Opinie

'Voor ons, artsen, is de euthanasiewet te vaag'

Euthanasie bij gevorderde dementie staat op gespannen voet met de zorgvuldigheidseisen, betoogt KNMG-voorzitter Rutger Jan van der Gaag.

Een oude dame tekent een wilsverklaring. Beeld anp

Sander van Walsum is fel in zijn commentaar (de Volkskrant, 17 mei) op het standpunt van de KNMG over euthanasie bij dementie. De KNMG zou sabotage van de euthanasiewet willen formaliseren en zich boven de wetgever plaatsen.

Wat de artsenfederatie wil, is een duidelijke uitleg van de wet voor artsen én patiënten en hun naasten. De wet maakt momenteel onvoldoende duidelijk hoe een arts moet omgaan meteen door de patiënt (ooit) getekende wilsverklaring op het moment dat de patiënt zelf niet meer duidelijk kan maken of hij het moment voor euthanasie gekomen acht.

Voor de arts die de euthanasie verricht, is dit essentieel. Het gebeurt immers regelmatig dat een patiënt die ernstig ziek is de grenzen van het voor hem aanvaardbare lijden steeds verder verlegt, tot ver voorbij de grens die hij vooraf aanvaardbaar vond. Als een arts niet meer bij de patiënt kan nagaan of de grens wel echt is bereikt, omdat er geen communicatie mogelijk is, dan wordt euthanasie problematisch.

'Er is een wilsverklaring, dus pas hem toe', klinkt logisch, maar is dus minder voor de hand liggend dan het lijkt. Hoe moet een arts handelen bij een dement iemand met een wilsverklaring, die niet (meer) om de dood vraagt? Moet diens eerdere wens dan maar worden uitgevoerd? Je wilt toch weten of iemand er nog achter staat en ondraaglijk lijdt. Dat is voor een arts essentieel, want aan hem of haar wordt wel gevraagd het leven van de patiënt te beëindigen.

Zorgen
Al in 2002 heeft de Gezondheidsraad op de bestaande onduidelijkheid in de wet en de problemen met de toepasbaarheid van de zorgvuldigheidseisen in de praktijk gewezen. Onlangs is diezelfde onduidelijkheid opnieuw in de evaluatie van de euthanasiewet vastgesteld. Het vraagstuk gaat niet alleen over gevorderde dementie, maar over alle patiënten met wie in het geheel niet meer kan worden gecommuniceerd. Dat geldt bijvoorbeeld ook voor palliatief gesedeerde patiënten, bij wie soms ook euthanasie wordt verricht.

Overigens: de KNMG keurt euthanasie bij gevorderde dementie niet af, wij uiten alleen onze zorgen over de toepassing van de wettelijke criteria als er helemaal geen communicatie meer mogelijk is. Soms is dat in het stadium van gevorderde dementie nog wél mogelijk. Op 9 november 2011 publiceerde de Volkskrant over 'de eerste euthanasie op een volstrekt wilsonbekwame patiënt'. Deze 68-jarige vrouw was vergevorderd dement, maar ze was volgens de betrokken artsen wél wilsbekwaam ten aanzien van het euthanasieverzoek. De patiënte had, ook al was dat in zeer gebrekkige bewoordingen, tot het eind toe aangegeven dat zij euthanasie wilde. Ook was het voor de artsen duidelijk dat er sprake was van ondraaglijk lijden. Dit leidden zij af uit de lichaamstaal en verbale reacties van de patiënte.

Dat laatste vindt de KNMG van groot belang, evenals het feit dat de patiënte en de arts hier samen acht jaar lang veel over hadden gesproken, op basis van een schriftelijk euthanasieverzoek. Daarom is het ook zo belangrijk dat patiënt en arts tijdig en regelmatig spreken over het (schriftelijke) euthanasieverzoek. Dat gebeurt veel te weinig. Vaak wordt gedacht dat als het maar op papier staat, het goed geregeld is. En daar gaat het mis.

Serieuze vragen
Wat nu als er een schriftelijke euthanasieverzoek is, de patiënt en de arts het er regelmatig met elkaar over hebben gehad, maar inmiddels in het geheel niet meer met de patiënt kan worden gecommuniceerd? De arts kan daar gevolg aan geven als aan de zorgvuldigheidseisen van de wet is voldaan, maar euthanasie is geen plicht van de arts. De vraag hoe artsen de wil van de patiënt en de ondraaglijkheid van het lijden moeten toetsen als communicatie niet meer mogelijk is, was destijds het meest bediscussieerde onderdeel tijdens de behandeling van de euthanasiewet in het parlement. En tot zeer recentelijk zijn er dus serieuze vragen over gesteld, niet alleen door de KNMG.

Laat het duidelijk zijn: de KNMG wil geen inperking van de wet maar wil duidelijkheid voor artsen en patiënten over de toepassing ervan. Daarover hebben minister Schippers, voormalig minister van VWS mevrouw Borst en de KNMG, op uitnodiging van de minister, onlangs overlegd. De uitkomst is dat er een werkgroep komt die dit vraagstuk oppakt. Dat is geen sabotage of wetsontduiking, dat is samen werken aan oplossingen voor een groot probleem.

Rutger Jan van der Gaag is voorzitter van artsenfederatie KNMG.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden