Achtergrond

Voor Nederlandse Syriëgangers een Guantánamo in Syrië, of de EBI in Vught?

De Amerikaanse president Donald Trump gooide deze week olie op het vuur in de discussie over buitenlandse IS-strijders. Het wordt tijd dat westerse landen hun Syriëgangers terugnemen en gaan berechten, stelt hij. Is dat zo onredelijk? 

Bij IS aangesloten vrouwen en hun kinderen in Baghouz. Het is een van de laatste stukjes door IS bezet gebied. Beeld Roger Waleson

De Amersfoortse ­Syriëganger Meryam, die in 2014 met haar inmiddels overleden man en drie kinderen naar Syrië afreisde, leefde de afgelopen maanden in het laatst overgebleven IS-bolwerk Baghouz, een Syrisch woestijndorp bij de grens met Irak dat op het punt staat om in de handen te vallen van de Koerdische rebellenbeweging Syrian Democratic Forces (SDF).

Woensdag kregen Meryam en haar kinderen, en honderden andere IS-leden, de kans om dit restje IS-gebied te ontvluchten. Tientallen vrachtwagens van de SDF stonden klaar om ze een veilige aftocht uit Baghouz te bieden.

Wilt u dit verhaal liever beluisteren? Hieronder staat de door Blendle voorgelezen versie.

Als Meryam en haar kinderen van deze mogelijkheid gebruik hebben gemaakt, dan wacht hun waarschijnlijk een verblijf zonder einddatum in een van de vluchtelingenkampen van de Koerdische SDF. De veiligheids- en politieke risico’s die kleven aan de repatriëring van Syriëgangers zoals Meryam en haar drie kinderen – 11, 9 en 7 jaar oud – worden als te groot beschouwd. Nederland zet voorlopig alleen in op ‘een onderzoek naar de mogelijkheid’ om een handjevol Syriëgangers terug te halen tegen wie een gerechtelijk bevel tot gevangenneming loopt. De overheid is hun terugkeer pas gaan overwegen nu de kans bestaat dat de lopende strafzaak tegen deze Syriëgangers beëindigd dreigt te worden. 

Maar wat te doen met de andere  tientallen Nederlandse Syriëgangers als Meryam die in de Koerdische vluchtelingenkampen en gevangenissen zitten en waarvoor geen gerechtelijk bevel tot gevangenneming is uitgevaardigd? Daar laten, en hopen dat de Syrische of Irakese rechtspraak dit afhandelt? Repatriëren, en het risico lopen dat je ‘tikkende tijdbommen’ binnenhaalt? Of hebben we niet zoveel te kiezen, zoals experts zeggen, en komt Nederland er moreel en juridisch niet onderuit om uiteindelijk alle Syriëgangers terug te halen?

Scenario 1: We laten ze in Syrië of Irak en hopen dat ze daar hun verdiende loon krijgen.

Een geluid dat vaak klinkt: laat Nederlandse Syriëgangers maar over aan de Syrische of Iraakse rechtspraak. Deze week werd dat sentiment verwoord door VVD-Kamerlid Antoinette Laan. Syriëgangers hebben zich te verantwoorden voor een Syrische of Iraakse rechter, zei Laan in het Radio 1-programma Spraakmakers. Rolt daar vervolgens de doodstraf uit: eigen schuld, dikke bult. ‘Als ze de doodstraf krijgen daar, dan is dat een gevolg van hun eigen daden, dat hebben zij aan zichzelf te wijten.’

Klare taal. Alleen wordt die opvatting niet gedeeld door haar VVD-collega en minister van Buitenlandse ­Zaken Stef Blok. Hij liet eerder weten dat berechting in de regio pas een optie kan zijn als de doodstraf daar wordt afgeschaft.

Maar zelfs als de doodstraf niet meer op tafel ligt, is berechting in de overbelaste dan wel non-existente rechtspraak van Irak of Syrië geen optie, zegt Nadim Houry, Syrië- en terrorisme-expert van de mensenrechtenorganisatie Human Rights Watch.

‘In Syrië is er vanwege de jarenlange burgeroorlog geen deugdelijk recht­spraaksysteem meer en in Irak puilen de rechtbanken al uit met strafzaken tegen IS’ers’, zegt Houry. ‘Als Europese landen berechting in Syrië of Irak echt als een serieuze optie beschouwden, dan hadden ze afgelopen jaren geld kunnen steken in het rechtssysteem daar.’

Volgens Houry houden Europese landen moedwillig een ‘Guantánamo aan de Eufraat’ in stand – een juridisch niemandsland waar Syriëgangers ver weg uit het zicht worden gehouden. Dat is ‘laf’, vindt Houry, en oneerlijk ­ tegenover de Syriërs en Irakezen die te lijden hebben gehad onder Europese Syriëgangers. Zolang die in dit juridisch niemandsland zitten, ontlopen ze een straf voor hun IS-lidmaatschap.

VN-tribunaal

Een andere optie is de oprichting van een VN-tribunaal. Dit idee circuleert al langer. Deze week werd het plan nog eens afgestoft door Belgische politici en door een woordvoerder van de SDF. De Koerdische rebellenbeweging liet tegenover persbureau DPA weten dat het haar ontbreekt aan de ‘juridische infrastructuur’ voor vervolging en berechting. Daarom moeten de VN geld en materiaal steken in een tribunaal op Koerdisch-Syrisch grondgebied.

‘Je moet je afvragen of dit wel het beste idee is’, zegt advocaat, hoogleraar internationaal strafrecht en Joegoslavië-Tribunaal-specialist Göran Sluiter. ‘Een tribunaal oprichten kost veel tijd en geld. Processen tegen IS-strijders zouden beter en efficiënter kunnen plaatsvinden in goed functionerende rechtsstaten zoals Nederland.’

Daarnaast staan politieke obstakels de oprichting van zo’n tribunaal in de weg, denkt Sluiter. In 2012, tijdens de Syrische burgeroorlog, keerden de Koerden zich af van de rest van het land. Sindsdien proberen ze – tevergeefs – internationaal erkend te worden als autonome staat. De oprichting van een VN-tribunaal in dit gebied lijkt daarom nog een stap te ver.

Scenario 2: Syriëgangers mogen hun straf niet ontlopen. Daarom: repatriëren, met alle mogelijke veiligheidsrisico’s en kosten van dien.

De gerenommeerde Noorse terrorismedeskundige Thomas Hegghammer deelde afgelopen week via Twitter enkele interessante observaties over de duivelse dilemma’s waarvan sprake is bij de eventuele terugkeer van de laatste Syriëgangers naar Europa.

Vormen zij een verhoogd veiligheidsrisico?, vroeg Hegghammer zich af. Harde conclusies hierover zijn voorlopig niet te trekken. Wat je wel kunt zeggen: dit zijn geen spijtoptanten die terugkomen omdat ze afstand hebben genomen van het IS-gedachtengoed. Dit zijn over het algemeen overtuigde aanhangers van IS.

Hegghammer wijst ook op de kosten. Het repatriëren, vervolgen, interneren en reïntegreren zal een vermogen kosten – net als het in de gaten houden van deze personen na hun detentie. Dat zal nog tot ver in de toekomst moeten gebeuren, om te voorkomen dat ze op enig moment overgaan tot terreurdaden.

En toch moeten we deze last op onze schouders nemen, vinden Nederlandse experts. Het probleem van de Syriëgangers afwentelen op de Syrische of Iraakse bevolking kan gewoon niet, vinden zij.

‘We moeten om te beginnen het debat anders framen’, zegt Bart Schuurman, terrorismedeskundige van de Universiteit Leiden. ‘Nu lijkt het alsof we ze moeten terughalen om ze een tweede kans in het leven te gunnen. De discussie zou moeten zijn: hoe zorgen we ervoor dat we deze mensen zo goed mogelijk kunnen vervolgen en dat ze in de toekomst geen gevaar vormen? Als je alle opties nagaat, kan dat het beste hier in Nederland.’

Het risico beteugelen

Een garantie dat je met de repatriëring geen problemen in huis haalt, is volgens Schuurman niet te geven. Wel beschikt Nederland over de middelen om Syriëgangers te vervolgen, interneren, en reïntegreren. Zo heeft het Openbaar Ministerie al veel zaken ­tegen Syriëgangers in voorbereiding. Daarnaast kan het jihadistische gevaar van terugkeerders worden beteugeld met de zogeheten persoonsgerichte aanpak, waarbij politie- en inlichtingendiensten, jeugdzorg en jongerenwerkers al sinds 2014 samenwerken om geradicaliseerde moslims in de ­gaten te houden. 

Ook met het zogeheten TER-team van Reclassering Nederland probeert Nederland het Syriëgangersprobleem het hoofd te bieden. Volgens Amy-Jane Gielen, onderzoeker antiradicaliseringsbeleid, houdt dit team zich specifiek bezig met terrorisme-, extremisme- en radicaliseringszaken. ‘Dit team is in de afgelopen jaren uitgebreid van vijf naar twintig mensen’, zegt Gielen. ‘Zij zijn onder meer getraind in gespreksvoering over ideologie met mensen met een extremistisch gedachtengoed. Dat stelt dit team in staat om extremisten zo goed mogelijk te begeleiden.’

Om verder berekend te zijn op de terugkeer van Syriëgangers is de capaciteit op de terroristenafdeling van de Extra Beveiligde Inrichting (EBI) in Vught uitgebreid, zegt Gielen. Daarmee is de mogelijkheid vergroot om de ideologisch geharnaste gevangenen van de minder radicale te scheiden.

‘De professionele infrastructuur om deze mensen op te vangen, is er dus’, zegt Gielen. ‘Of daarvan gebruik wordt gemaakt, is uiteindelijk een politieke kwestie.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden