Vooral mbo'ers hard getroffen op arbeidsmarkt

De problemen op de Nederlandse arbeidsmarkt zitten niet aan de onderkant, maar in het midden. Mensen met een hoge of lage opleiding hebben volop kans op werk, terwijl die kans voor mensen met een gemiddelde opleiding daalt.

- Een medewerker bekijkt de vacatures in een vestiging van het UWV WERKbedrijf in Amsterdam. Beeld anp

De afgelopen crisisjaren steeg de werkloosheid onder die laatste groep het hardst, vooral doordat hun werk het makkelijkst kan worden geautomatiseerd of uitbesteed. Dit concludeert het Centraal Planbureau (CPB) in een studie die vandaag verschijnt. De Tweede Kamer debatteert deze week over de arbeidsmarkt bij de begrotingsbehandeling van Sociale Zaken.

Voor de hogere en laagste inkomens groeide de werkgelegenheid sinds 1998 met ruim 2 procent. De werkgelegenheid 'in het midden' is in deze periode met 4,5 procent gekrompen. Hoogopgeleide werknemers hebben minstens een hbo-diploma, laagopgeleide mensen hebben maximaal een vmbo-, mbo 1- of avo-onderbouwdiploma en gemiddeld opgeleiden zitten er tussenin: een afgeronde mbo-studie.

Tegelijk met de problemen in het midden van de arbeidsmarkt ziet het CPB de inkomenskloof tussen hoogopgeleiden en gemiddeld en laagopgeleiden steeds groter worden. Terwijl het inkomensverschil tussen gemiddeld en laagopgeleiden de laatste jaren stabiel blijft, neemt het verschil met hoogopgeleiden sterk toe.

Hoogopgeleiden
De hoogopgeleiden krijgen een steeds groter aandeel in de totaal uitbetaalde lonen. Dat komt doordat de vraag naar hogeropgeleiden sneller steeg dan de toch al aanzienlijke stijging van 'hun' aanbod. Van de totale groei van de beroepsbevolking sinds 1996 met circa 1,1 miljoen mensen, hadden 1 miljoen een hogere opleiding. Er kwamen 300 duizend gemiddeld geschoolden bij en er waren 200 duizend laaggeschoolden minder.

De werkgelegenheid van gemiddeld opgeleide werknemers wordt volgens CPB-onderzoeker en hoogleraar economie Bas ter Weel de afgelopen vijftien jaar bedreigd door drie trends. Hun deel van het werk is deels overgenomen door computers en internet. Het gemiddeld geschoolde werk is deels ook naar het buitenland verdwenen.

De derde trend is dat het werk dat door automatisering juist noodzakelijk is geworden, naar hoog- en laagopgeleide werknemers gaat. Het gaat dan om werk dat aanvullend is op het gebruik van computers. Dat wordt opgesplitst in taken voor hoogopgeleiden, zoals het analyseren en oplossen van problemen, en werk voor laagopgeleiden in bijvoorbeeld de beveiliging. Ook kan veel lagergeschoold werk, zoals van schoonmakers en kappers, niet worden geautomatiseerd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.