'Voor veel van ons is de zoektocht bezigheidstherapie'

Zoeken naar een verdwenen vriend.

De vrienden van Wilson, rechts: broer Pieter.

De vraag wat bergbeklimmers de dood in drijft is nog altijd sterker dan het antwoord. Van alle boeken die erover geschreven zijn komt Bergfahrt van Ludwig Hohl waarschijnlijk het dichtstbij: klimmers klimmen 'om uit de gevangenis te ontsnappen'. Of anders Solo Faces van James Salter, ook een roman: 'Ze hadden slechte tanden, slechte manieren, en één vurige wens: veroveren.'

Dood ging alpinist Eric Arnold kort nadat hij de Mount Everest veroverde; te hoog voor zijn lichaam maar niet voor zijn geest. De achterblijvers publiceren nu, na zijn uitvaart, een tekst die hij schreef voor vertrek. 'Wat is nou echt het allerergste dat kan gebeuren? Het antwoord is eigenlijk verrassend simpel. Ongelukkig worden.'

Dood is dood - verdwijnen is iets anders. Christiaan Wilson verdwijnt half mei op de Dhaulagiri, een diamant van een berg, de meest westelijke achtduizender van Nepal, weinig beklommen en met een laag succespercentage. Het is er vaak slecht weer. Hij klimt met een Amerikaanse kennis. Die keert om. Christiaan probeert het alleen, komt tot kamp twee maar geeft ook op. Zijn rugzak weegt vijfenveertig kilo, hij is moe en heeft blaren. Hij boekt een vlucht terug naar huis. Hij is 'geen jongen die kaartjes stuurt', zegt Pieter, zijn oudere broer, dus niemand maakt zich zorgen totdat het vliegtuig zonder hem vertrekt uit Kathmandu.

Ergens is Christiaan kwijtgeraakt, tussen het basiskamp en de bewoonde wereld. Daar ligt een uitgebeende gletsjer; niet moeilijk voor alpinisten maar die weten: in elke aftocht schuilt gevaar. Christiaan is een fysiotherapeut van 35 met twee banen en een soepele gang door ruw terrein; zijn doel zijn de seven summits, de zeven hoogste toppen van de continenten waarvan hij er drie deed. Geen beroepsklimmer: gepassioneerd in de bergen, maar ook in het gewone leven thuis.

Een vermist-affiche in een Nepalees bergdorp.

Het zoeken is vergeefs. De hoop sterft snel. Wat dan gebeurt omschrijft Wouter van der Zeijden als het ontstaan van een 'organisme': tientallen vrienden, kennissen, zomaar mensen vormen een caleidoscopische groep die met crowdfundgeld - binnen anderhalve dag is dertigduizend euro binnen - begint met zoeken. Ze noemen zich de Stichting Red Christiaan Wilson. Negen vrienden vertrekken in drie ploegen naar Nepal; ze schuimen de gletsjer af met en zonder helikoper, gaan de deuren in de dorpen langs, schakelen het leger in en een hondenzoekteam. Wouter doet de website en de communicatie, hij is e-business marketeer, 'op zo'n moment vervallen alle dingen die blijkbaar belangrijk zijn in het leven.'

Er zijn twee advocaten. Er is een politieman die weet van opsporen. 'Het is alsof we een bedrijf hebben opgericht,' zegt Pieter, zelf in opleiding tot predikant. 'Voor veel van ons is het bezigheidstherapie', zegt hij ook, 'je kunt chagrijnig voor de tv blijven zitten, mopperen op iedereen, maar dan gebeurt er niks.' Ik spreek ze in de tuin van Wouter. Hij zegt: 'Het is lastig, maar soms word ik blij en trots van wat er allemaal gebeurt en mogelijk is.' Pieter: 'Heel raar, we hebben er ook echt van genoten.'

Onder een gevaarlijke puinhelling, aan een uitdijende rivier vinden ze een stuk rode alpinistenhelm, precies de helm die Christiaan draagt, een Petzl Sirocco, geen doordeweeks model. Ze laten het onderzoeken door een forensisch patholoog - 'iemand uit het netwerk'; de helm is 'samengedrukt in voor-achterwaartse richting' en kan van Christiaan zijn. Wie weet. Zo glinstert hoop.

Maar dan vinden ze ook een Britse klimmer die precies dezelfde helm verloren is. 'Teleurstellingen stapelen zich op', zegt Pieter, dorpelingen komen met 'wenselijke antwoorden', de moesson komt met regen en lawines, het landschap verandert, de gletsjer blijft zijn kaken malen. Pieter reist naar Nepal: 'als broer heb ik daar gezegd: jongens, er is niks concreets meer te doen.'

Maar nu al denken ze over de moesson heen. Aan zoeken met een drone in de gletsjerspleten. Wouter zegt: 'het voelt niet goed om te stoppen.'

Christiaan Wilson tijdens een beklimming.

In 1970 raakte de beste bergbeklimmer ooit, Reinhold Messner, zijn broer Günther kwijt op de Nanga Parbat in Pakistan. 'Ik denk constant aan mijn broer', zei Messner toen ik hem sprak in 2003, 'ik droom van mijn broer. Ik word 's ochtends wakker en ben met hem wezen klimmen'.

Twee jaar later kwam het lijk aan de oppervlakte, en kon hij hem begraven onderaan de wand.

Messner is degene die het 'zuivere klimmen' bedacht: zonder hulp de berg op, alleen met je eigen doodsverachting. Zo wilde Christiaan Wilson klimmen. 'Op een berg word je een mens', zei Messner - zijn antwoord op de vraag die iedereen altijd stelt. Maar ook het omgekeerde is waar.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden