Voorschrift uit de Koran (Soera 2:172-173)

O gij die gelooft, eet van de goede dingen, waarmede Wij u hebben voorzien de dank God, indien gij Hem alleen aanbidt. Hij heeft u slechts het gestorvene, het bloed, het varkensvlees en datgene, waarover een andere naam, dan die van God is afgeroepen, verboden. Maar hij die gedwongen is en dit niet wenst en geen overtreder is, op hem rust geen zonde. Want God is Vergevensgezind, Genadevol.

Bij halal slachten (Dhabiba) worden doorgaans onder meer de volgende regels in acht genomen:

Het dier moet gezond zijn en mag geen verwondingen hebben.

De slachtplaats moet rein zijn.

Het dier moet met respect en sympathie worden behandeld. Het slachtmes mag niet zichtbaar zijn voor het dier of in de nabijheid van het dier worden geslepen.

Het slachten mag niet door andere dieren gezien worden.

Het slachten moet gebeuren door een praktiserende moslim, veelal een imam.

Voor de halssnede spreekt de slachter de woorden Bismillah, Allahu Akbar (in naam van God, God is groot) uit, en daarmee zijn dankbaarheid en respect voor Diegene die in het voedsel voorziet: de Allerhoogste.

Dier en slachter kijken in de richting van Mekka.

Een scherp voorwerp, meestal een mes, moet worden gebruikt om het dier met een enkele ononderbroken beweging te hals door te snijden, vlak onder het kaakbeen.

De volledige hals moet worden doorgesneden, dat wil zeggen de luchtpijp, de slokdarm, bloedvaten en de vier zenuwbanen naar de hersenen, maar het ruggemerg mag niet worden beschadigd.

Het dier moet volledig leegbloeden.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden