Voor ongelukking zijn of een foute keuze blijft weinig tijd

Steeds strenger wordt de studiefinanciering en steeds sneller moeten studenten afgestudeerd zijn. Het is verleidelijk allerlei vormen van 'risico-mijdend' gedrag te wijten aan de financiële onzekerheid waar studenten onder lijden, maar zo simpel is het verband toch niet....

Bonuspunten. Het is voor de student-van-lang-geleden bijna niet voor te stellen. Bonuspunten. Een beloning voor dingen die vanzelf horen te spreken; voor aanwezigheid bij werkgroepen, het voorbereiden ervan, actieve inbreng.

Want daarom heette een werkgroep toch werkgroep: omdat je er kon meedoen, discussiëren, nadenken. Liever een werkgroep dan een hoorcollege, waar de stof over de collegebanken wordt uitgestort, aantrekkelijk of doodsaai, al naar gelang de begaafdheid en de inzet van de spreker. Bonuspunten!

Rechtenstudenten in Utrecht krijgen bonuspunten als ze bij alle uren van een werkgroep aanwezig zijn, als ze de stof leren, als ze hun opdrachten inleveren. Doen ze dat allemaal keurig, dan beginnen ze met een 1 aan hun tentamen, nog voor ze een letter op papier hebben gezet en wordt de 5,5 waarop ze hadden gemikt (want ze schijnen te leren voor een net-voldoende) vanzelf een 6,5. Sinds het systeem werd ingevoerd, een paar jaar geleden, haalt grofweg 70 procent van de studenten het eerste tentamen strafrecht, schat een docent, tegen de helft in de periode daarvoor. Studenten-van-nu zijn resultaatgericht, niet kennisgericht, zegt een andere docent en student-van-toen.

Studeren is schoolser geworden, begeleiding belangrijker, zo lijkt het. Universiteiten en hbo-scholen doen de grootst mogelijke moeite om studenten door hun studie te slepen, of in ieder geval door dat moeilijke eerste jaar, wanneer alles nog nieuw is en onwennig.

Mentoren en monitoren houden de studievoortgang in de gaten, brede propedeuses (zoals de bèta-gammapropedeuse aan de Universiteit van Amsterdam) maken het mogelijk de studiekeuze nog wat uit te stellen, er zijn projecten om de aansluiting tussen voortgezet en hoger onderwijs te verbeteren, er zijn bijspijkerkampen en ouderavonden, en een faculteit als die van elektrotechniek aan de Technische Universiteit Eindhoven kondigt met gepaste trots plannen voor 'geleide zelfstudie' aan, onderwijsjargon voor op school de tentamenstof leren met een docent in de buurt aan wie je kunt vragen wat je niet begrijpt.

De Utrechtse rechtenfaculteit werkt sinds vorig jaar met mentoren; 24 à 28 begeleiders op ongeveer 650 eerstejaarsstudenten.

In een statige zaal van een faculteitsgebouw achter de Janskerk komt het mentorgroepje van strafrechtdocent J. Boek langzaam binnendruppelen. 'Het zijn nu nog middelbare scholieren', heeft Boek vlak voor aanvang gezegd. 'Maar over drie, vier maanden is dat helemaal weg. Je ziet ze groeien.'

Ze zijn wat schuchter, maar ook rumoerig, de 22 middelbare scholier-studenten van Boek. 'Ik ben speciaal aan jullie toegevoegd om voor jullie te zorgen', laat hij ze weten. Hij zegt ook: 'mijn taak in het leven is voor jullie geluk te zorgen', en beide opmerkingen zijn maar half een grapje.

Ze hebben er net hun eerste week opzitten en het valt ze zwaar. 'Heel chaotisch', zegt een studente. 'Je ging meteen het diepe in', meldt een jaargenoot. Een jongen uit Limburg, net op kamers, komt moedig uit voor zijn eenzaamheid en krijgt bijval. 'De eerste week is gewoon klote.'

Voor ongelukkig zijn, voor een foute keuze of voor langdurig wennen is weinig tijd. Studeren zolang je maar wilt, is iets uit een grijs verleden. Sinds in 1986 de basisbeurs werd ingevoerd, is de studiefinanciering gewijzigd, opnieuw gewijzigd en weer gewijzigd, steeds in strengere zin. Vanaf vorig studiejaar geldt het regime van de prestatiebeurs, een rentedragende lening die pas bij voldoende resultaten wordt omgezet in een gift. Na vier jaar - de tijd die voor de gemiddelde studie staat - is het afgelopen met de beurs, en kan een student alleen nog een lening krijgen.

'Jullie kunnen allemaal lezen en schrijven, dus je kunt het allemaal halen', spreekt Boek moed in. 'Tenzij je tot de conclusie komt dat dit jouw studie niet is. Dan moet je er ook mee stoppen. En dat moet je wel voor 1 februari doen.'

De magische datum is genoemd. Wie voor 1 februari besluit te stoppen, hoeft de tot dan toe ontvangen beurs niet terug te betalen. Wie na 1 februari sneeft, zit met een studieschuld.

Het studiefinancieringsstelsel is een ingewikkelde wirwar van regels en regeltjes geworden, dat vindt zelfs de verantwoordelijke bewindsman. Minister Ritzen van Onderwijs heeft een commissie, onder voorzitterschap van L. Hermans, de commissaris van de koningin in Friesland, opdracht gegeven zich te buigen over de toekomst ervan.

De commissie maakt deze maand haar bevindingen bekend, maar droeg in de zomer al 'bouwstenen' aan voor een toekomstig stelsel van studiefinanciering. Voorzitter Hermans wist bij die gelegenheid te melden dat sinds de introductie van de tempobeurs (die aan de prestatiebeurs voorafging en al beloning aan prestatie koppelde) studenten vaker kiezen voor gemakkelijke studies.

De voorzitter van een andere commissie, de Delftse hoogleraar grondmechanica A. Verruijt, had toen al geconstateerd dat na de invoering van de tempobeurs de aantallen eerstejaars in het wetenschappelijk onderwijs relatief daalden, het sterkst bij als moeilijk bekend staande technische studierichtingen.

Het verband dat beide heren leggen is helder en aantrekkelijk in zijn eenvoud: Hoe strenger de studiefinanciering, hoe minder studenten geneigd zijn risico's te lopen. Het is een veel gehoorde verklaring voor een flink aantal verschijnselen, want er is nogal wat dat duidt op risico-mijdend gedrag.

Dat studenten vaker thuis blijven wonen, bijvoorbeeld. Het scheelt in de kosten van huisvesting en het scheelt ook in tijd - tijd nodig om te wennen aan zelfstandig wonen, tijd nodig om voor jezelf te zorgen.

Verder blijkt uit verschillende onderzoeken dat vwo'ers in toenemende mate het hoger beroepsonderwijs prefereren boven een wetenschappelijke studie. Havisten en vwo'ers mijden technische hogescholen en universiteiten. Havisten kiezen meer voor het middelbaar beroepsonderwijs en stromen minder door naar het vwo. Voor studeren in het buitenland zijn veel meer mogelijkheden dan, pakweg, tien jaar geleden, maar de animo is niet recht evenredig gestegen. Veel meer studenten dan vroeger hebben een veel fiksere bijbaan. Studentenverenigingen moeten moeite doen om aan leden te komen.

In 1996-'97 is het aantal eerstejaars aan de universiteiten opnieuw gedaald, met 2 procent, een daling die vooral kwam doordat minder hbo'ers naar universiteiten zijn doorgestroomd. In Leiden is de daling dit jaar dramatisch (14 procent minder instroom), en het verband met het juist ingevoerde bindend studie-advies is snel gelegd. Een Leidse student met onvoldoende resultaten kan aan het eind van de propedeuse gedwongen worden de universiteit te verlaten. Jaar weg, geld weg. Dat het risico meer in de geest leeft dan in werkelijkheid (slechte studenten komen waarschijnlijk al lang voor het einde van het studiejaar tot de conclusie dat ze niet op hun plek zijn), maakt niet uit. De universiteit zelf wijdt de terugloop aan de afwezigheid van studies die dit jaar populair zijn, zoals bedrijfskunde en economie.

De Utrechtse mentor Boek is ervan overtuigd dat de angst voor studieschulden bestaat. Of die angst terecht is, weet hij niet. 'Ik denk dat de perceptie van de druk uit Zoetermeer van veel meer invloed is dan wat wij allemaal doen,' zegt Boek.

Maar is het verband tussen studiebeurs en studiekeus er wel? Nee, meent U. de Jong, die voor het SCO-Kohnstam-instituut van de Universiteit van Amsterdam onderzoek doet naar hoger onderwijs. Er is wel een verschuiving van wetenschappelijk naar hoger beroepsonderwijs, maar het precentage vwo'ers dat momenteel voor de universiteit kiest ligt nog altijd boven dat uit de jaren tachtig, toen de studiefinanciering ruimhartiger was. 'Het aantal jongeren dat na havo of vwo aan een vervolgopleiding begint, stijgt al jaren, dus het besluit om te gaan studeren hangt echt niet af van de studiefinanciering.'

Wel is de houding van studenten veranderd, zegt de Jong. 'Je bedenkt je twee keer voor je gaat studeren. Het is een beslissing voor je leven, dus die moet je serieus nemen. Voor veel mensen komt de keuze niet op het goede moment. Dan stellen ze hun beslissing uit, of als ze al bezig zijn, stoppen ze voor een jaartje.'

De 'echt Nederlandse' houding van studenten uit vorige jaargangen verdwijnt, zegt De Jong. 'Vroeger was studeren iets dat je sowieso deed. Als je nog niet goed wist wat, begon je vast, want je kon altijd nog van richting veranderen. Dat is niet meer zo. Een studie wordt vaker uitgesteld.'

'Studenten die te maken krijgen met vier jaar studiefinanciering ontkennen niet dat ze financieel risico lopen, maar daarom zien ze nog niet van een studie af. Ze denken eerder aan een bijbaan. Studenten werken veel meer dan vroeger, en toch zijn de activiteiten buiten de studie veel minder een factor voor vertraging.'

De veranderingen in de programma's hebben ook bijgedragen tot die snellere studievoortgang. De 'studeerbaarheid' - een Zoetermeerse term - van opleidingen in het hoger onderwijs is beslist toegenomen sinds vijftien jaar geleden de tweefasenstructuur werd ingevoerd en de studieduur ingekort.

Van verschoolsing wil De Jong niet horen. 'Wat schools is, zijn in feite de hoorcolleges. In mentorgroepjes kun je heel hoge leerprocessen doen plaatsvinden, kun je studenten na laten denken over een boek, over de studiestof. Dat is niet schools, dat is academisch. In hoorcolleges wordt niets van ze verwacht. Een studie als rechten is eerder academischer dan minder academisch geworden.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden