is rekening gehouden, bij blessures volgt een uitkering volgens de ziektewet. Concreet betekent het, dat een sporter gemiddeld tussen de 25- en 30 duizend gulden per jaar krijgt, inclusief een vaste onkostenvergoeding van 500 gulden per maand.

Het geld komt uit de rente die het Fonds voor de Topsport opbrengt. Dat fonds is momenteel 51 miljoen gulden groot. De opgelopen, 'liggende' rente bedraagt 8,9 miljoen gulden. Eind 2000 is er een bedrag van 14 miljoen in kas.

De nieuwe regeling is een overbruggingsregeling, om vooral sporters bij te staan die trainen voor de Olympische Spelen van 2000 in Sydney. Maar ook niet-olympische sporters komen er voor in aanmerking. Vanaf 1 januari 2001 moet, zo meent NOCNSF, een permanente vorm van topsportsalaris in het leven zijn geroepen.

Die regeling zal, volgens plannen van de sportkoepel, gefinancierd worden door de georganiseerde sport en de overheid, met eventueel steun van het bedrijfsleven en een (eenmalige) speciale loterij.

Niet alle topsporters komen in aanmerking voor de tijdelijke salarisregeling. Profvoetballers vallen er buiten, omdat er een bovengrens van 100 duizend gulden bruto per jaar wordt getrokken. Het merendeel van de Nederlandse A-sporters verdient echter beduidend minder dan die ton, zo blijkt uit een recente enquete van de atletencommissie. Wanneer sporters onzeker zijn over de verwachte hoogte van hun inkomen, dan kunnen ze wel gebruik maken van de strippenkaart-regeling, achteraf kunnen ze dan terugbetalen.

Er lagen gisteravond in Papendal twee mogelijkheden ter tafel. Het ene behelsde een vast minimumloon, waarbij het al bestaande inkomen (of studiebeurs) van de sportvrouw of -man wordt aangevuld tot het wettelijk minimumloon. Bij sporters die niks verdienen, zou in principe ook het gehele minimumloon uit de nieuwe regeling komen.

Als alle A-sporters van Nederland zouden besluiten te stoppen met werken of studeren, dan zou er tot 2001 onvoldoende geld in het fonds zijn. Dat was een te groot risico, NOCNSF geeft daarom de voorkeur aan het strippenkaartsysteem, ook omdat daarbij het sporten (en trainen) beloond wordt, en er geen sprake is van een 'sociale voorziening', die in de ogen van veel sporters toch een wat negatieve klank heeft. Nu is er sprake van 'loon naar sporten'.

NOCNSF wordt formeel geen werkgever, voor de uitvoering van de regeling wordt een nieuwe stichting in het leven geroepen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden