Voor Obama telt nu wat zijn erfenis wordt

Een van de moeilijkste opgaven in de journalistiek is het maken van een portret van iemand die voortdurend in het licht van de schijnwerpers staat en wiens leven al helemaal is uitgeplozen. Een auteur die daarin excelleert is David Remnick, hoofdredacteur van The New Yorker.


Vorige week publiceerde hij in zijn blad een uitvoerig portret van Barack Obama - over wie hij eerder een vuistdikke biografie schreef (The Bridge - The Life and Rise of Barack Obama) - en jawel, hij is er wonderwel in geslaagd aan de al zo intensief belichte figuur van de president nog wat extra reliëf te geven. Niet in de laatste plaats door een heldere focus te kiezen. Remnick concentreert zich op de vraag: hoe staat Obama's presidentschap ervoor, hoe ziet hij de situatie zelf en wat denkt/hoopt hij nog te bereiken in de resterende drie jaar van zijn ambtstermijn. Om dat scherp in beeld te krijgen is hij meegereisd met de president op een driedaagse trip naar de westkust, heeft hij zijn licht opgestoken bij stafleden van het Witte Huis en tenslotte ook met Obama zelf gesproken.


Twee dingen zijn me het meest opgevallen. In de eerste plaats dat er sprake is van een zekere onthechting bij Barack Obama. Dat moet niet worden verward met verminderde inzet of onverschilligheid. Maar de man die aan het begin van zijn race naar het Witte Huis verkondigde dat hij niet als de zoveelste president de geschiedenis wilde ingaan en echt een verschil wilde maken, is zich sterker bewust geworden van de beperkingen waaraan de presidentiële macht is onderworpen. En ook wel van zijn eigen feilbaarheid.


Dat kan niet verbazen: voor Obama was 2013 eigenlijk een annus horribilis, een rampjaar. Na zijn ambitieuze inauguratierede, die nog helemaal de euforie van de herverkiezingstriomf ademde, volgde de ene ontnuchterende ervaring na de andere: het uitputtende begrotingsgevecht met de Republikeinen (dat Obama uiteindelijk won, maar hem ook schade berokkende), het drama met de website van het nieuwe zorgstelsel, de onthullingen over de afluisterpraktijken van de NSA, de militaire coup in Egypte die niet zo mocht heten, en de rode lijn in Syrië die dat niet bleek te zijn.


Al die misstappen en tegenslagen, die de president een fors dalende curve in de peilingen opleverden, hebben geleid tot een zekere flegmatiek in het Witte Huis. Obama 'heeft geleerd dat in Washington elke dag wordt beleefd als een verkiezingsdag en dat mensen de neiging hebben om met een regelmaat van tien minuten geschiedenis te schrijven', zei politiek strateeg David Axelrod tegen Remnick.


Daarvan wordt afstand genomen. Het huidige parool is: 'The president takes the long view', de president is gericht op de langere termijn. En hij realiseert zich dat de politieke ruimte om zijn erfenis nog substantieel op te tuigen beperkt is en dat hij niet te veel hooi op zijn vork moet nemen. Zeker niet op binnenlands gebied. Het grootst lijkt de kans op hervorming van het immigratiebeleid, maar verder moeten de verwachtingen worden getemperd. Vanaf medio 2015 komt de Amerikaanse politiek trouwens steeds meer in het teken van de volgende verkiezingen te staan en kan de zittende president gemakkelijk een lame duck worden.


De onthechting wordt gevoed door Obama's analytische inborst, die zich ook in dit portret volop manifesteert. De president heeft de neiging om bij alle controversiële kwesties de voors en tegens uitvoerig te onderzoeken. Zijn grondhouding is onmiskenbaar progressief, maar hij is voortdurend in gesprek met een behoudender alter ego. En hij schrikt ervoor terug om zijn wil door te zetten. Het Witte Huis kan het Congres op bepaalde punten de loef afsteken met presidentiële decreten, maar Obama heeft daartoe minder vaak zijn toevlucht genomen dan zijn twee voorgangers, omdat hij dat democratisch niet in de haak vindt.


Vanwege Obama's oog voor de complexiteit der dingen hebben commentatoren en historici vaak een 'natuurlijke affiniteit' met hem, zo stelde Washington Post-columnist Michael Gerson onlangs vast. Analyseren, wikken en wegen is immers een belangrijk ingrediënt van hun professie. Maar een intellectuele inslag is helaas geen garantie voor effectief leiderschap.


Arnon Grunberg stak afgelopen vrijdag de lotrompet over president François Hollande, die tijdens de lunch op paleis Noordeinde sprak over Descartes en Diderot, terwijl onze koning een lans brak voor de HEMA. Lang leve een veelzijdig onderlegde regeringsleider. Maar als een alleskunner niet voorradig is, doe mij dan maar een HEMA-man. Voor de filosofische verdieping klop ik wel aan bij Grunberg, zij het met cartesiaanse twijfel.


Paul Brill is buitenland- commentator van de Volkskrant


Reageren? p.brill@volkskrant.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.