Voormalige 'internationale zielepiet' kan nieuwe Aziatische tijger worden Bangladesh bloeit op ondanks politici

Elke morgen, terwijl het mistige winterduister optrekt, lopen duizenden vrouwen in kleurige sari's in een stille stroom over de verharde weg die loopt van de sloppenwijken naar Dhaka's groeiende aantal textielfabrieken....

The New York Times

DHAKA

In slecht verlichte gebouwen zitten de vrouwen in rijen achter naaimachines kleren te maken die volgens handelaren een op de vijf huishoudens in de Verenigde Staten bereiken - sokken en korte broeken, windjacks en trainingspakken.

Vorig jaar verkochten bedrijven die bij elkaar ruim een miljoen Bengaalse vrouwen in dienst hebben, voor 1,5 miljard dollar aan Amerikaanse klanten; dat is meer dan 40 procent van de snel stijgende exportinkomsten van Bangladesh.

Met 120 miljoen inwoners behoort Bangladesh tot de armste landen ter wereld, met een inkomen per hoofd van de bevolking van nog geen 250 dollar per jaar. Maar als gevolg van een economische opleving, gesymboliseerd door de jonge kledingindustrie, is het land niet langer de 'internationale zielepiet', zoals Henry Kissinger het in de jaren zeventig noemdde.

Sinds 1991, toen na vijftien jaar van militair bewind een burgerregering aantrad, is de vooruitgang zo opzienbarend geweest dat ontwikkelingsdeskundigen op een geheel andere manier over Bangladesh zijn gaan praten.

'Volgens mij bestaat er een goede kans dat Bangladesh een nieuwe Aziatische tijger wordt', zegt de Amerikaanse econoom Forrest E. Cockson. Hij werkt bij de centrale bank van Bangladesh aan hervormingen die onderdeel zijn van de overgang naar een vrije-markteconomie.

De economische groei bedraagt volgens de statistieken 4,5 procent, ondanks de vele stakingen, maar economen vermoeden dat de werkelijke groei zelfs rond 6,5 procent ligt. De droom dat Bangladesh de economische successen van sommige Oostaziatische buurlanden kan evenaren, is echter breekbaar.

De politici in Dhaka, in het bijzonder de twee vrouwen die de regering en de oppositie leiden, zijn er nog steeds niet in geslaagd los te komen van de conflicten uit de beginjaren van het land, nadat het zich in 1971 had losgescheurd van Pakistan. Velen vrezen daarom dat de economische keer ten goede ongedaan kan worden gemaakt door nieuwe politieke onrust.

Vorige maand besloot de regering van premier Khaleda Zia de parlementsverkiezingen door te zetten, ondanks een boycot van alle belangrijke oppositiepartijen. Kandidaatstelling voor de driehonderd zetels is nog mogelijk tot 15 februari. Als de verkiezingen doorgaan, zoals wordt verwacht, is de Bengaalse Nationale partij (BNP) van Begum Khaleda Zia zeker van een monsterzege.

De politieke rivale van Begum Zia, Sheikh Hasina Wazed van de Awami Liga, heeft gezegd het stemmen te zullen verstoren. En zelfs als de verkiezingen kalm verlopen, zal de Awami Liga de demonstraties en stakingen voortzetten die al gaande zijn sinds de oppositie in 1994 wegliep uit het parlement. Politieke stakingen leggen sindsdien de economie van Bangladesh zeker 35 dagen per jaar plat.

De impasse is het gevolg van een geschil over de wijze waarop de verkiezingen worden gehouden. De uiterste datum daarvoor is 22 februari, wanneer de vijfjaarstermijn van de regering is afgelopen.

De oppositie vertrouwt de regering niet en eist dat premier Khaleda Zia de macht overdraagt aan een interim-kabinet, zoals het kabinet dat in 1991 de verkiezingen organiseerde. De regering weigert.

Maar veel Bengalezen zeggen dat het conflict over de verkiezingen een symptoom is van een dieper liggende twijfel: kan Bangladesh een stabiele democratie vestigen?

Sommigen schrijven de instabiliteit toe aan de persoonlijke vete tussen Begum Zia en Sheikh Hasina. Anderen zeggen dat hun rivaliteit voortkomt uit de eeuwenoude verdeeldheid onder de Bengalezen; dit is al net zozeer een traditie als hun voorliefde voor poëzie en filosofische bespiegelingen.

'Soms denk ik dat we gewoon een politiek onvolwassen volk zijn', zegt Mahfuz Anam, hoofdredacteur van de Engelstalige krant Daily Star. Anam is lang niet de enige die vreest dat de politieke ruzies een volgende militaire coup zullen uitlokken. Militairen hadden in Bangladesh de macht van 1975 tot de val van generaal Ershad in 1990.

Vooralsnog zijn veel Bengalezen er gerust op dat de huidige legerleider, generaal Abu Saleh Mohammed Nasim, geen machtsgreep zal plegen. Hoewel hij in 1994 werd benoemd door premier Khaleda Zia, heeft hij banden met de Awami Liga vanwege zijn rol als 'vrijheidsstrijder' in de oorlog van 1971, toen de Bengalezen onder aanvoering van de vader van Sheikh Hasina hun onafhankelijkheid bevochten.

Generaal Nasim heeft gezegd dat hij uit de politiek wil blijven. Toch kan hij niet immuun zijn voor de groeiende woede onder de bevolking jegens de politiek. In de steden, op het dichtbevolkte platteland en aan de dinertafels van de elite wordt bitter gesproken over de twee vrouwelijke leiders.

'Wij zijn een arm land, maar we klimmen omhoog. En nu maken de politici weer ruzie', zegt Ahmed, een achttienjarige tractoreigenaar bij een steengroeve ten noorden van Dhaka. Het idee van een militaire coup doet hem huiveren. 'Het leger zal alles vernietigen, net als het eerder heeft gedaan'.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden