Voor niemand bang, maar wel smetvrees

Door Peter BrusseDe jongeren in Almere liepen weg met René Kempenaar. Hij hielp ze van de drugs, regelde baantjes en was dag en nacht bereikbaar....

René Kempenaar, onverwacht op 16 april op 52-jarige leeftijd overleden, was een gedreven jongerenwerker in Almere, ontdekker van rappers als Ali B. en Raymtzer; en inspirator van het jeugdtheatergezelschap Culture Shock. Hij was een goeroe en voormalig sportschoolhouder, een grappenmaker die ook flink ruzie kon maken, een onvermoeibaar idealist die in de strijd tegen de drugs- en alcoholverslaving keihard kon zijn, ‘maar altijd wist hoe ver hij te ver kon gaan’. Honderden jongeren ondertekenden vol tranen het condoleanceregister en organiseerden een stille tocht.

Hij hielp waar hij helpen kon, bleef controleren of ‘die slimmerd nou eindelijk begrijpt waar het om gaat’ en spande burgemeester Annemarie Jorritsma even vrolijk en enthousiast voor zijn karretje als oud-stadgenoot Clarence Seedorf. Toen hij aan de koningin werd voorgesteld, stootte hij van de zenuwen een glas rode wijn om.

Hij groeide op in Amsterdam-Noord, waar zijn vader, Surinamer, oud-militair en zeeman, in een fabriek werkte. Zijn moeder, een sterke Amsterdamse vrouw, maakte kantoren schoon en had veel te stellen met haar ‘lieverdje’. Zij stuurde hem naar ballet, maar vechtsporten trokken hem meer. Aan voetballen had hij de pest. Hij ging naar de modevakschool en werd de eerste donkere verkoper op de herenafdeling van Peek & Cloppenburg. Daarna werkte hij bij ‘De Broekenkoning’ en ‘Henrico’ in de volkswijk Bos en Lommer. Hij was ieders toeverlaat en zijn kinderen kregen overal snoep, worst en patat. Hij had de modezaak zullen overnemen, maar er ging buiten ieders schuld iets mis.

In 1983 was hij naar Almere Haven verhuisd en werd lid van de sportschool. Snel werd hem gevraagd les te geven en de zaak te runnen. Hij was bedreven in karate, free fighting en vooral het sierlijke uit Indonesië afkomstige pencak silat.

Als sportleraar en vrijwilliger werkte hij bij jeugdcentra De Stadskelder en Kuitenkijker; en de stichting voor welzijnswerk ‘De Schoor’, waar hij, zonder opleiding, in 1996 als ambulant jongerenwerker in vaste dienst kwam. Hij ging de straat op, sprak jongeren aan op hun blowen, dealen, spuiten, drinken en agressie. Met zijn no- nonsense-aanpak wist hij vertrouwen te wekken. Hij zorgde voor banen, bemiddelde thuis en op school en je kon hem dag en nacht bellen. Hij was voor niemand bang, maar had wel smetvrees en droeg aan zijn riem een flaconnetje handspray.

Hij richtte het jongerencentrum ‘Totum’ op en was gangmaker van het platform ‘Jongeren Veilig Stadshart Almere’, waar jongeren zelf hun problemen aanpakken. Hun ontmoetingsplek JOP werd ‘natuurlijk’ een panna-veld:

‘Panna’, zei hij, ‘is straatvoetbal waarbij de subtiele voetbeweging tien keer meer waard is dan een doelpunt. Panna is een lifestyle.’ Hij zette Culture Shock op, waar jonge artiesten zich in streetdance, poetry, beatbox en noem maar op, kunnen uitleven.

Hij hield van horloges en mooie hemden, was berentrots op zijn zoon, twee dochters en zijn vrouw Carla die de boel bij elkaar hield. Want chaotisch was hij soms wel. In het condoleanceregister schreef een oud-leerling over zijn ‘barbaarse manier van trainen’: ‘Je deed het bombastisch, luid en hard, maar het heeft mijn leven gered, me sterk genoeg gemaakt om verder te leven.’

Tips voor de rubriek Uit het Leven?Mail naar vervolg@volkskrant.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden