Voornemen

Elk jaar neem ik me rond deze tijd voor een paar kilo af te vallen. Dat goede voornemen is de erkenning van een smadelijke nederlaag, want vorig jaar zei ik hetzelfde, en het jaar daarvoor ook al.


Het moderne ik voelt de vrijheid ook in zijn buik, stelde de Duitse filosoof Wilhelm Schmid in zijn Handboek voor de Levenskunst uit 2004. Wij moeten zelf kiezen wat we willen eten en drinken, en vooral hoeveel. Onze voorouders waren allang blij dat ze te eten hadden of sloegen naar binnen wat de traditie ze aanreikte. De jongens met wie ik vroeger op voetbal zat, werden dikker naarmate ze langer getrouwd waren. Een kwikzilverige rechtsbuiten dijde langzaam uit tot een zwaarlijvige libero, onvermoeibaar aangemoedigd door zijn vrouw, zelf ook niet meer de dunste. Dan heeft de post-traditionele man het een stuk moeilijker. Zijn vrouw staat niet meer langs de lijn, maar zijn gevecht met de zwaartekracht wordt op de voet gevolgd, en genadeloos van commentaar voorzien.


Zoals veel denkers heeft Schmid veel bewondering voor de ascese, de beteugeling van de begeerte door de geest. Wie kan vasten, is vrij. Voor hem is begeerte geen norm, maar een optie. Filosofisch klinkt het aantrekkelijk, maar in de praktijk komt het vergeestelijkt universum van de asceet me weinig aantrekkelijk voor. Wat is dat voor een vrijheid, die dorre discipline der matigheid?


Goede voornemens zijn een vorm van zelfbedrog, concludeerde ik. Ze lopen steevast uit op mislukking en zelfverwijt. Ik stond op het punt deze oudejaarstraditie overboord te zetten, toen ik op internet een oud interview met Coen Simon uit Filosofie Magazine tegenkwam. 'We falen voortdurend, maar we herwinnen onze menselijkheid door ons altijd weer het goede voor te nemen', zegt Simon. 'Door goede voornemens tonen wij niet de zwakheden, maar juist de kracht van de mens. Wat hebben we anders nog? De hoop sterft als laatste.'


Het leven is een cyclus van streven en falen. Hopelijk is het netto resultaat positief, als een spiraal die langzaam naar boven beweegt. Volgens de Franse filosoof Albert Camus is zelfs dat een illusie. Hij vergelijkt de mens met Sisyfus, de mythologische figuur die een steen de berg oprolt. Als hij boven is, rolt de steen weer naar beneden en begint Sisyfus opnieuw, zijn leven lang. Toch is Sisyfus gelukkig, zegt Camus.


Het is toch een troostrijke gedachte. Een mens zonder goede voornemens is geen mens. Ik denk dat het toch maar weer ga proberen.


Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden