Voor patiënt met betrokken familie kan zorg goedkoper

Gemeenten moeten de langdurige zorg van hun inwoners zelf gaan regelen. In Maassluis blijkt dat het vaak goedkoper kan.

MAASSLUIS - Drie grote katten kruipen voorzichtig door een rommelige woonkamer. Terwijl er eentje onder de met knuffels bedolven stoel glipt, zegt Jan-Willem Koppelaar: 'Ze zijn niet van mij hoor. Ze zijn van verschillende buren, maar komen hier af en toe naar binnen om te slapen en te eten.' Het sociale netwerk van de 57-jarige Maassluizenaar komt niet alleen de katten goed van pas. Koppelaar heeft een posttraumatische stressaandoening en kan de hulp van zijn omgeving goed gebruiken.


'De buurman doet vaak een kleine boodschap voor me', zegt Koppelaar. 'En hij koopt de dozen kattenvoer omdat ik die niet kan dragen.' Behalve de buurman heeft Koppelaar nog meer mensen in zijn omgeving die hem helpen: 'De mensen van de kerk brengen me weleens naar het ziekenhuis.' Ook zijn familie staat voor hem klaar als het nodig is. Koppelaar woonde met zijn moeder in hetzelfde huis. Nadat zij was overleden, moest het worden opgeruimd. 'Samen met zijn nichten hebben we het hele huis aangepakt', zegt Wilma van der Hoeven, thuisbegeleider van zorginstelling Careyn.


Koppelaar is een goed voorbeeld van hoe de zorg er in de toekomst moet gaan uitzien. Vanaf 2015 worden gemeenten medeverantwoordelijk voor langdurige zorg die nu onder de AWBZ valt. Hierop vooruitlopend is de gemeente Maassluis onder begeleiding van consultant Deloitte een samenwerking aangegaan met een aantal zorginstellingen. Het project Proeftuin Maassluis, waar Koppelaar aan meedeed, toont aan dat er kan worden bezuinigd met lokale oplossingen en door gebruik te maken van het netwerk van de patiënt.


'Jan-Willem heeft nooit zelf om professionele zorg gevraagd,' zegt Van der Hoeven. Mensen die zijn moeder hielpen zagen dat er iets met hem aan de hand was. Toen aan het licht kwam dat de zoon van de zieke vrouw kampte met psychische problemen, werd Van der Hoeven erbij gehaald. 'Met hulp van de thuisbegeleiding kwam Koppelaar bij een psychiater terecht en werd duidelijk dat er daadwerkelijk sprake was van psychiatrische problematiek.'


Koppelaar is blij dat de thuisbegeleiding destijds is ingeschakeld. Hij had last van angstaanvallen en krijgt nu de hulp die hij altijd al nodig had.


'In het begin kookte ik met hem om hem bewust te maken van zijn voedingspatroon', zegt Van der Hoeven. Haar cliënt houdt er niet van om alleen te eten en doet dat dus ook niet. 'Om ervoor te zorgen dat Jan-Willem zelfredzamer wordt, zijn we in het kader van de proeftuin met elkaar om de tafel gaan zitten om mogelijkheden te verkennen.'


Omdat Koppelaar wel eet wanneer hij in gezelschap is, werd bedacht dat hij in het woon-zorgcomplex in de buurt kan gaan eten. 'Gisteren heb ik trouwens aardappels gegeten Wilma,' zegt Koppelaar met een glimlach. 'Ik heb een zak chips gekocht.'


'Je moet je altijd blijven afvragen hoe zelfredzaam iemand echt is', zegt Mirjam Frenay als reactie op de zak chips van Koppelaar. Frenay is ook thuisbegeleider bij Careyn en benadrukt dat het belangrijk is om per persoon te kijken in hoeverre iemand op eigen benen kan staan. 'De cliënt moet centraal staan. Soms kun je concluderen dat de zorg passend is, soms dat iemand helemaal niet zelfredzaam kan worden. Daarom is het belangrijk dat er altijd professionele hulp bij blijft.'


Maar de proef toont aan dat de zorg wel efficiënter en goedkoper kan. 'In Maassluis zijn we bij mensen thuis geweest die een deel van de zorg niet nodig hadden,' zegt Marly Kiewik van Deloitte. 'In het verleden werd aan de hand van een indicatie een standaardzorgpakket gegeven.' Gemeenten willen nu zo veel mogelijk van die indicatiestelling af. 'Voorheen kreeg iedereen een standaard-etiketje en werd voor veel mensen dure zorg geregeld', zegt Kiewik. 'Maar stel je voor dat de ene cliënt een grote en betrokken familie heeft en de andere niet, dan wil je onderscheid maken. Bij de cliënt met een groter netwerk kan je bepalen wat iemand zelf kan en wat de familie en de buurt kunnen betekenen, voordat dure zorg wordt ingezet. Zo geef je zorg op maat en kun je besparen.'


'Het zou mooi zijn als we de zorg voor nieuwe cliënten net zo aanpakken als bij meneer Koppelaar', zegt Mirjam Frenay. 'Dat we meteen gesprekken aangaan met de omgeving en instanties in de buurt om te zien hoe de zorg het best kan worden geregeld. Niet eerst een indicatie van een specialist afwachten of de patiënt betuttelen, maar meteen kijken wat de omgeving kan oppakken en waar professionele hulp nodig is.'


De integrale aanpak van zorg die over anderhalf jaar in het hele land moet worden ingevoerd, is volgens Frenay en Van der Hoeven een goede zaak. 'Je gaat creatiever kijken in je eigen omgeving en daardoor vind je soms heel passende en makkelijke oplossingen', zegt Van der Hoeven. 'Zo was ik laatst bij een wasserij waar ze in drukke perioden extra hulp van onze cliënten goed kunnen gebruiken. Zo krijgt het bedrijf extra mankracht en worden cliënten geactiveerd om een steentje bij te dragen aan de maatschappij. '

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden