Vooral denker, dromer en inspirator

Postuum..

Jan Hoedeman en  Jan Joost Lindner

Den Haag D66-oprichter Hans van Mierlo, donderdag op 78-jarige leeftijd overleden in het Amsterdamse Onze Lieve Vrouwen Gasthuis, was een groot en origineel, maar ook eenzijdig politicus. In zijn twee ministerschappen (1981-1982 en 1994-1998) blonk hij niet uit en als D66-fractieleider had hij het meestal drukker met de hoge vlucht die zijn eigen gedachten namen dan met de studieuze detailkluiverij van geestverwanten met het politieke spel in de fractie.

Met zijn denkbeelden veranderde hij echter de politieke stijl en de politieke verhoudingen in Nederland. Hij was de felste en meest succesvolle criticus van de verzuilde en bedompte democratie en hij was een pionier op het gebied van de milieupolitiek.

In 1967 zette hij met zijn nieuwe partij een beitel in het bestel. En pas in 1994 gaf hij die beitel de beslissende klap. Door zijn weigering een kabinet met CDA en VVD te maken, ontstond Paars. Daarna zou een kabinet met confessionelen – die (vanaf 1918) langer ononderbroken hadden geregeerd dan de communisten in Rusland – nooit meer vanzelfsprekend zijn.

Van Mierlo, die in 1998 minister van Staat werd, was toen 63. Als lijsttrekker had hij een record van 24 zetels behaald. Hij werd vicepremier, minister van Buitenlandse Zaken en bleef partijleider. Het was te veel – zoals de voorbeelden van Jan Terlouw (1981) en Wim Kok (1989) al hadden geleerd. Na een zwaar bekritiseerd ministerschap verliet Van Mierlo in 1998 de politiek.

Hans van Mierlo’s opkomst kwam als een donderslag bij heldere hemel. Deze zoon van een behoudend Bredaas industrieel belandde na menige omzwerving als journalist in de Amsterdamse bohème. Hij maakte zich bezorgd over de krampachtige reacties van het gezag op de vernieuwingsdrang en ‘ludieke’ acties die vanaf midden jaren zestig opgeld deden. Uit de kring van bezorgde intellectuelen groeide een nieuwe partij: D66.

Van Mierlo werd, ondanks tegenstribbelen, tot leider gebombardeerd. Zijn charmante, jongensachtige uitstraling en mooie, bronzen stem hielpen daarbij. Een reclamefilmpje, waarin hij met wapperende regenjas sombert over het politieke bestel dat ‘ziek en moe’ is, werd een klassieker. Zeven zetels kreeg D66 bij dat eerste optreden. Van Mierlo, verrukt met een bierfles in de hand, prijkte op de voorpagina van The New York Times. Kop: ‘Star rises in ‘Dutch Politics’.

Al gauw groeide er tweespalt tussen de nieuwe leider en zijn fractie. De eerste legde steeds meer nadruk op samenwerking met de PvdA, die door de beweging Nieuw Links van binnenuit vernieuwd werd. Ook voor het beginnen van een krachtig milieubeleid zocht Van Mierlo de linkerzijde op. Hij richtte er de commissie-Mansholt voor op. Maar zijn fractiegenoten verzetten zich liever tegen het hele bestel. Zij wilden niet dat D66 een bijwagen van de PvdA werd.

Eind 1972 kreeg D66 een zware klap bij de verkiezingen. Niettemin hielp Van Mierlo het jaar daarop het kabinet-Den Uyl tot stand te brengen. Toen hij in de fractie aankondigde dit kabinet trouw te zullen steunen en daartoe veel contact te zullen onderhouden met PvdA en PPR, ontplofte zijn club. De weerzin tegen deze ‘oude’ manier van politiek bedrijven was zo groot, dat Van Mierlo het leiderschap overdeed aan Jan Terlouw.

Zelf bleef Van Mierlo buitenlandse onderwerpen doen voor zijn partij. In 1977 verdween hij uit de actieve politiek, zonder de illusie te hebben er ooit weer terug te keren. Hij deed tv-werk met Marcel van Dam (PvdA en VARA) en ontwikkelingswerk in het onafhankelijke Suriname.

Hans van Mierlo werd tot zijn verrassing gevraagd als minister van Defensie in het (ongelukkige) kabinet Van Agt/Den Uyl (1981). Hij accepteerde vooral omdat hij geroerd was door dit eerherstel van zijn partij. Binnen dat kabinet kwam hij weer vaak in conflict met Jan Terlouw, die D66 volgens hem te veel schuil liet gaan achter het CDA. Na Terlouws roemloze vertrek uit de politiek was het met D66 bijna gedaan.

De partij is in 1985 vrijwel heropgericht door Van Mierlo, met indrukwekkende speeches en de leus ‘Andere Politiek’, die overigens slechts summiere invulling zou krijgen. De hernieuwde partijleider was nog even wars van details als vroeger. Maar in de schaarse grote debatten tijdens Lubbers II en Lubbers III (uit dat laatste kabinet was D66 ruw geweerd) speelde hij een hoofdrol. Geruime tijd was Van Mierlo de beste parlementariër.

Het leidde bij de verkiezingen van 1994 tot een nieuw hoogtepunt van 24 zetels, terwijl de regeringspartijen CDA en PvdA recordverliezen leden. Paars werd, vooral door toedoen van Van Mierlo, voor het eerst mogelijk. D66 vierde dit als een kroon op het langdurige werk. Van Mierlo’s politieke finale, met een teveel aan zware functies, was veel minder een succes.

Bovendien was hij niet zozeer een uitvoerend politicus. Voor hem kon gelden wat AR-minister A.W.F. Idenburg over zijn vriend en partijleider Abraham Kuyper schreef: ‘Critiek uitoefenen is hem ten volle toevertrouwd, evenals groote lijnen aangeven, geniale denkbeelden ontwikkelen, in het luchtledige bouwen’. Maar besturen ‘eischt preciese overweging, peuterige bevijling, krenterig in elkaar zetten, angstig rekenen met bestaande wetten’.

Van Mierlo was, als Kuyper, daarvoor te zeer denker, dromer en inspirator. De man van fraaie paradoxen en openlijke twijfel, die zozeer tot meedenken uitnodigde. ‘Hij zet mensen onder stroom’, aldus zijn partijgenoot Aad Nuis. Zo bereikte de D66-leider meer dan de meeste doe-politici. Marcel van Dam schreef in 1998: ‘Hans van Mierlo was eigenlijk geen politicus. Zoals een dolfijn eigenlijk geen vis is.’

Van Mierlo bleef na zijn vertrek uit Den Haag zijn partij volgen. De manier waarop D66 in 2006 ruziënd uit het CDA/VVD/D66-kabinet brak, deed hem zeer. Achter de schermen was hij een groot voorstander van de kandidatuur van Alexander Pechtold voor het politiek leiderschap.

Hij zag dat Pechtold de man was die kon weerleggen dat D66 alleen maar Hans van Mierlo was. Dat Pechtold in de waan van de dag de kroonjuwelen van de bestuurlijke vernieuwing even uit de schijnwerpers zette, ervoer hij als pragmatisch.

Bij zijn vertrek uit Den Haag kreeg Van Mierlo de Machiavelliprijs. De jury roemde hem ‘als mens van vlees en bloed tussen sprekende poppen’.

Ook zijn vermogen zijn gehoor mee te nemen in een betoog waarin hij boeide van het begin tot het einde werd door de jury aangehaald. Het uitdragen van de wijze waarop hij had onderhandeld, droeg ook goedkeuring van de jury weg.

In een interview met de Volkskrant sprak hij met Kerstmis 1997 over zijn angst voor de dood. ‘Het besef dat je niet meer het eeuwige leven hebt – soms heb ik er last van, maar er zijn periodes geweest dat het erger was. Het raadsel van de dood houdt me meer bezig dan de angst ervoor. Het heeft ermee te maken in welke mate je eigen dood bestaat als een relevant feit. De dood van anderen is een relevant feit in jouw leven, maar wat is je eigen dood als je daar geen herinnering aan kunt hebben? Een ander raadsel van de dood is het onvoorstelbare van er niet meer zijn. Het is niet de angst voor de dood, ook niet het verdrietige dat je weg bent, weg moet. Je kunt alleen vooraf reflectief in mineur zijn over het verdriet dat anderen over jouw dood hebben.’

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden