Column

Voorschools onderwijs heeft écht geen effect

Geloof is hardnekkig. De feiten zijn vaak een nare spelbreker. Vooral als de bedoelingen zo goed en nobel zijn. Op 7 november 2015 presenteerde Ruben Fukkink, bijzonder hoogleraar Kinderopvang, zijn onderzoek naar de effecten van vroeg- en voorschoolse educatie (vve) aan Mariëtte Hamer, voorzitter van de Sociaal-Economische Raad (SER).

Beeld anp

In Fukkinks rapport stonden schokkende conclusies: die effecten zijn er niet. Fukkink bekeek 21 onderzoeken naar voorschools onderwijs aan peuters. Niet één onderzoek rapporteerde een meetbaar effect. Niet op taalvaardigheid, niet op rekenen, zelfs niet op sociale vaardigheden. De educatieve programma's op peuterspeelzalen en peutergroepen in de kinderopvang hebben geen enkele zin.

Goede bedoelingen te over. Kinderen met (taal)achterstanden zouden een 'ontwikkelrecht' moeten krijgen. Als die achterstand was vastgesteld, kregen ze een 'indicatie' en mochten ze twee ochtenden per week gratis naar de peuterzaal. Een geweldige 'investering' die enorm zou lonen. Maar die kinderen schoten er niets mee op. En al die leidsters werden voor niets bijgeschoold. Geld kostte het wel. Fukkink schat dat er een half miljard euro per jaar met vve gemoeid is. Weggespoeld geld. Wat had dat goed benut kunnen worden om kinderopvang voor iedereen betaalbaar te maken.

Veel onderzoekers hebben wel een vermoeden waarom voorschoolprogramma's niet werken. Het niveau van de pedagogisch medewerkers is niet altijd voldoende, zeker het taalniveau niet. Je leert pas nieuwe woorden en complexere zinnen van iemand die ze zelf goed gebruikt. Dat vergt een grote inspanning van de mbo-opleidingen.

Maar hé, tweeënhalve maand later komt Hamers SER met een advies aan de regering: geef alle 2- tot 4-jarigen recht op 16 uur kinderopvang, ook die van niet werkende ouders. Als ik het goed begrijp wil de SER dat die voorziening voor kinderen met achterstanden gratis is; andere ouders betalen een inkomensafhankelijke bijdrage. De vertrouwde argumenten duiken gewoon weer op: zó goed voor de ontwikkeling van peuters. En vooral voor het verminderen van achterstanden! Onderbouwd worden deze aannamen niet. Had de SER Fukkinks rapport niet gelezen?

Minister Asscher volgt het SER-advies niet op. Hij vindt de 8 uur voorschool per week die hij voorstaat voor alle peuters al 'goud', zei hij. Over gebrek aan effectiviteit van het peuteronderwijs hoor je ook hem niet.

De SER zal blijven aandringen. In Nederland is het een rommeltje, de voorschoolse voorzieningen, daar heeft de SER gelijk in. Buitenlanders die hier wonen weten niet wat ze meemaken. Je hebt de commerciële, dure kinderopvang (de kosten krijg je deels terug via de belasting), waar al dan niet vve wordt aangeboden; je hebt peuterspeelzalen en voorscholen, al dan niet gratis, en al dan niet bedoeld voor achterstandskinderen.

Aan die speelzalen, waar kinderen maar enkele ochtenden per week naartoe gaan, hebben werkende ouders niets. In de praktijk zie je daarom een tweedeling: kinderen van hoogopgeleide tweeverdieners zitten op de crèche, kinderen met achterstanden en van niet-werkende ouders gaan naar de peuterspeelzaal. Dat moet doorbroken worden, vindt de SER terecht. Maar doet haar voorstel dat?

Subsidie voor kinderopvang is bedoeld om het ouders mogelijk te maken te blijven werken. Bied je kinderen van wie één ouder niet werkt 16 uur gratis of bijna-gratis kinderopvang aan, dan stimuleert dat niet om een baan te zoeken, zeker niet als het om peuterzalen gaat. Die ouder heeft dan vier vrije ochtenden.

Zolang je met 'indicaties' voor gratis opvang werkt, houd je de segregatie in stand. Indicaties als taalachterstand, gedragsproblemen of 'een sociaal zwakke omgeving' zijn behoorlijk stigmatiserend. Wie bepaalt dat? Op grond waarvan? Vooroordelen sluipen er makkelijk in. Dat ouders gebrekkig Nederlands spreken, arm zijn of in een slechte buurt wonen, maakt hen nog niet vanzelf slechte opvoeders en hun kinderen niet kansarm.

Zou het echt zo moeilijk zijn: één goede, betaalbare voorziening voor alle kinderen van 0 tot 12? Waar kinderen het leuk hebben en waar ze kunnen spelen en rondrennen. Waar ze enkele (mid)dagen per week naar toe gaan en - mag ik hopen - een paar dagen niet. Waar ze een heleboel niet-meetbare dingen leren, zoals vriendjes maken, speelgoed delen, legoën, kleien, hutten bouwen.

Kinderen hebben niet alleen 'ontwikkelrecht', maar ook speelrecht. Wat een rust zou dat geven voor ouders en kinderen.

Aleid Truijens is schrijfster, literatuurrecensente en biografe. Reageren? opinie@volkskrant.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden