Direct naar artikelinhoud

'Voor Nederland geldt: de euro moet blijven!'

Het is in het belang van Nederland om vast te houden aan de euro. Dat stelt Maarten B. Engwirda, voormalig lid van de Europese Rekenkamer.

© THINKSTOCK
© THINKSTOCK
Dit artikel is geschreven doorLeestijd 4 min

Na alle misverstanden en geharrewar over hoeveel Nederland mag bijdragen aan de Europese steun aan Griekenland, maar mogelijk ook aan andere zwakkere lidstaten, lijkt het mij nuttig om de balans op te maken en na te gaan waar in deze de Nederlandse belangen liggen.

Belang
Om met die laatste vraag te beginnen: Nederland behoort als handelsland bij uitstek (Rotterdam en Schiphol!) waarschijnlijk tot de kleine groep lidstaten die het meeste profiteert van de Europese integratie, en daarom zou ons land een groot belang moeten hechten aan de instandhouding en mogelijke versterking van de Europese interne markt, inclusief de rol van de euro daarin. Het Nederlandse belang in deze is door het Centraal Planbureau in 2008 in kaart gebracht, met als uitkomst dat de Nederlandse economie door de Europese integratie jaarlijks tussen de 25 en 30 miljard euro groeit!

Een ander veelbetekenend cijfer is, dat het totale overschot op de handelsbalans tussen Nederland en de rest van de Europese Unie momenteel zo'n 60 miljard euro per jaar bedraagt. Als je deze cijfers vergelijkt met de netto Nederlandse bijdrage aan de Europese Unie van zo'n 3 miljard euro per jaar, waar in Nederland al zo veel over geklaagd wordt, zal het niet moeilijk zijn om vast te stellen, waar het werkelijke Nederlandse belang ligt.

Het verband tussen de interne markt en de euro zal intussen duidelijk zijn voor degenen die zich herinneren dat de euro in de periode 1999-2002 is ingevoerd ter voltooiing van de interne markt, die vanaf 1992 functioneert, met als voornaamste argument, dat de voornaamste concurrenten van de Europese Gemeenschappen op de wereldmarkt (Verenigde Staten, Japan en nu vooral ook China) niet alleen over een interne (thuis)markt, maar ook over een gemeenschappelijke munt beschikken.

Naïef
Tegen de voorgaande achtergrond zijn pleidooien van sommige Nederlandse politieke partijen om de Europese begroting voor de komende zevenjaarsperiode (2014-2020) te halveren en alle landbouwsubsidies af te schaffen naïef en contraproductief. Waar Nederland als handelsland in grote mate profiteert van de interne markt, profiteren de armere lidstaten uit Centraal- en Oost-Europa van de steungelden op de EU-begroting voor de zwakkere regio's. En landen als Frankrijk en Ierland profiteren van de landbouwsubsidies.

Daarmee is uiteraard niet gezegd, dat het EU-geld niet beter en efficiënter besteed kan worden. Daarvoor heb ik mij tijdens mijn 15-jarig lidmaatschap van de Europese Rekenkamer voortdurend ingezet en ook nu is daarvoor nog een lange weg te gaan. Maar laten wij in vredesnaam eerst onze knopen tellen en nagaan, waar in deze de werkelijke Nederlandse belangen liggen.

Onder vuur
De probleemlanden, die momenteel onder het vuur van de speculanten liggen, zijn Griekenland, Portugal en Ierland en mogelijk Italië en Spanje. De problematiek in deze landen verschilt enorm per land. Het land, waarover ik mij het minste zorgen maak, is Ierland. Nog maar enkele jaren geleden, voor het uitbreken van de kredietcrisis, had dit land zich, mede dankzij aanzienlijke Europese subsidies, ontwikkeld van één van de armste vier lidstaten van de toenmalige Europese Gemeenschappen tot het welvarendste land van de Europese Unie na Luxemburg. Ierland is in de problemen geraakt door een forse bubble in de onroerendgoedmarkt in combinatie met de financiële problemen van enkele voor Ierse begrippen disproportioneel grote banken.

Het verhaal voor Spanje is enigszins vergelijkbaar met Ierland. Ook daar een forse bubble n de onroerendgoedmarkt, zij het in combinatie met de hoogste werkloosheid in West-Europa. Daar staat tegenover, dat de nationale schuld van Spanje circa 60 procent bedraagt en daarmee nog enigszins lager ligt dan die van Nederland. Toch gaat ook Spanje het naar mijn indruk redden.

De situatie van Portugal is een geheel andere. In het Europa van de 15 lidstaten behoorde Portugal met Ierland, Spanje en Griekenland tot de armste vier lidstaten en ondanks substantiële Europese steunverlening is de economische groei in dat land behoorlijk achtergebleven. Maar ook  Portugal zal de huidige crisis kunnen overwinnen, want het land beschikt net als Spanje over een relatief efficiënt bestuur.

Resteren de twee meest delicate lidstaten; Italië en Griekenland. Beide landen hebben een enorme staatsschuld. Beide landen hebben ook geen efficiënt bestuur en kennen, tezamen met Roemenië en Bulgarije, relatief de hoogste mate van corruptie. Er is natuurlijk nog wel een gradueel verschil, omdat Italië met al zijn gebreken stukken beter functioneert dan Griekenland.

Conclusies
Vanuit het Nederlandse belang leidt dit naar mijn mening tot vier conclusies:
1. De Nederlandse regering zou het belang van het in stand houden, respectievelijk zo veel mogelijk in stand houden van de euro tot haar voornaamste doelstelling moeten maken, omdat de instandhouding, respectievelijk versterking van de interne markt en de euro rechtstreeks in het Nederlandse belang is;
2. Daarvoor is nodig dat de Nederlandse regering samen met de andere Europese regeringsleiders verder haar nek uitsteekt in de vorm van een forse verhoging van de garanties voor de zwakkere EU-lidstaten, en de lasten niet alleen afschuift naar de Europese Centrale Bank en de presidenten van de Centrale Banken van de lidstaten;
3. Mocht blijken dat ondanks die verhoogde inspanningen de zaak voor Griekenland toch niet meer te redden valt, dan zal op ordelijke wijze een oplossing moeten worden gezocht, waarbij Griekenland de eurozone verlaat;
4. De gedachte om de euro te splitsen in een neuro voor de noordelijke landen en een zeuro voor de zuidelijke lijkt mij vooralsnog levensgevaarlijk en zeker niet in het Nederlandse belang.

Maarten B. Engwirda is voormalig lid van de Europese Rekenkamer.

Help ons door uw ervaring te delen:

Lees ook

Geselecteerd door de redactie