Column

Voor sekte Vrij Nederland was de buitenwereld gevaarlijk terrein

Het schrijven van zijn monumentale studie over het weekblad Vrij Nederland, getiteld De gouden jaren van het linkse levensgevoel, moet voor auteur John Jansen van Galen een uitputtende aangelegenheid zijn geweest. Hoe meer zijn beschrijving vorderde hoe meer goud er van zijn onderwerp afbladderde, tot er niet veel meer overbleef dan een onherstelbaar craquelé. Sommige oud-redacteuren wensten bovendien niet meer terug te kijken, zoals Frits Abrahams, die liet weten dat hij geen zin had om nogmaals af te dalen in een kelder vol zuur bier. Een mooi beeld.

Vrij Nederland-kopstukken Rinus Ferdinandusse, Max van Weezel en Joop van Tijn bij een boekpresentatie in Den Haag, in 1986.Beeld anp

Het boek van John Jansen van Galen is een lange opeenstapeling van petites histoires. Voor mij, die in een aantal daarvan als jongmaatje een rolletje speelt, is alles even prachtig, maar ik kan mij voorstellen dat een argeloze lezer weleens genoeg krijgt van die vierkante centimeters waarop al die ruzietjes en kaboutervetes zijn uitgevochten. Mag ik u daarom het advies geven dit boek te lezen alsof u een geschiedenis leest over een sekte.

Want dat was de Vrij Nederland-redactie in feite. Voor VN was de buitenwereld gevaarlijk terrein, waar zich voortdurend complotten afspeelden en waar de vijand elk moment kon toeslaan. VN zag zich als een pantsertrein die mitraillerend voortploegde door vijandelijk gebied. En die vijand kon allerlei gedaanten aannemen. Ik herinner mij dat redacteur Rudie van Meurs - dezelfde die groot op de voorpagina 'Nederland politiestaat!' liet zetten - mij eens bij zich riep en mij het dringende advies gaf 'minder Willem Frederik Hermans te lezen'. Dat was in de tijd dat Hermans en VN-columniste Renate Rubinstein een bittere strijd uitvochten over wat 'de Weinreb-affaire' is gaan heten.

Bij een sekte hoort een sekteleider, die alle vrouwen neukt en die met het binnengekomen geld omgaat alsof het allemaal van hem is. Bij VN was Joop van Tijn de sekteleider. Weliswaar oefende Rinus Ferdinandusse het hoofdredacteurschap uit, maar het boek van Jansen van Galen maakt duidelijk dat Ferdinandusse eigenlijk de tweede man was, de uitvoerder. Hilarisch is het verhaal over Joop van Tijn, gezeten aan een grote vergadertafel die bezaaid was met bonnetjes uit een blok dat hij van een taxichauffeur had gekregen. Hij was bezig al die bonnetjes met een verdraaid handschrift in te vullen.

Als sekteleider kon Van Tijn zich tegenover andere redacteuren alles permitteren. Ik heb het verhaal weleens eerder verteld en ik zal het zeker nog eens vertellen, want het behoort tot de merkwaardigste voorvallen uit mijn journalistieke loopbaan. Op een keer bemerkte ik tot mijn stomme verbazing dat in een stuk dat ik voor VN had gemaakt, een paar onaangename regels stonden over collega-journalist Dick Houwaart die ikzelf helemaal niet had geschreven. De naam Houwaart kwam zelfs in mijn oorspronkelijke tekst niet voor.

Navraag leerde dat Van Tijn achter mijn rug eigenhandig die passage had toegevoegd. Kennelijk had hij een appeltje met Houwaart te schillen en zag hij zo zijn kans schoon. De zaak kreeg een gênante wending toen de week daarop een ingezonden brief van Houwaart binnenkwam waarin de schimpscheuten aan zijn adres feitelijk werden weerlegd. Er is toen een heel gesteggel geweest hoe dit moest worden gerectificeerd, maar op alle afspraken kwam Joop niet opdagen, of bleek dat de tekst ter rechtzetting op de zetterij was verdwenen. Ten slotte kreeg ik te horen dat VN er niet meer op terug zou komen, aangezien de kwestie inmiddels 'haar actualiteit' had verloren.

Hierbij bied ik de heer Houwaart, die voor zover ik weet nog boeken schrijft en bijna 90 moet zijn, na al die jaren alsnog mijn welgemeende excuses aan. Ook namens de geest van Joop van Tijn. Niet namens de geest van Joop, maar geheel uit mijzelf doe ik dat ook aan Paul Depla, die ik vorige week op deze plek onheus behandelde door te suggereren dat hij niet alleen het rapport schreef over de mislukte Europese Spelen van 2019, maar dat hijzelf ook in de commissie zat die de Spelen naar Nederland wilde halen. Een slager dus die zijn eigen vlees keurt. Onjuist, niet waar, mea culpa.

In het boek wordt verteld dat Joop van Tijn, toen ik op reportage was, ineens bij mijn vrouw op de stoep stond met de vraag: 'Zullen wij neuken?' Waarop mijn vrouw antwoordde: 'Ik had je hoger ingeschat, Joop.' Een paar dagen later kreeg ik van hem een bos bloemen toegestuurd, plus de Movie & Video Guide van Leonard Maltin. Die staat nog steeds in mijn boekenkast.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden