Voor ZKH's herrijzenis trotseren ze de zon Defilé is slijtageslag voor de oud-strijders

Achter de zee van donkerblauwe blazers die door de straat golft, wipt zijn hoed omhoog bij elke pas. Een zomerhoed met veren....

Van onze verslaggever

Ben Haveman

WAGENINGEN

'Misschien weet de prins nog dat ik hem, toen hij verdwaald was, vijftig jaar geleden in België teruggebracht heb bij zijn onderdeel bij Leopoldsburg', had hij gemompeld. 'Maar de prins had toen meer oog voor een meisje dat met haar arm in verband liep'.

De prins. Vanwege ZKH's wonderbaarlijke herrijzenis wilde de Bond van Wapenbroeders met oranje vaandels desnoods een hele dag zon trotseren, zoals voormalig KP-commandant Schottert uit het Groningse Westerlee. En wat is héét? 'Man, in Indië hebben we het wel heter meegemaakt.'

Op het Wageningse pleintje, in de volksmond Plein van de Hemelse Vrede en sinds gisteren 5 Mei-Plein, toont een 82-jarige in het uniform der Binnenlandse Strijdkrachten hoe je zo'n erewacht uren volhoudt: af en toe het gewicht van het ene been op het andere verplaatsen. Hij torst een flinke buik. Maar niks flauwvallen, zoals die jongkerels op de Dam eergisteren.

Een slimmerik verkoopt langs de defilé-route blikken busjes met Amerikaans talkpoeder van meer dan een halve eeuw oud. Opgekocht uit een droge bunker bij Bordeaux 'en daarom nog prima tegen blaren, zoals de geallieerden dat destijds voor lange marsen in hun kistjes gebruikten'. In een tuin aan de Otto van Gelreweg strooit een luidsprekerbox Glenn Miller-achtige dansmuziek uit over tulpen. Met zakdoeken en paraplu's tegen de zon zitten de wachtenden urenlang op de rand van het trottoir, staan ze tegen dranghekken geperst. Zo kan de Prins Bernhard zur Lippe-Biesterfeldshow alsnog worden toegevoegd in de boeken die met het oog op zijn langdurig ziekbed en zijn kwaadaardige gezwel al driftig in produktie waren.

Organisator Peijnenburg, voorzitter van het Nationaal Comité Herdenking Capitulaties 1945, heeft zoveel veteranen moeten teleurstellen: géén plaats meer in de Johannes de Doper Geboortekerk. In de stad waar de Duitse generaal Blaskowitz capituleerde tegenover de Canadese opperbevelhebber Charles Foulkes (mondeling op 5 en schriftelijk op 6 mei 1945), heeft deze 'vijftigste mei' een ongekende invasie uitgelokt. En drukte bij de EHBO-post. Trefwoorden: onwel, flauwgevallen, reanimatie. Eén veteraan aan de hartbewaking, maar: de ambulance voor de prins kan buiten gebruik blijven.

Met hun glimmend-rode koppen en knopen die fonkelen in de zon, laten de bevrijders zich toejuichen, van Royal Canadian Legion tot Prinses Irenebrigade: 2500 man sterk. Hun medailles rinkelen in de maat, hun jasjes zijn hier en daar wat sleets. Camera's worden gericht op een oud-strijder in rolstoel wiens benen zijn geamputeerd. En daar is Erica Terpstra, afgetopt met een Egyptische fez. Een vrouw aan de kant wil klappen, maar vergeet dat zij een bakje patat in haar handen heeft.

'Thank you for ever', roept een spandoek de bevrijders toe. Die doen wat terug. Revers-speldjes met de Maple leaf vliegen als suikergoed in het rond. Terwijl de Wageningse Harmonie Jupiter in concurrentieslag moet met Royal British Legion Youth Band, wuiven genodigden in de kerk zich koelte toe.

Hoe prachtig zingt het koor niet het 'Vergeef ons onze schulden, gelijk wij ook vergeven onze schuldenaren'? De commissaris der koningin in Gelderland sluit daar zo mooi op aan. 'Het heeft geen zin om te herdenken hoe slecht de Duitsers en de Japanners waren en hoe goed wij zelf', zal Jan Terlouw zeggen. 'Al is het maar omdat het niet waar is.' En: is het niet makkelijk om terug te vallen naar een systeem waarin moord, roof en verkrachting, marteling, willekeur en rechteloosheid veeleer de norm zijn dan vrijheid, gelijkheid en broederschap?

Defensieminister Joris Voorhoeve haalt Churchill aan: 'De prijs van vrijheid is eeuwige waakzaamheid.' In de blakerende zon houdt de 65-jarige J. van de Pol stram de wacht bij een Willy's jeep uit 1943 die heeft toebehoord aan Prins Bernhard. Nee hij kan niet even weg om wat te drinken, plicht is plicht. Zijn uniform, nog van ouderwetse snit, zit als een wollen deken om hem heen. Terwijl de ambulance voorrijdt om een onwel geworden kerkganger naar het ziekenhuis te vervoeren, glipt een oud-strijder uit Haarlem de trap naar de 'perstribune' van de kerk ('had ik dat maar eerder geweten'). Hij is nog net op tijd voor het 'We'll meet again, don't know where, don't know when'.

Straaljagergeweld hoort er bij. En Agusta-helikopters ('zonder dat wij wat extra's moesten betalen', grapt de gemeentevoorlichter). Thanks to the Yanks, dat hoort er niet bij, maar dat staat toch op een spandoek. Yanks? Aan de bevrijding van de regio is geen Amerikaan te pas gekomen. Toch hangt de Stars and Stripes aan de Doesburger molen, en aan een Wageningse flat. Je zou denken dat Canada bij de VS is ingelijfd. Is het Canadees-Britse veteranenkamp geschokt? Welnee. Een blinde vlek in ons historisch besef wordt wel weer weggewerkt door onze Hollandse hartelijkheid.

Zo deed de kapper uit Lunteren z'n veteranen-logés met een uitbundig 5 mei-ontbijt van bacon and eggs vergeten dat er tijdens de dodenherdenking in Ede geen woord Engels bij was.

Vond de burgemeester niet nodig. Een VVV-folder hadden ze al gekregen, onze bevrijders. In het Engels. Ze mochten dan hun leven hebben gewaagd, toespraken in Ede waren langs hen heen gegleden. Decorum waren ze, meer niet. Thanks to the Yanks.

De blaaskapel had nog de uitvaart-topper 'Waarheen leit de weg die wij moeten gaan' over hen uitgestrooid. Van onze eigen Vera Lynn als het ware. 'Het is jullie programma', zei veteraan Archie Hodgson nog. Geen kwaad woord over de Hollanders. Zo gastvrij, dat geloven ze thuis in Alberta niet. En waarom niet? Omdat Archie Hodgson (75) een Indiaan is. 'En wij Indianen zijn bij ons in Canada maar tweederangs. Ze treiteren ons, ze hebben al vijf honden van me vergiftigd.'

In zijn eentje was hij vorige week op Schiphol aangekomen. Veren op z'n hoed, en het bijna twee meter lange lijf in een Davy Crockett-jack met franjes geperst. Verbaasd dat er geen ontvangst-comité klaar stond. Teleurgesteld dat een kennis bij de Amsterdamse politie overleden bleek. Door Amsterdam had hij gezworven. Getild bij het geld wisselen, voor honderd piek in een rotkeldertje geslapen. Bijna had hij het vliegtuig teruggenomen.

Maar op het hoofdbureau van politie trof hij die aardige mevrouw van het traumateam. Na urenlang getelefoneer kreeg die van het comité Thank You Canada het advies om de veteraan op de trein naar Ede te zetten. Daar stond hij, de gestalte van die Indiaan uit One flew over the cuckoo's nest, gelaatstrekken én snorretje van Charles Bronson. Het plaatselijk comité had meteen een gastgezin gevonden. Iedereen wilde wel (weer) een Canadees. Net als de meisjes toen.

Hoe zijn Hollandse meisje heette, geeft Archie niet prijs. Vanwege haar familie, you see. 'Ze leeft niet meer', had hij gehoord. Maar hij hoopte in stilte hier nog een nakomeling te hebben, Archie. Die zomer van 1945, hè. Bij het comité Nationale Feestdagen kwamen telefoontjes binnen van vrouwen. Vrouwen van de bejaarden-gymnastiekclub. 'Zit mijn Canadees erbij?' Sommigen kwamen aanzetten verbleekte kiekjes, haastig uit het album gescheurd.

Dat werd speuren. Op het Liberatorsball bijvoorbeeld, met een hoog 'Who do you think you're kidding mister Hitler'-gehalte. Bij de ukulele. Archie had dansend de show gestolen. Van jonge meiden. Maar voor de meeste Canadezen hoorde hij er niet bij, ook al was hij sinds kort lid van de The Royal Canadian Legion. Dat heeft hem jaren gekost. Keer op keer geweigerd, door de veteranenorganisatie. Zonder opgave van redenen. 'Later vroegen ze me hoeveel Indianenbloed ik heb.'

Op Remembrance Day thuis wilde hij na de traditionele 11 november-parade hun wc gebruiken, maar de veteranenclub had hem geweerd. Zelfs telefoneren naar z'n vrouw mocht daar niet. Kameraden onder elkaar. Hij besloot op eigen houtje naar Nederland te gaan. Hij zei: 'Ik ga de Hollanders vertellen dat ik geen lid van jullie club mag zijn. Toen kreeg ik een excuusbrief. Want ze zijn als de dood dat Canada's goeie naam besmeurd wordt.'

In Wageningen stelt Archie zich op bij zijn landgenoten. Een enkeling zegt hem vluchtig gedag, de meesten kijken kijken langs hem heen. Hij is een Indiaan. Hij verpersoonlijkt onbedoeld de vrees die koningin Beatrix 's ochtends had uitgesproken, toen ze de natie waarschuwde voor intolerantie. 'Leve de koningin', klinkt op als de Mercedes met haar vader het lange zweten goedmaakt. 'Hij heeft een bààrdje' Voor de tv zegt de prins dat het er natùùrlijk bij wilde zijn. 'Anders was het niet gelukt.' Hij hoort net zo bij Wageningen als voormalig hotel De Wereld, waar zich vijftig jaar geleden de historische ontmoeting afspeelde.

Een anjer uit de prinselijke krans valt op het plaveisel. De duimen gaan tegen de pantalon bij de Last Post. 'Leve de prins', roepen vrouwenstemmen. Het defilé is de slijtageslag der veteranen. Het applaus laat niet af, de transpiratie evenmin. De bevrijdingsroes van Wageningen, vijftig jaar later. 'Zoveel hartelijkheid heb ik nog nooit zoiets in m'n leven meegemaakt', zegt Archie Hodgson. Hij loopt achter zijn landgenoten die hem negeren. Hij tilt een kind op uit de menigte. Vrouwen pakken hem beet. 'Als ik dit thuis vertel geloven ze me niet.'

Tranen glijden in zijn snor. Te laat roept hij: 'De prins! Ik heb de prins niet gezien.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden