'Voorbereiding is de sleutel tot sparen van proefdieren'

Het Centraal Dierenlaboratorium van de Radboud Universiteit in Nijmegen werd onderscheiden voor de pogingen het aantal dierproeven terug te brengen. Directeur Merel Ritskes, tevens hoogleraar in Nijmegen, legt uit hoe het aantal dieren nog verder omlaag kan.

Gefeliciteerd! U krijgt de jaarlijkse onderzoeksprijs van de Zwitserse Vereniging voor Proefdierkunde. Wat levert dat op?

'Proefdierkundige verenigingen hebben niet veel geld, óók in Zwitserland niet. Volgens mij is er een oorkonde en krijg ik de gelegenheid mijn eigen werk tijdens een symposium rond de uitreiking in november onder de aandacht te brengen. Toch ben ik er trots op. Zwitserland loopt in dit vakgebied voorop, bijvoorbeeld met verplichte nascholing voor alle onderzoekers die met proefdieren werken.'

Waarom bent u uitverkoren?

'We krijgen de prijs voor een artikel afgelopen jaar waarin we, met als eerste auteur postdoc Carlijn Hooijmans, de Gold Standard Publication Checklist introduceren. Daarin beschrijven we alle belangrijke details waaraan een (bio)medisch wetenschapper die met proefdieren werkt aandacht moet besteden om goed onderzoek te doen dat reproduceerbaar is, waar andere onderzoekers mee verder kunnen. Door onderzoek volgens onze checklist te plannen, uit te voeren en vervolgens de publicatie te schrijven, wordt niet alleen de wetenschappelijke kwaliteit hoger, maar heb je ook minder proefdieren nodig en is er een betere vertaling van de proefdierresultaten naar de mens mogelijk'

Zo'n gouden checklist was er nog niet?

'Er is wel eerder een poging gedaan, maar die is niet aangeslagen. We hopen dat een dergelijke standaard nu gemeengoed wordt. Je staat ervan te kijken in hoeveel publicaties, ook in gerenommeerde tijdschriften, belangrijke details over het proefdiergebruik niet staan vermeld. Een tijdschrift als bijvoorbeeld PNAS geeft zijn auteurs en editors daar ook geen instructies voor. Zo is heel vaak niet duidelijk of er wel gerandomiseerd is, of de onderzoeker zijn dieren wel willekeurig over de controle en de experimentele groepen heeft verdeeld. Ook is vaak onduidelijk of hij zijn bewuste of onbewuste wens om succes te boeken met bijvoorbeeld een potentieel geneesmiddel wel heeft weten te onderdrukken door te blinderen - waardoor tijdens het experiment voor de onderzoeker onduidelijk is of een dier tot de controle of testgroep behoort. Terwijl dat toch cruciale uitgangspunten zijn voor wetenschappelijk onderzoek. Daardoor is de waarde van de resultaten lang niet altijd duidelijk, en kunnen andere onderzoekers er niet blind op varen.'

Dat klinkt elementair: bezint eer ge begint.

'Gedegen voorbereiding ís echt van groot belang. En daar schort het nogal eens aan. In Nijmegen werken we daarom sinds twee jaar met systematic review om het proefdieronderzoek te verbeteren: eerst lezen wat anderen hebben gedaan, goed nadenken en dan pas je experiment starten.

'De basis daarbij is een gedegen en kritisch literatuuronderzoek, minimaal gebaseerd op twee literatuurdatabases. Dat vergt een heel secure vraagstelling en een goede afbakening, anders krijg je veel te veel hits. Vervolgens moet de statistiek in orde zijn, om het vereiste aantal proefdieren te bepalen, en dan is het nog zaak goed te blinderen en randomiseren.

'In mensgebonden onderzoek is dit al de norm; in proefdieronderzoek - een voorfase van mensgebonden onderzoek - is het daarentegen nog nieuw. Maar waarom zou je proefdieronderzoek minder goed uitvoeren? Daarnaast kunnen systematic reviews informatie geven over de veiligheid en de werkzaamheid van medicijnen bij de mens, die niet direct zichtbaar hoeven te zijn in individuele dierstudies.'

En dan zijn er minder proefdieren nodig?

'Dat hopen en verwachten we wel. De onderzoeker kan door zijn goede voorbereiding veel gerichter werken, en er duikt vaak al vooraf nieuwe informatie op. Een mooi voorbeeld is onderzoekster Gabie de Jong, die pas na heel intensief literatuuronderzoek tot de conclusie kwam dat voor haar onderzoek naar uitzaaiingen in de lever van dikke-darmkanker het proefdier dat ze wilde gebruiken eigenlijk helemaal niet geschikt is. Dat vooronderzoek kostte veel tijd, maar een mislukt experiment is ook heel kostbaar, in tijd, geld en dieren.

'Dat onze aanpak werkt, kunnen we nog niet met cijfers onderbouwen. Wel is het zo dat de laatste jaren het aantal proefschriften aan de faculteit Geneeskunde flink toeneemt, maar het aantal waarbij proefdieren is ingezet, constant blijft. Dat is echter vooral het succes van eerder beleid.

'Sinds 2006 zijn we bezig de drie V's te implementeren: vervanging van proefdieren, bijvoorbeeld door een cellijn of een computermodel; vermindering, bijvoorbeeld door een betere statistische methode; en verfijning: verminderen van het ongerief. Inmiddels zijn we tot de conclusie gekomen dat systematic reviews beter werken. Die bieden een meer integrale aanpak. Zowel de proefdieren als de kwaliteit van onderzoek zijn er bij gebaat.'

Kan dat ook zijn vruchten afwerpen nu de EU heeft bepaald dat alle dertigduizend chemicaliën die vóór 1981 zijn ontwikkeld alsnog moeten worden getest op schadelijke effecten bij de mens? Dat zal naar schatting 9 miljoen proefdieren het leven kosten.

'Je kunt je afvragen of het zinvol is al die stoffen te testen, ook die waarvan in al die jaren geen aanwijzingen zijn opgedoken dat ze schadelijk zijn. Maar goed, hier in Nijmegen doen we dergelijk toxicologisch onderzoek niet. Ik kijk er dus vanaf de zijlijn tegenaan. Wel vermoed ik dat het aantal proefdieren terug valt te brengen door vooraf goed onderzoek te doen naar de bewijzen die er al liggen.

'Bovendien zijn er wellicht alternatieven voor het gebruik van proefdieren, mits men daarvoor open staat. De mens is een routinedier dat graag vasthoudt aan de vertrouwde testmethoden, maar die zijn niet per se beter. Neem het voorbeeld van de Draize-test, een irritatietest op konijneogen. De alternatieven daarvoor werden altijd vergeleken met deze gouden standaard, totdat iemand ontdekte dat die standaard zelf helemaal niet reproduceerbaar is.'

Wordt het niet steeds moeilijker om tot reductie van proefdiergebruik te komen? Het laaghangend fruit is inmiddels geplukt.

'Er zal een keer een verzadigingspunt worden bereikt. Je ziet nu al dat de daling van het aantal dierproeven in Nederland afvlakt. Dat ligt nu op 600 duizend dieren per jaar, waarvan ongeveer de helft voor medisch onderzoek. Aan de andere kant: in Nijmegen hebben we de afgelopen vijf jaar een reductie bereikt van 37 procent zonder dat de wetenschappelijke productie is ingestort.'

Lukt dat de komende vijf jaar weer?

Dat is een moeilijke vraag; ik verwacht dat een dergelijke vermindering haalbaar is, mits we systematic reviews op alle fronten inzetten. Wat meehelpt, is dat we er dankzij nieuwe technieken zoals imaging in slagen steeds meer informatie uit één dier te halen. Het potentieel voor een volgende 37 procent reductie is er zeker.'

Dierproeven

Volgens de recentste cijfers werden in Nederland 592.665 dierproeven geregistreerd in 2009. Dat is 2,5 procent meer dan het jaar ervoor. Iets meer dan de helft van de proeven betreft wetenschappelijk onderzoek. Ruim eenderde is uitgevoerd in het kader van de ontwikkeling of productie van geneesmiddelen of vaccins.

Tweederde van de dierproeven is verricht op muizen en ratten - vooral voor wetenschappelijk onderzoek. Ongeveer eenderde van het aantal muizen was genetisch gemodificeerd voor het betreffende onderzoek. De Nieuwe Voedsel- en Warenautoriteit (nVWA) verricht jaarlijks honderden inspecties op naleving van de Wet op Dierproeven. Overtredingen van de wet worden zelden geconstateerd, aldus de nVWA.

CV

1960 Geboren in Heeg (Wymbritseradeel)

1978-1986 Studie Diergeneeskunde Universiteit Utrecht

1987-1991 Promotie proefdierkunde Universiteit Utrecht: kalkafzetting in de nieren van laboratoriumratten

1989-1996 Hoofd animal unit en proefdierdeskundige Unilever Research

1997- 2005 Hoogleraar proefdierkunde Universiteit Zuid-Denemarken, Odense

2005 Hoogleraar proefdierkunde Radboud Universiteit Nijmegen en afdelingshoofd van het Centraal Dierenlaboratorium UMC St. Radboud

2006 Oprichtster 3RRC, instituut voor proefdieronderzoek aan de Radboud Universiteit

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden