Voorman supermarkten: ‘Berg je maar, want boodschappen worden alleen nog maar duurder’
De gesprekken over het Landbouwakkoord zitten muurvast, en supermarkten zijn daar medeverantwoordelijk voor. Althans, dat vindt landbouwminister Piet Adema. Onterecht, zegt Marc Jansen, die namens de supermarkten onderhandelt. ‘Er komen héél veel extra kosten aan op het gebied van waterkwaliteit en klimaat.’
Na anderhalve dag stevig onderhandelen over het Landbouwakkoord rijdt Marc Jansen op 18 april aan het einde van de middag weg bij het statige Kasteel de Essenburgh in het Gelderse Hierden, de thuisbasis van deze gespreksronde. Terwijl Jansen nog onderweg is, krijgt hij een sneer van minister Adema.
‘Sommige partijen, zoals ketenpartijen (supermarkten, veevoerbedrijven, red.), blijven écht achter’, zegt Adema tegen de bij het kasteel verzamelde televisiejournalisten. Doen die partijen niet meer water bij de wijn, dan volgen dwingende maatregelen, als het aan hem ligt.
Over de auteur
Fleur Damen is economieverslaggever van de Volkskrant en schrijft over landbouw en het stikstofdossier.
Aan de landbouwtransitie moet iedereen bijdragen, benadrukte stikstofbemiddelaar en initiatiefnemer van het Landbouwakkoord, Johan Remkes, al eerder. Dus ook de supermarkten. Maar dat die niet zouden bewegen, dat is ‘gewoon niet het geval’, zegt Jansen, als de vertegenwoordiger van die supermarkten twee weken later in zijn sobere kantoor in Leidschendam. ‘Blijkbaar vindt de minister het nodig om zich op die manier naar buiten toe uit te drukken.’
Marc Jansen (55) is al ruim twintig jaar directeur van het Centraal Bureau Levensmiddelen (CBL), een koepelorganisatie van alle grote Nederlandse supermarktketens. Zijn kantoor biedt uitzicht op een lege parkeerplaats, waar afgelopen zomer nog boze boeren stonden met hun trekkers, protesterend tegen het ‘uitknijpen’ door de supermarkten.
Al maanden zit Jansen om tafel met vertegenwoordigers van boeren, ministerie, provincies, natuurorganisaties en andere partijen. Het doel: harde afspraken over een duurzamere landbouw tussen ministerie, provincies, boeren, natuurorganisaties, én ketenpartijen.
De gesprekken, die aankomende week tot een conceptakkoord moeten leiden, zitten muurvast. Maar het vingerwijzen naar de supermarkten – van de minister, van de boeren – is volgens Jansen niet op zijn plaats.
Waarom vindt u dat er onterecht naar de supermarkten wordt gewezen?
‘De boeren kruipen af en toe makkelijk in de slachtofferrol. Voor een deel is dat terecht, want het is een zwaar gereguleerde sector die daardoor is overgeleverd aan de grillen van politici. Dat komt ook doordat ze subsidie krijgen, en er dus belastinggeld naartoe gaat. Iedereen bemoeit zich met hun erf. Daar ga je je vanzelf een beetje slachtoffer van voelen. En als je eenmaal slachtoffer bent, dan heb je ook een dader nodig.’
En dat zijn jullie, de supermarkten?
‘Ja, wij zijn een vrij makkelijk doelwit. Om in de hand te bijten die je voedt – die van zuivelcoöperaties of de overheid – is voor boeren niet zo handig. Het negatieve sentiment over supermarkten is er bij boeren altijd geweest en dat zal nooit anders worden. Supermarkten springen echt niet meteen in de frustratiestand daarover. Maar het sentiment is overgeslagen naar het ministerie van Landbouw en de Kamer. Het overheerst, ook in de gesprekken over het Landbouwakkoord.’
Ahold, het moederbedrijf van Albert Heijn, boekte vorig jaar een recordwinst van 2,5 miljard. Dan mag er toch iets van u worden verwacht, nu de landbouw moet worden verduurzaamd?
‘Het geld klotst echt niet tegen de plinten. Sterker nog, bij Albert Heijn en Jumbo loopt de winstgevendheid de afgelopen jaren terug door de invasie in Oekraïne en hogere salarissen. De winst van Ahold kwam uit de Verenigde Staten, waar de markt heel anders is, en was deels te danken aan de gunstige dollarkoers. We moeten ook de hogere kosten voor de energietransitie zien weg te werken en er komen héél veel extra kosten aan op het gebied van waterkwaliteit en klimaat. Maar wij hebben wél de opdracht om mee te helpen in de transitie waar de landbouw voor staat.’
Want de Nederlandse supermarkten, die willen echt wel bijdragen aan verduurzaming van de landbouwsector, benadrukt Jansen. Hun voorstel: een nieuw duurzaamheidskeurmerk op aardappelen, groente, fruit, zuivel, vlees en eieren in alle supermarkten. De meerkosten die Nederlandse boeren en tuinders maken om dat aan het keurmerk te voldoen, worden betaald door de supermarkten. Producten zonder het keurmerk verdwijnen uit de schappen. ‘Binnen een, twee jaar gaan we dat gewoon operationeel maken’, zegt Jansen zelfverzekerd.
Wéér een keurmerk erbij, zullen veel mensen denken. Waarom doet u niet meer, bijvoorbeeld stoppen met stunten met vlees met een hoge milieu-impact?
‘Dat is niet aan het CBL. Dat is een flauwe opmerking, maar wij mogen nooit zelfs maar de indruk wekken dat we de verkoopprijs in de supermarkt bepalen. Dat is individueel beleid van supermarkten. Het is het klassieke dilemma van supermarkten: we redeneren altijd vanuit de klant, zijn hun inkoopagent. In die positie zit je altijd tussen hamer en aambeeld. Dat is geen klacht of zielig verhaal, dat is gewoon zo. De leveranciers willen altijd meer betaald krijgen voor hun producten, consumenten hebben geen oneindige portemonnee. ’
Twistpunt in de onderhandelingen over het Landbouwakkoord: de 80 procent van de landbouwproducten die niet in Nederlandse schappen terechtkomen. Daarin kan het CBL weinig betekenen, zegt Jansen. ‘Wij kunnen afnemers in andere landen alleen vragen de hogere kosten van duurzamere Nederlandse producten voor hun rekening te nemen. Maar dat is niet zo makkelijk.’
Waarom betaalt u niet gedeeltelijk mee aan duurzamere export?
‘Dat moeten de exporteurs zelf organiseren. Net als leveranciers van boeren, zoals veevoerbedrijven of machinemakers voor de landbouw. Die moeten ook bijdragen. Andere partijen kunnen niet denken: wij houden de hand op de knip of verhogen zelfs onze prijzen, want die supermarkten gaan die boeren wel extra betalen.’
Jansen haalt een A4'tje met een grafiek uit een la. Het zijn de winsten van grote leveranciers – Nestlé, FrieslandCampina, Unilever – afgezet tegen die van supermarktketens, die er bleekjes bij afsteken. ‘Je moet je afvragen waar de meeste winsten worden gemaakt, en wie er het meeste profiteren van crises’, zegt Jansen.
Dat is niet bij supermarkten, wilt u maar zeggen.
‘Nee. Ik wil niet jij-bakken, maar ze doen het zelf ook, dus een klein beetje mag wel. Iedereen gunt deze bedrijven fantastische winsten. Maar als het gaat over wie wat verdient in de keten, zijn de marges in supermarktland minimaal. Dat is mijn frustratie: als de minister zegt dat ketenpartijen moeten leveren, wordt dat één-op-één vertaald naar supermarkten.’
Het is wellicht het enige dat alle deelnemers aan de landbouwtafel gemeen hebben: hun de vrees om hun deel van de grote taart van de Nederlandse landbouw te zien krimpen wedijvert alleen met de angst om een ander erop vooruit te zien gaan.
Zo vindt politiek Den Haag dat de Rabobank, hofleverancier van leningen aan Nederlandse agrariërs, een steentje moet bijdragen, bijvoorbeeld door boerenleningen af te schrijven. Geen optie, roept de bank al maanden: die weet dat die leningen indirect vanuit overheidsgeld zullen worden afbetaald, via de uitkoopregeling van het kabinet.
Iedereen is voor verduurzaming. Maar als er betaald moet worden, wijst u allemaal naar elkaar. Het gevolg is dat de gesprekken vastzitten. Maar u profiteert toch al jaren van de grootschalige landbouw, die nu onder druk staat?
‘Absoluut. Nederland is echt een topspeler op het gebied van agrifood, op alle vlakken. We zitten op een enorme berg aan kwalitatief hoogwaardig voedsel en hoogwaardige kennis. Die schaalgrootte resulteert in relatief lage prijzen. Daar hebben supermarkten in Nederland van geprofiteerd. En de Nederlandse consumenten ook. Die hebben altijd goed voedsel beschikbaar voor relatief lage prijzen.’
Sommigen vinden dat profiteren grenst aan misbruik. Want zolang jullie de boeren niet meer betalen, kunnen ze niet overstappen naar duurzamer of biologisch.
‘Biologisch is een aparte markt, daar zijn al wachtlijsten voor. We hebben een beperkte afzet. We kunnen wel veel meer boeren onder die standaarden brengen, maar als er geen markt voor is, kun je die boeren niet vergoeden.’
Dus het is de schuld van de consument dat er niet meer duurzame producten in de supermarkt liggen.
‘Nee, het is iets waar je met elkaar in groeit. Consumenten willen graag niet te veel betalen. Ik niet, u waarschijnlijk ook niet. Terwijl we het wellicht wel kunnen lijden. Wie koopt er nog wasmiddelen als die niet in de aanbieding zijn? Maar als je ziet dat dat model vastloopt, zoals nu, dan vind ik dat je gezamenlijk een verantwoordelijkheid hebt. Wij supermarkten zeggen niet: ‘Boeren, stik er maar in.’ Sterker nog, we doen het tegenovergestelde. Laten we nou met z’n allen zorgen dat we de draai maken.’
Moeten Nederlandse consumenten dan ook rekenen op hogere prijzen?
‘Kijk, we hebben het voedselsysteem extreem efficiënt gemaakt. Dus alles wat we aan verduurzaming doen, is het inbouwen van inefficiëntie.’
En dus gaan de prijzen omhoog.
‘Ja, ik denk dat dat wel een hoofdconclusie is. Ik hoor de laatste tijd veel klachten van consumenten dat boodschappen te duur worden. Dan denk ik: berg je maar. Want het wordt alleen nog maar duurder als we doen wat we beloven, op gebied van stikstof, water, noem maar op. Een deel van die kosten zullen we toch moeten doorbelasten aan de consument, met dit soort lage marges voor supermarkten.’
Reactie FNLI, belangenbehartiger voor verwerkende en importerende bedrijven in de voedingsmiddelensector
‘Als belangenbehartiger van voedingsmiddelenproducenten begrijpt de FNLI dat deze tijd vraagt om een nieuw geluid, waarin eenieder kijkt naar zijn eigen rol. De kracht van verduurzaming zit juist in samenwerking. Samenwerking om de vele verduurzamingsinitiatieven die door boeren en verwerkers al langer worden genomen ook daadwerkelijk een weg naar het schap te geven, waarbij ook de boer een eerlijke prijs krijgt voor het harde werk. Daarin werken producenten en retailers steeds meer samen. Dat kunnen en moeten we verder versnellen. Wij nodigen supermarkten uit om die handschoen met ons op te pakken. Het landbouwakkoord biedt wat ons betreft een uitgelezen kans.’
Lees ook
Geselecteerd door de redactie