Vooroorlogs Amsterdam was een haven voor ballingen

Wandelend met Bettina Baltschev zag Arjan Peters sporen van vooroorlogs Amsterdam, een haven voor ballingen.

Beeld Lisa Klaverstijn & Marie Wanders

Laat me drie plekken zien, vroeg ik tevoren aan Bettina Baltschev (1973), de Duitse journalist van wie de handzame studie Hel en paradijs (Querido; euro 18,99) is verschenen. Daarin vertelt ze over door de nazi's verboden schrijvers die in de jaren dertig van de vorige eeuw bij de Amsterdamse exiluitgeverijen Querido en Allert de Lange terecht konden: Joseph Roth, Klaus Mann, Irmgard Keun, Leonhard Frank en Alfred Döblin.

Maar Baltschev, die als 16-jarige scholier via een uitwisselingsprogramma in 1990 een jaar in Amsterdam-Slotervaart woonde, Nederlands leerde en tegenwoordig een week per maand in de hoofdstad verblijft, toont de lezer ook de sporen van een vooroorlogs Amsterdam die nog zichtbaar zijn.

Om te beginnen wacht ze me op in het boekenpaleis van antiquariaat Kok, een van de weinige zaken in de Damstraat zonder tattoos, tepelklemmen, wiet en friet. Naar boven. Uit de kast met Duits vist ze feilloos titels van Bruno Frank, Lion Feuchtwanger en Vicki Baum, uit de jaren dertig, bij Querido Verlag verschenen.

Een buiging

Zo kwam Baltschev op het idee: die boeken zíjn er nog. Door hun ontstaansgeschiedenis op te schrijven, kon ze iets terugdoen voor de stad waar ze twee jaar geleden haar liefde heeft gevonden.

We lopen naar Keizersgracht 333, en stellen vast dat het pand in de steigers staat. Hier zát Querido dus, vandaar dat uitgever Fritz Landshoff (1901-1988) zijn memoires zo noemde: Amsterdam, Keizersgracht 333. Hij kon hier auteurs werven, dankzij de oude baas die Baltschev de 'Ermöglicher' noemt, de mogelijkmaker; oprichter Emanuel Querido (1871-1943).

Voor die twee mannen maakt ze in Hel en paradijs een buiging. Plus de schrijvers die zij aantrokken, onder wie dus Roth, die al vóór zijn ballingschap het eten nagenoeg had opgegeven, om de paar jaar die hij nog had geheel aan schrijven te kunnen besteden - naast het roken en drinken dan.

De Engelse Reet

Bijvoorbeeld in de Engelse Reet, het café in de Begijnensteeg waar de wandeling eindigt. Een plaquette boven zijn vaste zitplaats herinnert aan de Duitse stamgast.

'Inspiratie opgedaan?', vraagt de ober een uurtje later beleefd. 'Als hier een stukkie in de krant van komt, gaan we onze naam nog terugzien? Zal dit jaar de tweede keer wezen. In het Boekenweekgeschenk staan we ook, met een paar regeltjes.' Dat is mooi van Herman Koch. Maar díe durfde de naam niet in de titel te gebruiken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden