Voor stropers is deze papegaai vangen een eitje

De grijze roodstaartpapegaai is een geliefde huisvogel, omdat hij slim is en goed praat. Door vangst van wilde exemplaren gaat het steeds slechter met de soort. Kan een volledig handelsverbod de dieren beschermen?

Wilde grijze roodstaartpapegaaien in het Lobeke-park in Kameroen. De roodstaart is een van de meest gefokte papegaaien, maar wilde vogels vangen is veel goedkoper dan het kostbare kweken. Beeld null
Wilde grijze roodstaartpapegaaien in het Lobeke-park in Kameroen. De roodstaart is een van de meest gefokte papegaaien, maar wilde vogels vangen is veel goedkoper dan het kostbare kweken.

De Afrikaanse stilte, noemen ze het. De grijze roodstaartpapegaai was ooit een van de meest voorkomende papegaaiensoorten, maar zijn karakteristieke gekrijs is in grote delen van zijn verspreidingsgebied, van West- tot Centraal-Afrika, steeds minder te horen. De reden: verlies van leefgebied door ontbossing en, vooral, massale vangst voor de vogelhandel.

De African grey (feitelijk twee soorten, Psittacus erithacus en Psittacus timneh) heeft zijn populariteit vooral te danken aan zijn indrukwekkende vermogen de menselijke stem na te bootsen. Toch is het een van de minst geschikte huisvogels, zegt papegaaienexpert Roelant Jonker (Universiteit Leiden). 'Roodstaarten zijn slim en gevoelig, maar ook vaak angstig. Ze praten eigenlijk alleen om bij de groep te horen, al is dat een mensengezin.'

Het vangen van wilde grijze roodstaarten is een eitje, want roodstaarten zijn gezelligheidsdieren. Ze verzamelen zich 's avonds in enorme groepen in slaapbomen en zijn ook vaak massaal te vinden bij 'zoutplekken', waar ze minerale aarde komen oppikken. Stropers hoeven er meestal maar een net overheen te gooien om de vogels bij tientallen te vangen.

De soort heeft van al die stroperij enorm te lijden. Enerzijds omdat grijze roodstaarten zich maar langzaam voortplanten, anderzijds omdat 30 tot 50 procent van de vogels de vangst en het transport niet overleeft. En vogels die niet sterven lopen trauma's op, wat zich in de huiskamer uit in gestoord gedrag, zoals bijten.

De achteruitgang van de roodstaart is alarmerend, zegt Traffic, een organisatie die de handel in wilde soorten monitort. Er zijn voorzichtige schattingen van een terugval in de afgelopen vijftig jaar van 30 tot 50 procent in 20 van de 23 staten waar hij voorkwam. Mogelijk wordt elk jaar een op de vijf grijze roodstaarten weggevangen. Volgens Nigel Collar van Birdlife International is de vogel in een land als Ghana al vrijwel uitgestorven.

Grijze roodstaartpapegaai. Beeld null
Grijze roodstaartpapegaai.

'Gereguleerd'

Het vreemde is dat de handel in grijze roodstaarten 'gereguleerd' is. De vogel staat op Appendix II van Cites, wat betekent dat verhandelen gequoteerd is en uitsluitend met vergunning mag. En zowel de VS (sinds 1992) als de EU (sinds de vogelgriep van 2007) hebben een importverbod op wild gevangen vogels. Maar quota kunnen ontdoken worden. En de handel is sinds 2007 verschoven naar het Midden-Oosten, met name naar Pakistan, en China.

In de jaren zeventig en tachtig werden vooral veel West-Afrikaanse Timneh-roodstaarten verhandeld. Die kleinere, goedkopere soort is volgens Jonker al vrijwel verdwenen. Nu wordt ook de Centraal-Afrikaanse Erithacus-roodstaart steeds schaarser. De makkelijkst toegankelijke populaties zijn al weggevangen, en de stropers moeten dus steeds dieper de bossen in, vaak in het kielzog van wegenbouwers en houtbedrijven.

Het treurige is dat het nergens voor nodig is. De roodstaart is een van de meest gefokte papegaaien, en je hoeft ze dus helemaal niet meer wild te vangen. Waarom gebeurt het dan nog steeds? Omdat wilde vogels veel goedkoper zijn dan gekweekte, zegt wildlife crime-expert Christiaan van der Hoeven van het Wereld Natuur Fonds (WNF). 'Je kunt ze makkelijk in groten getale vangen, en ze brengen veel geld op. Kweekvogels kosten je zeker vijf jaar lang voer, hokken, vaccinaties en papieren. En dan praat je al snel over een prijs van 600 euro.'

Roelant Jonker noemt nog een reden waarom roodstaarten nog steeds worden verhandeld, vooral via Oost-Europa: 'Wilde vogels blijven populair omdat je er veel beter mee kunt kweken. Ze zijn beter seksueel opgevoed door hun ouders dan in een kooi geboren vogels.' En dan is er nog de handel in Afrika zelf: de kopjes worden gebruikt bij traditionele rituelen.

Het probleem is dat de handel is toegestaan tot een bepaald quotum, en dat daar makkelijk mee gesjoemeld kan worden. Importcontrole aan de grens is lastig. Je moet vooral handhaven in bronlanden waar corrupte ambtenaren te veel exportvergunningen afgeven. Daar komt bij, zegt Van der Hoeven, dat het lastig is onderscheid te maken tussen wilde en gekweekte roodstaarten. 'Jonge kweekvogels krijgen weliswaar tegenwoordig vaste voetringen om, maar we merken toch dat er vaak ringetjes rond poten gewrongen worden om wilde vogels te kunnen verkopen.'

Wat is Cites?

Cites is de VN-organisatie voor de Conventie over de internationale handel in bedreigde planten- en diersoorten. Cites, waarbij 183 landen zijn aangesloten, wil overexploitatie van soorten door handel voorkomen. De organisatie vergadert vanaf vandaag in Johannesburg onder meer over haaien en roggen, schubdieren, de grijze roodstaartpapegaai en diverse soorten hardhout. Cites is wel primair een handelsorganisatie, geen natuurbeschermingsclub.

Van Appendix II naar Apendix I

De oplossing? Cites moet de roodstaart zo snel mogelijk van Appendix II naar Appendix I verplaatsen, voor een totaal handelsverbod. De vogel is nog niet ernstig bedreigd (met naar schatting nog 700 duizend tot enige miljoenen exemplaren), maar het is duidelijk dat de huidige maatregelen tegen overexploitatie niet werken.

Dit uplisten is vooral bedoeld om de wildvangst tegen te gaan, zegt Van der Hoeven. Als de vogel in Appendix I komt, wil dat zeggen dat alle handel in wilde vogels verboden is. Vogels uit commerciële kweek mogen nog wel verhandeld worden, maar alleen met een vergunning, zoals in Appendix II. 'Je moet dan dus altijd kunnen aantonen dat de vogels gekweekt zijn.'

Jonker hoopt dat het voorstel voor opname in Appendix I er in Johannesburg doorheen komt. 'Dat de huidige afspraken niet werken was jaren geleden al helder. In die zin is het jammer dat dit nu pas gebeurt. Als we zes jaar geleden in actie waren gekomen had de soort er nu beter voorgestaan.'

Ook deze dagen op de agenda: olifanten en ivoor

Heet hangijzer op CITES is vanouds de status van de olifant en de handel in ivoor, zeker gezien de huidige stroperijcrisis. De Afrikaanse olifant staat op Appendix I (handelsverbod), met uitzondering van de grotere populaties in Botswana, Namibië, Zimbabwe en Zuid-Afrika, die op Appendix II staan (handel met vergunning), afgezien dan weer van hun ivoor, dat op Appendix I staat en dus niet mag worden verhandeld. Dit moratorium uit 2007 loopt in 2017 af. Er liggen nu drie omstreden voorstellen. Namibië en Zimbabwe willen elk met hun olifanten nu al van dat moratorium af, zodat ze hun voorraden ivoor kunnen verkopen. Een grote groep Afrikaanse landen wil juist alle olifanten (dus ook die van Namibië en Zimbabwe) opnemen in Appendix I. Motivatie: het gaat zo slecht met de olifant dat het tijd is voor een definitief totaalverbod op de handel in ivoor. Zolang dat uitblijft vormt dit een stimulans voor stropers en smokkelaars. De EU is sceptisch over een totaalverbod. Het Wereld Natuur Fonds is tegen, tot woede van dierenwelzijnsorganisaties. Christiaan van der Hoeven (WWF): 'De huidige afspraken zijn afdoende, het probleem is de handhaving. We moeten CITES niet door die voorstellen laten kapen maar over de handhavingscrisis spreken.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden