Vijf vragen overRegionale energiestrategieën

Voorkeur voor zonnestroom gaat een miljard euro extra kosten

Op 1 oktober moet de grootste planningsoperatie die Nederland de afgelopen tientallen jaren heeft gekend, in grote lijnen klaar liggen. Dan moeten dertig Regionale Energie Strategieën, oftewel RESsen, klaar zijn, als eerste stap in de uitvoering van het Klimaatakkoord. Maar wat is zo’n RES eigenlijk? En hoe zit het met de kosten en baten?

Een veld vol zonnepanelen bij bedrijvenpark de Munt in Emmeloord.Beeld Harry Cock / de Volkskrant

Wat is een RES?

De letters staan voor Regionale Energiestrategie. Het is een operatie die enorme invloed zal hebben op de ruimtelijke indeling van Nederland, een invloed die vergelijkbaar zal zijn met die van de Vierde Nota Ruimtelijke Ordening, die uiteindelijk de Vinexwijken heeft opgeleverd.

Volgens het Klimaatakkoord moeten dertig regio’s plannen maken voor het opwekken van 35 terawattuur aan hernieuwbare energie op land, ruim een kwart van het huidige verbruik per jaar. De RES is geen variant op een bestemmingsplan, waarin dingen voor de toekomst worden vastgelegd. Elke twee jaar moet de RES worden bijgesteld, zodat nieuwe inzichten en technieken kunnen worden verwerkt.

Hoe komt de RES tot stand?

De dertig concept-RESsen gaan naar het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL), dat controleert of de doelen van het Klimaatakkoord ermee worden gehaald. Zo niet, dan geeft het PBL huiswerk op. Daarna kunnen gemeenteraden, besturen van de waterschappen en Provinciale Staten hun strategieën vaststellen. Dat moet voor 1 juli 2021. Pas daarna kunnen plannen in bestemmingsplannen worden opgenomen, en kunnen er omgevingsvergunningen worden afgegeven. Dat moet uiterlijk in 2025 gebeuren om de installaties nog voor 2030 in bedrijf te hebben.

Leveren de RESsen op wat het Klimaatakkoord heeft bepaald?

De Nederlandse Vereniging voor Duurzame Energie (NVDE) analyseerde de concept-RESsen en kwam tot de conclusie dat die doelstelling van 35 terawattuur ruim wordt overschreden: ruim 50 terawattuur. Maar van alle plannen wordt een flink deel nooit uitgevoerd. Waarschijnlijk halen we met plannen voor 50 terawattuur de gewenste 35 terawattuur, concludeert NVDE.

Inmiddels is het Klimaatakkoord al achterhaald. Vorige week kondigde de Europese Commissie aan dat de uitstoot van CO2 veel sneller omlaag moet: met 55 procent in 2030. In dat geval, zo staat al in het Klimaatakkoord, moet de productie van duurzame stroom aanzienlijk omhoog: van 85 terawattuur (op zee en op land) naar 120 terawattuur, 50 procent meer dus. In geen enkele RES is daar rekening mee gehouden.

Wat gaat het worden: windparken of zonneweiden?

Vooral zonneparken. Op dit moment wordt er vier keer meer windstroom opgewekt dan zonnestroom. Als alle RESsen worden uitgevoerd, is er evenveel zonnestroom als windstroom.

Die inhaalslag heeft grote gevolgen. Zonneparken zijn nog wispelturiger dan windparken: het grootste deel van de tijd leveren ze helemaal geen stroom, maar op zonnige zomerse middagen juist enorm veel. En op die zomerse piek moet de capaciteit van de aansluiting zijn berekend.

Uit gegevens van de netbeheerders Enexis en Liander blijkt dat de inhaalrace voor zonnestroom hun 700 miljoen euro extra gaat kosten. Voor heel Nederland zouden de extra investeringen om de zonnestroom te faciliteren boven het miljard uit komen. En die extra investering neemt niet weg dat de productie van stroom slechter gespreid wordt. De extra investeringskosten moeten worden opgebracht door de klanten van de netbeheerders: bedrijven en consumenten.

Volgens de inventarisatie van de NVDE zou de helft van de zonneparken moeten komen op grote daken van bijvoorbeeld bedrijven. Dat is ruimtelijk gezien de mooiste oplossing, zij het ook de duurste. Rond de 30 procent van alle ‘grote daken’ zou volgezet moeten worden met zonnepanelen.

Waar komen de windparken?

Dat weten we nog niet. In die RESsen worden geen plaatsen aangewezen, maar op zijn best ‘zoekgebieden’. Het vastleggen van de concrete plaatsen komt pas later, als er bestemmingsplannen moeten worden gemaakt. Maar zorgen zijn er genoeg. Spandoeken met teksten als ‘STOP mega windmolens in ons mooie...’, vul zelf de naam van dorp of streek in, hangen nu overal in het land.

Natuurmonumenten inventariseerde alle bedreigingen voor natuurgebieden en landschappen, en was niet gerustgesteld. De organisatie vond concrete bedreigingen voor meer dan dertig beschermde natuur- en landschapsgebieden. Zo worden de Nieuwkoopse Plassen aangeduid als ‘kansrijk’ voor de vestiging van windparken. In de meeste RESsen worden locaties vlakbij natuurgebieden niet uitgesloten.

Volgens algemeen directeur Marc van den Tweel gaat het niet alleen om het risico dat vogels sneuvelen tegen de wieken van de molens. ‘Het gaat ons ook om de esthetiek. Je wilt toch niet in een natuurgebied worden geconfronteerd met zo’n industriële installatie. Nu al is 85 procent van het land in gebruik bij de mens. Als zelfs in de resterende 15 procent industriële installaties komen, dan wordt natuur echt het afvoerputje. We moeten geen dingen doen waar we later spijt van krijgen.’

Hij vindt dat de windparken geconcentreerd moeten worden bijvoorbeeld bij industriegebieden en langs snelwegen. ‘In Flevoland zou ook wat meer geclusterd kunnen worden. Zoals het nu gaat worden die windparken over het land uitgestrooid als hagelslag.’

Ruzie om megawindmolens is een splijtzwam in Abcoude
Overal in het land vinden verhitte discussies plaats over windmolens en zonnepanelen, vanwege de Regionale Energiestrategie (RES), die een begin moet zijn van de uitvoering van het Klimaatakkoofd. In Abcoude ontaarden die discussies soms in gescheld, verwijten en verdachtmakingen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden