Commentaar

Voorkom bloedarmoede in het onderwijs

Gemeenten moeten ophouden met het tegenwerken van initiatieven tot het stichten van nieuwe scholen.

Hans Wansink
Kinderen knutselen op een school in Amsterdam. Beeld ANP
Kinderen knutselen op een school in Amsterdam.Beeld ANP

Op papier heeft Nederland een benijdenswaardig schoolwezen. Door de vrijheid van schoolkeuze kunnen ouders zonder beperking de school voor hun kinderen kiezen die hen aanstaat en van school veranderen als ze daartoe aanleiding zien.

Financiële overwegingen spelen daarbij geen rol: alle scholen die aan de deugdelijkheidseisen voldoen hebben recht op bekostiging door de staat. Scholen met leerlingen in een achterstandssituatie kunnen zelfs aanspraak maken op extra financiering. Uit een oogpunt van gelijke kansen is er nauwelijks een beter systeem denkbaar.

We mogen ons dan ook gelukkig prijzen dat veeleisende, welvarende ouders in Nederland niet, zoals in veel buurlanden, hun heil zoeken in particulier elite-onderwijs. Dat hoeft ook niet, want naast de vrijheid van schoolkeuze kennen we ook de vrijheid van stichting, vastgelegd in de Grondwet.

Die vrijheid van stichting houdt in dat een groep ouders, die het ministerie van Onderwijs ervan kan overtuigen dat er behoefte is aan een school met een profiel waarin het bestaande aanbod niet voorziet, zelf een nieuwe school kan aanvragen. In de afgelopen eeuw werd die vrijheid vooral benut voor het stichten van katholieke en protestants-christelijke scholen. Maar de vrijheid van stichting geldt ook voor algemeen-bijzondere scholen, dat wil zeggen scholen met een specifieke onderwijskundige grondslag.

Nu blijkt echter dat die vrijheid van stichting in het voortgezet onderwijs in de praktijk weinig voorstelt. Sinds 2004 zijn er maar vijf nieuwe scholen in het voortgezet onderwijs van start gegaan. Initiatieven van de Stichting voor Persoonlijk Onderwijs, die werkt met kleine klassen en 20 procent meer lestijd, worden stelselmatig tegengewerkt door gemeenten, met name op het gebied van huisvesting.

Gemeenten treden op als zaakwaarnemers van de gevestigde belangen van de bestaande scholen. Die zijn bang leerlingen te verliezen aan nieuwkomers op de onderwijsmarkt. Deze obstructie schaadt de vrijheid van onderwijs, zet een rem op vernieuwing en op pluriformiteit in het onderwijsaanbod en frustreert een gezonde competitie tussen scholen. Om bloedarmoede in het schoolwezen te voorkomen, moet het ministerie onwillige gemeenten dwingen tot loyale medewerking aan het stichten van scholen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden