'Voor Oss is het heel erg, maar sluiting is begrijpelijk'

Farmacie is geen Nederlandse sterkte...

amsterdam Hoe pijnlijk ook, de voorgenomen sluiting van Organon is begrijpelijk, zegt innovatiehoogleraar Dany Jacobs van de Universiteit van Amsterdam. De Nederlandse overheid zou ook niet moeten proberen de zaak te redden met een Bio Science Center in Oss. ‘Dat is toch een vorm van defensief industriebeleid waarvan we afstand hebben genomen.’

Waarom vindt u de geplande sluiting van Organon begrijpelijk?

‘Het is natuurlijk heel erg: het is een mooi bedrijf. Maar farmaceutisch onderzoek vergt een grote schaal, en die schaal had Organon niet. Daarvoor had AkzoNobel ook niet kunnen zorgen. Dus ging het op in een Amerikaanse bedrijf, en in het geweld daar delft het nu het onderspit. Je mag niet vergeten dat de farmaceutica een heel concurrerende sector is waarin ook grote bedrijven moeite hebben om bij te blijven. Ook Solvay heeft zijn medicijnentak verkocht.’

Als schaal zo belangrijk is, had AkzoNobel-bestuursvoorzitter Hans Wijers in 2006 Organon dan wel moeten verkopen?

‘Ook dat was een begrijpelijk besluit. Wijers heeft er toen voor gekozen zich toe te leggen op verf en coatings. Van de opbrengst van de Organon-verkoop heeft Wijers een jaar later het Britse ICI kunnen kopen, waarmee AkzoNobel zijn positie op het gebied van verf flink heeft verstevigd. Bij ICI zijn toen trouwens 3.600 man aan de kant gezet. De Engelsen voerden toen over ICI een discussie die wij nu over Organon voeren. De internationale concurrentiestrijd gaat via specialisatie: soms win je, soms verlies je.’

Dus maakt Nederland verf in plaats van geneesmiddelen.

‘Daarin klinkt een misplaatst dedain door. Verf is evengoed een moeilijke sector, waarin je in de hogere segmenten alleen met slimme technologie kunt concurreren. We hebben het niet over eenvoudige blikken latex. Verf is een hightech chemisch product, waarin tegenwoordig allerlei eigenschappen worden toegevoegd. Je hebt zelfhelende autolakken die de krassen wegwerken, verven voor schepen die aankoekende schelpen tegengaan, superlichte verven voor vliegtuigen en antibacteriologische verven voor operatiekamers. Daarin is AkzoNobel wereldleider. Het is innovatie op hoog niveau.’

Had de Nederlandse overheid toch niet moeten ingrijpen toen het hoorde van de Amerikaanse plannen met Organon? En moet er nu geen kenniscentrum in Oss worden neergezet, om de kennis en werkgelegenheid te behouden?

‘Nogmaals: het is heel erg voor Oss en je moet je nooit zomaar gewonnen geven. Maar ik zou het als zeer defensieve industriepolitiek beschouwen als we veel geld zouden steken in een kenniscentrum in Oss. Waarom zou je de krachten versnipperen? Farma is geen Nederlandse sterkte. Bovendien is er al een biotechcluster in Leiden. De vraag is of zo’n Science Center in Oss op termijn levensvatbaar is.’

Maar er is een technologisch topinstituut voor de farmacie. Dan is dat toch een speerpunt van de Nederlandse kenniseconomie?

‘Het is een speerpunt dat helemaal geen speerpunt had moeten zijn. Kijk, in de jaren negentig heeft het ministerie van Economische Zaken – onder toenmalig minister Wijers – de technologische topinstituten bedacht, sectoren waarin bedrijven en kennisinstellingen gingen samenwerken om de aanwezige kennis beter te vertalen in producten. Er zijn er nu acht van. Zeven van die instituten zijn gekozen na een objectief selectieproces, het achtste kwam uit de lucht vallen. Dat was het farmaceutisch topinstituut, TI Farma. Puur het resultaat van een lobby.’

Dus farmacie is niet belangrijk voor de Nederlandse kenniseconomie?

‘Niet zo belangrijk als andere sectoren. Je moet als land kiezen waar je sterk in wilt zijn, en die keuze hebben we met de topinstituten en met de sleutelgebieden van het Innovatieplatform gemaakt. Dat de mensen van TI Farma nu klagen dat de geldkraan voor hun topinstituut na vier jaar wordt dichtgedraaid, is raar. Ik zeg niet dat ze het niet goed hebben gedaan, maar TI Farma had zonder de lobby überhaupt nooit bestaan.’

De raad van commissarissen tekent dus onterecht protest aan tegen de sluiting van Organon?

‘Vanuit hun perspectief hebben ze daar reden toe, maar niet vanuit het perspectief van de Nederlandse kenniseconomie. Er is één uitzondering, en dat is diergeneesmiddelenproducent Intervet in Boxmeer, ook onderdeel van Organon. Een echte wereldspeler. Bovendien past dat bedrijf precies in het Nederlandse kenniscluster Agro & Food. Het zou een groot gemis zijn als ze dat ook sluiten.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden