Voorheen aksiepartij

GroenLinks heeft zich langzaam ontworsteld aan de beklemming van links. De partij wil meer dan alleen maar de regering aanvallen....

Naïma Azough (37): ‘Die feminisering van het onderwijs. Dat wordt toch gezien als groot maatschappelijk probleem?’

Femke Halsema: ‘Ja, er zijn ook mannen nodig in de klas.’

Kees Vendrik: ‘Er zijn überhaupt meer mannen nodig!’

Halsema sussend: ‘Oké, oké. Dit was even een oprisping van de steungroep Mannen in Nood.’

Het is dinsdagochtend elf uur, het moment dat de gangen in het parlement leeg zijn. Alle partijen trekken zich terug in zaaltjes om de strategie van de week door te nemen. De Tweede Kamerleden van GroenLinks houden dit ritueel steevast in de Dreeskamer.

Ineke van Gent (52, het manusje van alles van de fractie) spoort zorgspecialist Jolande Sap (46) aan. ‘Ik begrijp dat je moeite hebt die charmante Ab aan te pakken, maar geef hem van Jetje.’ Ab is minister Klink van Volksgezondheid, Jet is staatssecretaris Bussemaker.

Fractieleider Halsema (43) neemt de komende debatten door. ‘Ik mis de vrouwenrechten in je betoog’, zegt ze tegen Mariko Peters (40), woordvoerder buitenland. ‘Wij vechten niet zoals D66 alleen voor de hoogleraren, maar ook voor de gewone leraren. Let dus wel op de lagere school en het vmbo’, is de boodschap voor Tofik Dibi (29, onderwijs).

Naast de Kamerleden (vijf vrouwen, twee mannen), is het zaaltje volgestouwd met jonge medewerkers (héél veel jonge vrouwen) en gasten: GroenLinks-jongeren van Dwars en een afvaardiging van het ‘talentklasje’ studiosi Jong en Actief.

Veel jongeren, veel vrouwen, een paar ouderen en een enkele allochtoon en homoseksueel: zo ziet zo’n beetje het ideale links van Halsema eruit. Nieuw Links, zoals ze het had bedacht op het Museumplein in Amsterdam.

Dat was op 2 oktober 2004, tijdens de grote vakbondsdemonstraties tegen het beleid van het ‘afbraakkabinet’ Balkenende II. De afschaffing van het vroegpensioen was het hoofdthema. Veel andere onvrede balde zich samen.

Wat ze voorbij zag komen? De autochtone 50-plusser. De gevestigde Nederlander, zeg maar. Maar, bedacht ze, er zijn nog zoveel andere groepen die eens een steuntje kunnen gebruiken bij hun emancipatie.

Conservatief links
De snel groeiende groep zelfstandigen met eenmansbedrijfjes bijvoorbeeld. De werknemers met flexibele arbeidscontracten, uitzend- en oproepkrachten. Jongeren, allochtonen, gehandicapten.

Dan die andere kwestie die maar bleef spoken door haar hoofd, aangespoord door het publieke debat over links. ‘We moeten iets doen aan behoudzuchtig en conservatief links.’

In november 2005 herschreef de partij de sociaal-economische visie. Halsema deed met Van Gent in het manifest Vrijheid eerlijk delen, een poging de sociale rechtvaardigheid opnieuw te definiëren. In de visie van GroenLinks heeft de vakbeweging te veel oog voor de ‘privileges’ van oudere werknemers, en laat het de outsiders te veel in de kou staan.

De voorstellen in een notendop: de fiscalisering van de AOW, meer rechten voor jongeren en flexwerkers, het ontslagrecht moest worden versoepeld. Stevig vloeken in de linkse kerk, al staat er ook een topbelasting op hoge inkomens in.

Maar het was ook een strategische zet van Halsema. ‘We kwamen zo uit de beknelling van links. Strategisch geeft je dat een uniek profiel tegenover de SP en de PvdA die op de conservatieve toer bleven.’ Sterker, nu blijkt het programma ook gemeenschappelijke puntjes op te leveren met het CDA, zoals het gezamenlijke pleidooi voor afschaffing van de ‘aanrechtsubsidie’.

Vakbondsleider Agnes Jongerius van de vakcentrale FNV reageerde furieus. ‘Dat had je niet moeten doen, Femke’, zei ze in een dubbelinterview in de Volkskrant.

Ook in de eigen gelederen zijn de nodige noten gekraakt. Zoals door de club die zich Kritisch GroenLinks noemde. En vooral toen de partij teleurstellende resultaten haalde bij de verkiezingen in 2006. Is Halsema niet te vrijzinnig? Heeft ze wel een sociaal-economisch profiel?

Maar dat zijn alweer schimmen uit een ver verleden. Het optimisme is groot, anno 2009, nu flinke winst is gehaald bij de Europese verkiezingen in juni. ‘Het is heerlijk om te winnen’, zegt Halsema, die sinds ze fractieleider werd (in 2002), alleen maar verloor bij verkiezingen.

Nee, het gaat eindelijk lekker. De grote vraag is echter: gaat ze voor een vierde termijn? ‘Dat maak ik pas na de gemeenteraadsverkiezingen van maart 2010 bekend’, verzucht ze steevast. ‘Maar oké. Ik neig naar: ja.’ Daar klinkt meteen in door dat ze méér wil dan oppositievoeren.

Jazeker, de eeuwige opposant wil ook wel eens regeren. GroenLinks is de fase hip, maar niet regeringswaardig, meer dan zat. ‘Ik vind dat we moeten regeren’, zegt Ineke van Gent (al sinds 1998 in de Kamer van GroenLinks). ‘Niet ten koste van alles. Maar we kunnen niet eeuwig oppositie blijven voeren.’

Van Gent kwam 1976 bij de PSP-jongeren en werd in 1982 gemeenteraadslid in Groningen. Ze maakte in 1989 de fusie mee tussen vier marginaliserende linkse partijen, de Politieke Partij Radicalen (PPR), de Pacifistisch Socialistische Partij (PSP), de Evangelische Progressieve Volkspartij (EPV) en de Communistische Partij Nederland (CPN).

Die nieuwe partij kreeg pas nieuw elan toen de gezichten van de oude partijen verdwenen en Paul Rosenmöller in 1994 de fractie ging leiden. Sexy en hip, heette het clubje van Rosenmöller toen nog.

Oudgedienden
Van Gent kwam in 1998 in de Kamer en hoort nu met Halsema en Vendrik tot de oudgedienden. Zij coachen in fractievergaderingen de jongste lichting, Mariko Peters, Tofik Dibi en Jolande Sap.

‘Wat wil je bereiken’, vraagt Halsema dan. ‘Vergeet het klimaat niet’, is het credo van Vendrik. ‘Bij ziekenhuizen is een enorme energiebesparing te halen.’ Of Sap dat even meeneemt in het debat met minister Klink van Volksgezondheid.

Bij alle onderwerpen past wel een GroenLinks-saus. De ingrediënten: vrouwenemancipatie, de moderne verzorgingstaat, vrijheidsstrijd en klimaat natuurlijk.

Tofik Dibi geldt in de fractie als talent. Hij agendeerde de problemen in de jeugdzorg, met de meest onwaarschijnlijke bondgenoot, Rita Verdonk. Daarna kreeg hij de hele oppositie op één lijn voor een parlementair onderzoek naar de jeugdzorg.

Dat ging op het laatste moment niet door, omdat de PvdA de vicepremier van de ChristenUnie én minister van Jeugd en Gezin, André Rouvoet, niet wil schofferen. Maar er komt wel een ‘parlementaire werkgroep’ die de jeugdzorg onder de loep gaat nemen. Dat voelt toch als scoren voor een oppositiepartij.

Naast de subtiliteiten van het parlementaire spel, moeten de Kamerleden de werkwijze van GroenLinks beheersen. De partij wil niet alleen maar ‘nee’ roepen over het kabinetsbeleid – dat wordt de SP wel verweten.

Nee, de fractie wil ‘kwaliteitsoppositie’ voeren, zoals Rosenmöller dat ooit bedacht: alternatieven aandragen door het beleid wat te sturen. Of door een lange lijst initiatiefwetsvoorstellen in te dienen. Over het vaderschapsverlof, tegen de kolencentrales of voor het recht op thuiswerken. Maar tja, om zo’n voorstel erdoor te krijgen moet er wel een meerderheid in de Kamer zijn. Dus moet er een coalitiepartij over de streep worden getrokken, en dat lukt zelden.

Halsema wil dat burgers die zich beknot voelen in de grondrechten, zoals het recht op onderwijs of de vrijheid van meningsuiting, bij de rechter een beroep op de Grondwet kunnen doen. Haar Grondswetswijziging is een jarenlang project, dat nipt door de Senaat is goedgekeurd en nu een tweede ronde ingaat met behandeling in Tweede en Eerste Kamer.

De handen van het trio oudgedienden (Halsema, Vendrik en Van Gent) jeuken om zelf eens te regeren. Ze zijn er klaar voor, vinden ze.

Vervolg op Paars
Dat gevoel hebben ze eerder gehad in de aanloop van de Kamerverkiezingen in 2002. Regeren leek, met zo’n vijftien zetels in de peilingen, binnen handbereik. Een kabinet van PvdA, CDA en GroenLinks was volgens opiniepeilers het logische vervolg op Paars.

Rosenmöller had de ‘formatiedossiers’ (hoe kom ik met de PvdA in het bootje) klaarliggen. Toen werd, net als nu, GroenLinks gezien als ‘sympathiek’ door de andere partijen.

Door de moord op Pim Fortuyn liep het anders. In plaats van regerings-fähig, zat GroenLinks in de beklaagdenbank. ‘De kogel kwam van links.’

Het debat ging plots niet meer over marktwerking of sociaal-economische kwesties, maar over integratie en de islam. Het kabinet van CDA, LPF en VVD hield vijf maanden stand. In de aanloop naar de verkiezingen in januari 2003 stapte Rosenmöller op en Halsema trok de lijst. Het culturele debat ligt haar beter dan haar voorganger, die als oud-vakbondsman vooral sociaal-economisch onderlegd was.

Juist doordat zij geen verankerde opvattingen over sociaal-economische verhoudingen heeft, is Halsema in staat de partij mee te nemen in vernieuwing van het programma. Ze is wars van oud-links: de geitenwollen sokken, met linnen tas. Al schijnt linnen in 2010 weer hip te worden, waardoor zo’n tasje wel eens aantrekkelijk campagnemateriaal kan worden. Een linnen tas, met een hip design dan.

De partij mag de ideologie herijkt hebben, het verleden draagt ze nog altijd met zich mee. Dat ondervond Wijnand Duyvendak in de zomer van 2008. Hij onthulde dat hij in de jaren tachtig had ingebroken bij het ministerie van Economische Zaken en daar plannen voor kerncentrales had ontvreemd.

Hij stapte op als Kamerlid.

En prompt was het ‘hippe’ GroenLinks weer terug in de aksiejaren, de krakersrellen. Er zou een groot maatschappelijk debat komen over de jaren tachtig. Maar toen kwam de economische crisis, en was het debat voorbij voor het begonnen was.

In relatieve stilte nam Jolande Sap Duyvendaks zetel over. Ze vond razendsnel haar draai. Ze was dan ook gepokt en gemazeld, omdat ze al vijftien jaar op de achtergrond meedraait in de partij. Zo hielp ze bij het doorrekenen van de verkiezingsprogramma’s.

Halsema ziet naast alle ellende van de recessie, ook een kans voor haar partij. ‘Het debat zou wel weer eens over het klassieke verdelingsvraagstuk kunnen gaan.’ Want de laatste tien jaar, ging het toch wel erg veel over integratie. Iets waar de overheid niet alles aan kan doen.‘Je kunt mensen hun religie niet afnemen. Terwijl je met een debat over welvaartsverdeling echt iets concreets kunt doen als overheid.’

Het is ook wensdenken. Want in de beeldvorming lijken GroenLinks en D66 erg op elkaar. Als het draait om emancipatie, tolerantie en vrijheid van meningsuiting staan Pechtold en Halsema vaak gezamenlijk bij de interruptiemicrofoon. Samen waren zij de eersten die felle debatten voerden met Wilders. Daardoor lijken zij als twee-eenheid op te trekken. ‘Het culturele debat overheerst’, zegt Duyvendak enigszins berustend.

Wie die gelijkgezindheid in GroenLinks-kringen oppert, krijgt verbijsterde reacties. Juist door de enorme kloof die gaapt tussen de sociaal-economische visies van beide partijen. Daarin verschilt het libertijnse GroenLinks radicaal van de liberale partij. Halsema zette zich tijdens de Algemene Beschouwingen af tegen D66 door te spreken over VVD Light. ‘Wij bezuinigen niet op ontwikkelingswerk.’

Ook in het milieubeleid wil GroenLinks verder gaan dan D66. ‘Een schreeuw in de nacht’, noemde oud-D66-leider Hans van Mierlo de milieuvisie van GroenLinks ooit. Het is een soort geuzenkreet geworden bij de fractie, waar ze door het oplaaien van de milieudiscussie juist het gevoel hebben de wind in de zeilen te hebben. Die winning mood omzetten in klinkende munt, in echte invloed, in macht – daarnaar snakt GroenLinks.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden