Voorlichter helpt de journalist op weg

De auteurs zijn verbonden aan de masteropleiding journalistiek van de Universiteit van Amsterdam. Van hun hand verscheen onlangs het boek Gevaarlijk spel, de verhouding tussen pr & voorlichting en journalistiek.

Vorige week nam politiek redacteur Martin Sommer de Anne Vondelingprijs voor parlementaire verslaggeving in ontvangst. De prijs bevestigt zijn reputatie als een van de meest uitgesproken politieke commentatoren van dit moment. De rede die hij bij de uitreiking van de prijs uitsprak, blaakte dan ook van zelfvertrouwen (Opinie & Debat, 23 juni 2011). Het is de vraag of juist deze onafhankelijke positie hem niet blind maakt voor de kwetsbare situatie waarin de journalistiek in Nederland en elders momenteel verkeert, zoals wij onlangs in een onderzoek naar de verhouding tussen pr & voorlichting en journalistiek, onder de titel Gevaarlijk spel, hebben laten zien.


In zijn rede - en ook in een eerdere recensie van zijn hand, de zaterdag daarvoor - haalt Sommer op enkele punten scherp uit naar wat hij meent te lezen in deze studie. We zouden, arm in arm met Joris Luyendijk, een 'journalistieke ondergangsgedachte' propageren en betogen dat in Den Haag journalisten de touwtjes volledig uit handen hebben gegeven aan voorlichters. Terwijl daar volgens Sommer geen sprake van is. Ja, zo stelt hij, journalisten en voorlichters schurken in Den Haag dicht tegen elkaar aan, maar dat is geen probleem zolang iedereen zich maar bewust is van zijn eigen rol.


Het is niet moeilijk Sommers kritiek op dit punt te weerleggen, want in Gevaarlijk spel wordt zo'n conclusie nergens getrokken. Zijn oordeel is gebaseerd op een selectieve lezing. Nergens wordt betoogd dat 'de' journalistiek de laatste jaren slechter is geworden; verder richt het onderzoek zich niet of nauwelijks op de parlementaire journalistiek, maar op de journalistiek in algemene zin. Dus ook, om maar wat te noemen, op de binnenlandse berichtgeving of financieel-economische verslaggeving van media met veel kleinere redacties, op regionale journalistiek, op nieuwsprogramma's en talkshows, op consumenten- en reisbijlagen, en op oorlogsverslaggeving. Allemaal terreinen waar andere verhoudingen heersen dan in het Haagse circuit en waar de invloed van voorlichters en commerciële partijen aanwijsbaar sterk is. Het getuigt van naïviteit dit soort ontwikkelingen simpel te negeren of weg te wuiven.


De communicatiebranche is de laatste tien jaar sterk geprofessionaliseerd, pr-methodes zijn verfijnder geworden en veel journalisten hebben niet altijd door in welke mate ze worden gestuurd. Ze zijn 'naïef', stellen de voorlichters in ons onderzoek. De meeste geïnterviewde communicatiemanagers blijken tevreden over de coöperatieve houding van journalisten. Het lukt hen doorgaans prima hun boodschap via de media te verspreiden. Of zoals een van hen opmerkt: 'We helpen journalisten in een richting die wij voor ogen hadden'. Sturen en bespelen is uiteraard zijn werk, maar je zou verwachten dat de journalist zich daar niet zo makkelijk voor leent. Toch blijkt uit ons onderzoek dat veel journalisten niet zelfstandig op onderzoek uitgaan en zich tevreden stellen met de informatie die ze krijgen aangereikt.


Op een recente bijeenkomst met pr-adviseurs naar aanleiding van ons onderzoek meldde de directeur van het bekende pr-bureau Hill & Knowlton dat hij weinig problemen ondervindt met journalisten. Sterker nog: hij stelde dat hij regelmatig samen met hen bepaalt wat de beste strategie is om nieuws naar buiten te brengen. Het is geen verrassing dat deze pr-man tevreden is. De vraag is hoe wenselijk het is dat pr-mensen op die manier samenwerken met journalisten.


Dat brengt ons bij het tweede deel van Sommers commentaar: zolang de journalist zich bewust is van zijn rol, is er niets aan de hand. Opmerkelijk genoeg is dat precies het punt waarvoor we ons in Gevaarlijk spel sterk maken. Journalisten moeten inderdaad met meer zelfvertrouwen en zelfbewustzijn doen wat het publiek verwacht: zo onafhankelijk en kritisch mogelijk berichten over de wereld.


Daarvoor is nodig dat journalisten niet te veel meegaan in samenwerkingsvormen met pr-medewerkers en voorlichters, niet instemmen met ongeschreven regels die hun onafhankelijkheid aantasten - zoals de voorinzage van artikelen - en niet tevreden zijn met kant-en-klaar aangeleverde informatie. Journalisten moeten kortom, om Sommer te citeren, 'uitzoeken hoe het zit en daarover iets verstandigs zeggen'. Als journalisten dat meer zouden doen, hoeft het publiek zich minder zorgen te maken.


Ten slotte. Het misverstand is hardnekkig, en ook op dat punt geeft Sommer er blijk van Gevaarlijk spel slecht te hebben gelezen. Er zijn niet tien keer zoveel voorlichters als journalisten, zoals hij in zijn rede stelt. Er zijn inmiddels wel tien keer zoveel mensen die zich bezighouden met communicatie in de breedste zin van het woord. Dat maakt het probleem overigens niet minder urgent. De communicatieprofessionals blijken namelijk redelijk succesvol en menen bovendien dat ze journalisten steeds minder nodig hebben om hun publiek te bereiken. Die onstuimige groei zou journalisten moeten aansporen hun eigen uitgangspunten trouw te blijven, want daarin ligt hun bestaansrecht.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden