Voorbeeldviolist, soms ook oubollig

Als wonderkind speelde hij Paganini. Met medeviolist Herman Krebbers zette hij de standaard voor Bachs Concert voor twee violen. Moderne componisten als Maderna en Van Vlijmen schreven muziek voor hem. Maar ook was hij met zijn olijke hoofd een tv-persoonlijkheid.

Hij schreef boeken om klassieke muziek te populariseren en verscheen met zijn olijke hoofd al vroeg op tv. Maar vooral was Theo Olof de vioolsolist en concertmeester die richting gaf aan het naoorlogse muziekleven. Generaties zijn opgegroeid met Bachs Concert voor twee violen, zoals het werd gespeeld door Olof en zijn duopartner Herman Krebbers. Dinsdag overleed Theo Olof; hij werd 88 jaar.

Hij kwam in 1924 in Bonn ter wereld als Theodor Olof Schmuckler. Die joodse achternaam liet hij vallen uit beduchtheid voor het opkomende nationaal-socialisme. Met zijn gescheiden moeder, tevens zijn eerste vioollerares, nam 'Oolsjen' begin jaren dertig de wijk naar Amsterdam.

Op het Muzieklyceum kwam hij terecht in de klas van Oskar Back, de legendarische vioolpedagoog van Hongaarse afkomst. Olof maakte er kennis met de één jaar oudere Herman Krebbers, met wie hij in 1938 voor het eerst optrad. Het duo, in de wandelgangen bekend als de 'Vroom & Dreesmann van de viool', kende tot ver over de grenzen succes.

Als wonderkind stond Theo Olof op z'n elfde al Paganini te spelen bij het Concertgebouworkest, met de fameuze Bruno Walter op de bok. In de oorlog moest hij onderduiken. Zijn moeder kwam om in Sobibor en pas jaren later kreeg de violist te horen dat zijn vader, met wie hij aan het begin van de oorlog per briefkaart nog spelletjes schaak had gespeeld, was gestorven in Auschwitz.

Nadat hij in 1951 de vierde prijs had gewonnen van de Brusselse Koningin Elisabethwedstrijd raakte Olofs carrière op stoom. Als solist maakte hij concertreizen door Europa, de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie. Minstens zo belangrijk: in een duobaan met Herman Krebbers werd hij concertmeester van het Haagse Residentie Orkest. Dat gezelschap bereikte in de jaren vijftig onder dirigent Willem van Otterloo een niveau dat het Amsterdamse Concertgebouworkest afgunstig maakte. Dankzij een lucratieve platendeal kenden de Hagenaars bovendien het voordeel van een wereldwijde pr.

In 1962 stapte Herman Krebbers over naar het Concertgebouworkest. Maar ook hier bleven de namen Krebbers en Olof in één adem genoemd. Olof volgde in 1974 naar Amsterdam. Vijf jaar later kreeg hij gezelschap van de piepjonge concertmeester Jaap van Zweden.

Henk Badings en Géza Frid droegen aan het vioolduo Krebbers-Olof dubbelconcerten op. Ook als solist wist Theo Olof componisten te inspireren, zoals hij liet horen met wereldpremières van Bruno Maderna, Hans Henkemans, Ton de Leeuw en Jan van Vlijmen.

Op een radio-opname uit 1951 sluipt Olof zilverig het Vioolconcert van Henkemans binnen. Molliger is het geluid een jaar later in de 'dubbel-Bach' met Krebbers, een klank die na decennia authentieke uitvoeringspraktijk een vooroorlogs patina heeft gekregen. Eigentijds van geest blijft de Brahmssonate die Olof opnam met pianist Daniel Wayenberg.

Lang voordat André Rieu en Tijl Beckand de drempels van de klassieke muziek probeerden te slechten, had Theo Olof daarin zijn sporen al verdiend. De violist werd columnist van De Telegraaf, publiceerde een plank boeken en verscheen in witte smoking naast een witte vleugel op tv. Soms opereerde hij daarbij op het randje van goede smaak, gaf hij in 2000 toe aan de Volkskrant. 'Oubollig! Dat woord zocht ik. Dat is dus een kant van mijn persoonlijkheid.'

In hetzelfde interview sprak hij openhartig over 'niet onaantrekkelijke' pianobegeleidsters en 'prille, beeldschone' harpistes. 'Het gekke is, zelfs al leek me soms iets te gaan overkomen, dan kon ik er toch nooit op ingaan. Misschien was ik er te verlegen voor. (...) Ik ben twee keer getrouwd en heb vijf kinderen, maar avontuurtjes, helaas, nee.'

Olof zocht en vond de verloren gewaande luthéal, een pianola-achtig instrument dat ooit de razende vioolsnaren van Ravels Tzigane begeleidde. In 1975 was hij een drijvende kracht achter de oprichting van de klassieke radiozender Hilversum 4, later omgemunt tot Radio 4. In 1988 stond Olof aan de wieg van het Nationaal Muziekinstrumentenfonds, dat naast violiste Janine Jansen en cellist Pieter Wispelwey honderden andere musici blij heeft gemaakt met een bruikleen.

Als docent heeft hij minder invloed gehad dan Herman Krebbers, die violisten als Emmy Verhey en Vera Beths onder zijn hoede had. In 1994 zette Theo Olof een punt achter zijn muzikantencarrière. In Den Haag en Utrecht klonk nog één keer het Dubbelconcert van Bach.

undefined

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden