BESCHOUWING

Vooral buiten de kerk is Pinksteren een gezegende dag

De eerste serieuze file werd geregistreerd tijdens het pinksterweekeinde van 1955. En dat is geen toeval: Pinksteren geldt al eeuwen als het feest van de vruchtbaarheid en de naderende zomer. En dat vier je niet in de kerk.

File in mei 1955. Beeld Nationaal Archief / Collectie Spaarnestad
File in mei 1955.Beeld Nationaal Archief / Collectie Spaarnestad

Van de belangrijkste christelijke feestdagen is Pinksteren – dat vijftig dagen na Pasen wordt gevierd – het eerst en het meest ontkerkelijkt. Pinksteren wekt associaties met meubelboulevards, toeristisch verkeer, slierten motorrijders op rivierdijken, volle terrassen, Pinkpop (in origine), Luilak en soortgelijke rituelen. Maar naar kerkgang gaan de gedachten niet meteen uit als het om Pinksteren gaat.

Pinksteren had van oudsher religieuze en wereldse componenten, zegt Ineke Strouken, voormalig directeur van het Nederlands Centrum voor Volkscultuur. ‘In de kerk werd Pinksteren gevierd als het begin van de christelijke kerk. Daarbuiten was Pinksteren het feest van de vruchtbaarheid en de naderende zomer. Het is moeilijk te zeggen welk van deze twee componenten er het eerst was, maar het is een feit dat Pinksteren in een behoefte voorziet. Met Pinksteren gaat het kriebelen. Mensen willen eropuit. Vroeger in de trekschuit of met de Janplezier, nu met auto of motorfiets. Tweede pinksterdag behoort tot de meest geliefde Nederlandse tradities. Ver na Sinterklaas, Kerstmis en Koningsdag weliswaar, maar toch: mensen zijn eraan gehecht, al hebben de meeste mensen er allang geen flauw benul meer van wat met Pinksteren wordt gevierd.’

Amerikaanse toestand

De secularisering van Pinksteren kreeg haar weerslag in een zelfstandig naamwoord dat in 1951 voor het eerst in de Volkskrant werd gebruikt: pinksterdrukte. Inmiddels leidt de hang naar vertier weliswaar ook tot kerstdrukte en paasdrukte, maar pinksterdrukte heeft de oudste papieren. De eerste file op de Nederlandse snelwegen ontstond dan ook tijdens het (onverwacht) zonnige pinksterweekeinde van 1955, bij het verkeersknooppunt Oudenrijn – op dat moment niet meer dan een gelijkvloerse kruising. Rijkswaterstaat telde daar op 29 mei 50 duizend auto’s, iets minder dan een kwart van het toenmalige Nederlandse wagenpark.

De file werd door de mensen die er onderdeel van waren als een grotere attractie ervaren dan de reisbestemming zelf. Want de file was een tastbaar neveneffect van de toekomst die in de Verenigde Staten allang was begonnen, en waar ook veel Europeanen – tien jaar na de oorlog – naar verlangden. De dagjesmensen die een groot deel van hun vrije pinksterweekeinde in de auto of een bus doorbrachten, zouden dan ook in een zonnig humeur hebben verkeerd. Van heinde en verre waren bermtoeristen toegestroomd om de Amerikaanse eeuw te begroeten. Daags erna deden de kranten opgewekt verslag van ‘de golven vreemdelingen’ die het land waren binnengerold, busondernemingen die al hun rijdend materieel hadden moeten inzetten, ‘wriemelde mierenhopen van bloesemkijkers’, en benzinepompen die ‘gorgelend hun laatste druppel afgaven’. Zo zag vooruitgang eruit.

In 1977 was de lol daar al wel enigszins van af. Tijdens het pinksterweekeinde van dat jaar, opgeluisterd door de komst van 820 duizend buitenlandse toeristen (bijna 300 duizend minder dan het voorgaande jaar), vielen op de Nederlandse snelwegen veertien doden. Het werd enigszins terloops gemeld. Opmerkelijker waren de files in het noorden van het land, veroorzaakt door dagjesmensen die getuige wilden zijn van de kaping – door Molukse activisten – van de trein bij De Punt en de basisschool in Bovensmilde. ‘Er vormden zich lange files op de weg Groningen-Assen’, schreef de Volkskrant de volgende dag.

Werkverbod

Dat Pinksteren al eindweegs was geseculariseerd toen die ontwikkeling zich in de samenleving nog niet had voltrokken, hangt mogelijk samen met het hoge abstractiegehalte van het feest. Pinksteren, dat al sinds het concilie van Elvira in 310 op de christelijke kalender wordt genoemd, verwijst naar de uitstorting van de Heilige Geest op de volgelingen van Christus. Een belangrijke maar tamelijk ongrijpbare gebeurtenis die gepaard ging met een hevige wind die ineens opstak en tongen van vuur die verschenen boven de hoofden van de apostelen – verweesd sinds de Hemelvaart van Jezus. Zij verlieten het huis waar zij sinds Pasen de uitstorting van de Heilige Geest hadden afgewacht, en trokken de wereld in – voorzien van het vermogen om het evangelie te verkondigen in alle talen die er werden gesproken. Pinksteren markeert dus niets minder dan de vestiging van de christelijke wereldkerk. Om het belang daarvan te onderstrepen, was in de week vóór Pinksteren – de Heilige Geestweek – lange tijd een werkverbod van kracht. Het feest zelf werd tijdens drie dagen op rij, Pinksterdrie, gevierd – een manier om de kerkgang aan te jagen.

Tijdens vieringen werd de betekenis van Pinksteren met dramaturgische ingrepen onderstreept: blaadjes van pioenrozen, vlaspluisjes, lapjes stof of brandende papiersnippers – verwijzingen naar de vurige tongen – die op de gelovigen neerdaalden, duiven die onder klaroengeschal werden losgelaten. Maar gaandeweg slonk de pinksterweek tot twee vrije pinksterdagen – waarvan in Nederland de status werd vastgelegd in de Zondagswet van 1815. De kerk toont zich daaraan echter steeds minder gehecht. Op de liturgische kalender van de rooms-katholieke kerk is tweede pinksterdag – anders dan Tweede Paasdag en (indien van toepassing) Tweede Kerstdag – al enige tijd gewoon een maandag. En binnen de Remonstrantse kerk – het meest vrijzinnige tak van het protestantisme – gaan al jaren stemmen op voor een uitruil van de vrije tweede pinksterdag met het islamitische Suikerfeest.

Volksfeesten

Maar buiten de kerk tonen de mensen zich meer gehecht aan het behoud van Pinksteren in zijn huidige vorm – twee vrije dagen op rij op het grensvlak van voorjaar en zomer. En de wereldse component van Pinksteren is ook opmerkelijk vormvast, zegt Ineke Strouken. ‘Er zijn in Nederland zelfs nog plekken waar de Pinksterdrie behouden is gebleven, zoals in de Zaanstreek, onder de naam Bokkiesdag, die herinnert aan de handel in bokjes op die dag. Op Walcheren staan op derde pinksterdag van oudsher wedstrijden ringsteken op het programma.’

Het zijn de taaie restanten van de volksfeesten die het kerkelijke Pinksteren vergezelden. En ze stroken niet altijd met de hedendaagse moraal. Neem Kallemooi op Schiermonnikoog , de plaatsing om half twaalf pinksternacht van een achttien meter hoge mast waaraan een mand met een (levende) haan wordt bevestigd. Tijdens het driedaagse verblijf van de haan op grote hoogte vinden beneden allerlei festiviteiten plaats – die vroeger zouden zijn samengevallen met een periode van seksuele onthouding. Tot voor kort gold dit pinkstergebruik als een goedmoedige flirt met een oeroude noordse rite, maar de laatste jaren maken dierenbeschermers bezwaar tegen de rol die de haan hierin krijgt toebedeeld. Om aan deze bezwaren tegemoet te komen, voorzien de organisatoren het tijdelijk onderkomen van de haan tegenwoordig van een camera, zodat kan worden ingegrepen als zijn gedrag daar aanleiding toe geeft.

Tot voor enkele decennia werden op verschillende plaatsen in Nederland met Pinksteren nog vruchtbaarheidsfeesten gevierd waarbij vrijages tussen ongehuwde mannen en vrouwen (‘pinksterbruidjes’) krachtig werden aangemoedigd. Omgekeerd werd overspelig gedrag aan de kaak gesteld door plaatsing van een pop van stro (de pinksterman of pinksterpop) bij de huizen van de veronderstelde zondaars. Alleen in het Gelderse Buren zou dit hatelijke ritueel – feitelijk een volksgericht – de 19de eeuw nog hebben overleefd.

Meidenmarkt

De vruchtbaarheidsfeesten die nu nog worden gevierd, meestal in de beslotenheid van een plaatselijke gemeenschap, zijn beduidend goedmoediger dan hun oerversies, maar weerspiegelen allerminst de huidige genderverhoudingen (wat mogelijk als hun charme wordt gezien). In Borne worden jonge meisjes vanaf 5 jaar onder de Pinksterboom en in het bijzijn van hun ouders aan de gemeenschap geïntroduceerd. En in Schoorl trekken jongens in de vroege ochtend van tweede pinksterdag met bankjes en kratjes bier naar het klimduin, waar zij gezelschap krijgen van de meisjes uit het dorp, opgedoft en pinksterbest aangekleed. ‘Door het rulle zand rennen ze heen en weer langs de jongens’, zegt Strouken. ‘Ze ginnegappen, ze plagen en ze worden geplaagd, en ze houden elkaar de rest van de dag gezelschap. Een curieus en vermoeiend ritueel, dat wat mij betreft als immaterieel erfgoed mag worden aangemerkt. Maar daar voelen ze in Schoorl niet voor: ze willen de Meidenmarkt, zoals het feest heet, voor zichzelf bewaren.’

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden