REPORTAGERATTENFOKKERIJ Chongqing

Voor Liu was de bamboerat een weg uit de armoede. Maar nu is zijn lekkernij verboden handelswaar

Boer Liu Yong: ‘Ik snap dat ik niet alles terugkrijg, het land heeft het moeilijk. Maar ik moet mijn leningen afbetalen.’Beeld Ruben Lundgren

Bamboeratten fokken leek een wondermiddel om Chinese boeren uit de armoede te trekken. Nu, in de coronacrisis, heeft de Chinese overheid een verbod op het fokken en verhandelen van wilde dieren uitgevaardigd en zijn fokkers ‘armer dan arm’. 

Tot een half jaar geleden had de Chinese bamboerattenfokker Liu Yong nauwelijks zorgen. Zijn ratten, een delicatesse in China, gingen als warme broodjes over de toonbank. Zijn boerderij in de heuvels rond Chongqing werd alsmaar groter. En zijn succes sprak zo aan dat hij zelfs door de staatstelevisie werd opgevoerd. Zijn zoon, afgestudeerd aan de universiteit en voorbestemd voor een carrière in de stad, keerde ijlings naar het dorp terug. Hij zou het rattenimperium op termijn overnemen.

Ja, Liu had het mooi voor elkaar. Tot het coronavirus uitbrak, en het hele kaartenhuis in elkaar stortte.

Op de boerderij van Liu, twee uur rijden van Chongqing, langs steeds nauwere en hobbeliger straten, zijn de sporen van de gouden tijden nog vers. Naast de oprit is een artificiële rotspartij gebouwd, een typisch Chinees statussymbool – hier gedecoreerd met metersgrote ratten. In de stallen hangen vlaggen waarop beelden van Liu’s tv-optreden zijn afgedrukt. En naast het woonhuis ligt een restaurant waar je vroeger bamboeratten kon proeven, met achttien verschillende bereidingswijzen.

Halflege hokken

Van de vroegere bedrijvigheid is niets meer over en er hangt een begrafenissfeer. De kniehoge hokken zijn halfleeg, het restaurant is vergrendeld, en Liu’s zoon is weer naar de stad vertrokken, op zoek naar werk. ‘Hij is boos’, zegt Liu, met overslaande stem. ‘Hij praat niet meer met mij. Hij heeft hier zes jaar gewerkt en zal er geen cent aan overhouden. Hij heeft het gevoel dat hij zijn jonge jaren heeft verspild.’

Lokale Chinese overheden zetten sinds 2015 programma's op om inwoners via de wildfokkerij uit de armoede te tillen. Beeld Hollandse Hoogte / Eyevine

Liu is een van de tienduizenden wildfokkers in China die sinds de uitbraak van het coronavirus met lege handen staan. De Chinese overheid vaardigde in februari een verbod uit op het fokken en verhandelen van wilde dieren voor consumptie. Het coronavirus ging immers vermoedelijk via wilde dieren van vleermuis op mens over. Dierenactivisten juichen de maatregel toe, maar wildfokkers zoals Liu zijn verbolgen: zij hebben niets te maken met dat virus, zeggen zij, maar ze draaien er wel voor op.

Wildfokkerijen kenden de afgelopen jaren een enorme opmars in China. Na de sarsepidemie in 2003 werd de consumptie van wild aanvankelijk verboden, maar al snel werd een achterpoortje gecreëerd via kwekerijen. De wildboerderijen – denk aan slangen, stekelvarkens, schildpadden – bleken een laagdrempelige en lucratieve business. Toen lokale overheden in 2015 van hogerhand opdracht kregen om binnen vijf jaar alle plattelandsarmoede uit te roeien, lag de oplossing voor de hand.

In veel achtergestelde regio’s werden programma’s opgezet om inwoners via de wildfokkerij uit de armoede te tillen. Vooral bamboeratten – zo groot als een konijn, en genoemd naar hun lievelingskostje – werden snel populair. De beestjes eisten weinig zorg, en deden in restaurants soms 100 euro per stuk. Met nog wat promotie op de staatstelevisie en online werd de rage compleet. Eind 2019 telde China zo’n 20 duizend bamboerattenfokkers, goed voor 25 miljoen dieren.

Schimmige fokkerijen

Ook Liu draaide mee in zo’n overheidsprogramma. Hij kreeg honderdvijftig huishoudens onder zijn hoede, voorzag hen van babyratjes en leerde hen in ruil voor een deel van hun winst de kneepjes van het vak. ‘Als ik dat niet had gedaan, had ik veel sneller winst kunnen maken’, moppert hij. ‘Maar de overheid moedigde me aan om het zo te doen, en zei dat ik later meer winst zou maken. Nu is het plots verboden en krijg ik nauwelijks schadevergoeding. Ik ben mijn vertrouwen in de overheid kwijt.’

Wat Liu vooral dwarszit, is de lage overheidscompensatie. Volgens officieuze berichten zou hij 10 euro per kilo krijgen, terwijl de marktprijs drie keer hoger is. ‘Ik heb 10 miljoen renminbi (1,25 miljoen euro) geïnvesteerd, maar op basis van deze tarieven zou ik maar 1 of 2 miljoen renmibi terugkrijgen. Ik snap dat ik niet alles terugkrijg, het land heeft het moeilijk. Maar ik moet mijn leningen afbetalen. Ik heb de roep van de overheid beantwoord. Dan kunnen ze me toch niet zo veel laten verliezen?’

Liu staat de buitenlandse verslaggever vooral te woord om voor hogere compensatie te pleiten – het enige waar hij nog wat hoop op heeft – maar hij vindt de sluiting van zijn boerderij ook principieel onjuist. ‘Van alle bamboerattenboeren in China is er niet één die het afgelopen halfjaar met het coronavirus is besmet’, zegt hij. ‘Dat bewijst dat het virus niet van onze dieren komt. Ik denk dat de overheid overhaast te werk gaat, zonder degelijk onderzoek en zonder bewijzen.’

Over het besmettingsgevaar van bamboeratten is onduidelijkheid. Zhong Nanshan, het Chinese equivalent van RIVM-baas Jaap van Dissel, zei eerder dat het virus mogelijk van wilde dieren zoals bamboeratten of dassen kwam. Maar volgens andere virologen gaat het dan om echt wilde dieren, niet om ratten van de boerderij. Als daar de hygiënenormen worden nageleefd en de dieren niet levend worden verkocht, dan vormt een bamboerat op zich niet meer risico dan een hertenbiefstuk uit een Nederlandse supermarkt.

Interessanter leven

Maar daar wring de schoen, zeggen dierenactivisten, want veel wildfokkers houden zich helemaal niet aan de normen. De hele sector bulkt van de schimmige praktijken. Zo mengen veel fokkers in het wild gevangen dieren met hun veestapel, waardoor virussen zich makkelijk op hun boerderij verspreiden. Sommige wildsoorten, zoals schubdieren, planten zich immers heel moeilijk voort in gevangenschap. Bij andere, zoals slangen, is eieren stropen gewoon goedkoper.

‘Op de Huananmarkt in Wuhan bleek uit dna-onderzoek dat veel boerderijslangen niet gefokt waren, maar uit het wild kwamen’, zegt Zhou Jinfeng, secretaris-generaal van China Biodiversity Conservation and Green Development Foundation. ‘Lokale overheden gaven vergunningen om wild te fokken, maar veel boeren gebruikten die als dekmantel om illegaal dieren te vangen. Als we dat meldden aan die overheden, deden ze niets. Het was een manier om veel geld te verdienen.’

Met bamboeratten speelt dat probleem minder: die planten zich zo makkelijk voort dat het onzinnig is om er wilde soortgenoten bij te halen. ‘Maar dan nog is het intrinsiek wreed’, zegt Peter Li, China-specialist van Humane Society International. ‘Misschien zien bamboeratten er in onze ogen niet gestrest uit, maar in het wild hebben ze een veel interessanter leven. Als ze gedomesticeerd hadden kunnen worden, zoals varkens of kippen, dan hadden onze voorvaderen dat wel al gedaan.’

Twee bamboeratten van boer Liu Yong.Beeld Ruben Lundgren

Zhou en Li zijn heel tevreden met het Chinese verbod, al zou het volgens hen verder moeten gaan. Nu is alleen de wildfokkerij voor consumptie verboden, maar niet voor bont en traditionele Chinese medicijnen. En dat de fokkers weer in armoede vervallen? ‘Er zijn betere manieren om armoede te bestrijden’, zegt Zhou. ‘En vergis je niet, de klachten komen niet van de kleine, arme boeren. Die zijn blij met de overheidscompensatie. Het zijn de grote boeren die klagen. Voor hen is dit big business.’

Sommige bamboerattenfokkers hebben zich inderdaad bij de feiten neergelegd. Wang Cong, die drie jaar geleden met bamboeratten begon, heeft zijn populatie begin juli geruimd, en werkt nu in de bouw. ‘Ik wil er geen energie meer aan besteden’, zegt hij in zijn lege stal. ‘Het heeft geen zin om je tegen een beslissing van de nationale overheid te verzetten. Ik ben nog jong, ik kan nog iets anders doen. Al zal ik in de bouw nooit evenveel verdienen als hiervoor.’

Levend begraven

Dat Wang zich schikt, wil niet zeggen dat hij het ermee eens is. Hij heeft drie jaar van zijn leven keihard gewerkt, zegt hij, bleef sommige nachten zelfs slapen in de stal. Zijn echtgenote klaagde dat hij meer tijd doorbracht met zijn ratten dan met haar. Het resultaat? Een nul-operatie: hij denkt net genoeg compensatie te kunnen krijgen om zijn leningen terug te betalen. ‘Na drie jaar investeren begon ik net winst te maken. Nu moet ik weer van nul beginnen in een andere sector.’

Het ruimen van de bamboeratten – en andere verboden wildsoorten – gebeurt bepaald niet diervriendelijk. Wang heeft die van hem levend begraven, de goedkoopste en volgens hem veiligste methode. ‘Enkele kleine ratjes waren nog maar één dag oud toen ze begraven moesten worden’, zegt hij. ‘Ik heb een vriend moeten vragen om dat te doen, ik kon het niet aan.’ Hij lijkt zich wat te generen: ‘Als je lange tijd met iets bezig bent, krijg je er onvermijdelijk affectie voor.’

Liu Yong – met zijn halve hectare niet meteen big business – heeft zijn bamboeratten nog niet vernietigd, naar eigen zeggen omdat in zijn district alleen levende dieren worden vergoed. Vermoedelijk probeert hij met zijn getreuzel ook de lokale overheid extra onder druk te zetten. Om kosten te besparen, geeft hij zijn ratten nu minder vaak te eten. De knaagdieren zitten lusteloos in hun hokken. Hier en daar ligt er één dood, van honger gestorven.

‘Het is echt zielig’, zegt Liu, terwijl hij langs een eindeloos raster van betonnen hokken loopt, nog trots wijzend op een omheinde heuvel, waar de ratten ooit vrije uitloop hadden op zijn bamboeplantage. ‘Ze hebben hun waarde niet kunnen realiseren. Ze werden door de gewone mensen als een delicatesse gezien, maar nu worden ze afgeschilderd als virusdragers. Ze zitten hier te verkommeren, terwijl ze eigenlijk op tafel horen.’

Het departement bosbouw van de stad Chongqing, dat verantwoordelijk is voor de wildsector, laat in een reactie weten dat het aan een oplossing werkt, en dat iedere fokker ‘redelijke compensatie’ en hulp bij de omschakeling zal krijgen. Maar Liu ziet het somber in. Hij voelt zich te oud om nog opnieuw te beginnen, en voelt zich schuldig tegenover zijn zoon. ‘De wildfokkerij was bedoeld om de armoede weg te werken, maar heeft mij in de schulden gestort. Ik ben nu armer dan arm.’

De Chinese overheid vaardigde eind februari een verbod uit op het fokken, verhandelen en slachten van wilde dieren voor consumptie. Het publiceerde een lijst van 31 diersoorten – 18 traditionele en 13 speciale, waaronder rendieren, alpaca’s en struisvogels – waartoe fokkers zich moeten beperken. Honden, katten en bamboeratten staan niet op de lijst. Dierenactivisten prijzen het verbod, al zien ze nog gebreken: het fokken van wild voor bont en traditionele medicijnen blijft toegestaan, en voor reptielen en amfibieën – populaire hapjes in China – is de situatie nog onduidelijk. In waarde vertegenwoordigt consumptie 25 procent van de wildfokkerij, in aantal dieren meer dan de helft.

WANNEER STAAN MONGOOLSE GAZELLE EN HONINGDAS WEER OP HET MENU?

Op de plaats delict van het corona­virus, de Huanan Zeevruchtenmarkt in Wuhan, hangt een geur van slachtafval en bloed. Maar de wilde dieren zijn er verdwenen, evenals de handelaren. Beijing heeft de consumptie van wilde dieren per decreet verboden. Maar hoelang houden Chinezen dat vol? Onze correspondent schreef deze reportage

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden