Voor kunst gewonnen

Televisieserie 'De nieuwe Rembrandt' is een talentenjacht voor beeldend kunstenaars. Wie zijn die amateurs en professionals en wat laten zij zien? Hoe bepaalt de jury zijn oordeel?

Dinand Schipper, een oudere jongere in leren gilet, bruine vilten hoed op zijn hoofd, heeft drie werken meegenomen naar de eerste opnamedag van De Nieuwe Rembrandt: een opdrogend zeelandschap, een zwart-wittekening die hij maakte als 11-jarige jongen, en het schilderij Twee vrouwen, een surrealistisch werk vol verwijzingen naar het boek van Harry Mulisch.


Vlak voor hij wordt opgeroepen, zegt hij tegen de redacteur van het nieuwe AVRO-programma, waarin wordt gezocht naar talent in de beeldende kunst: 'Ik weet niet welke ik moet kiezen. Wat zou jij doen?' Dat moet hij toch echt zelf beslissen, antwoordt ze. Dan wordt het Twee Vrouwen, zegt Schipper. 'Want dat boek kennen ze.'


Ze, dat is de jury van het programma: Benno Tempel, directeur van het Gemeentemuseum Den Haag, beeldend kunstenaar Jasper Krabbé, en Hester Alberdingk Thijm, directeur van de Akzo Nobel Artfoundation. Vandaag beoordelen ze in straf tempo welke kunstenaars door mogen naar de tweede ronde.


Honderd pas afgestudeerde kunstenaars, professionals en autodidacten hebben zich met hun werk in het Gemeentemuseum gemeld; twintig van hen zijn er volgende week weer bij.


Opvallend, hoe begripvol de reacties zijn van hen die worden afgewezen. 'Jammer, maar ik ga gewoon lekker door met schilderen', klinkt het meermaals. Maar de jongen die net naar buiten is gelopen, is boos. 'Een zakkenwasser', noemt hij Jasper Krabbé, omdat die aan hem had gevraagd of hij een oog of een planeet had geschilderd. 'Volkomen respectloos, die jury. Binnen een paar seconden weten ze al of ze je werk goed vinden. Nou, smaken verschillen. Maar iedereen kan toch zien dat dit een oog is?'


Paul Beumer, in 2009 afgestudeerd aan de Koninklijke Academie voor Beeldende Kunst in Den Haag, en in hetzelfde jaar genomineerd voor de Koninklijke Prijs voor schilderkunst, is wél door. Hij heeft een miniatuurdoekje meegenomen: Ansicht eines Hafens, after Caspar David Friedrich. Dik in de verf, nog nat, de jury rook er zelfs even aan.


Het is een kopie van het originele werk van de romantische schilder, zegt Beumer, 'alleen meer kinderlijk opgezet. Het werk dat ik normaal maak is veel groter, dat kon ik niet meenemen. Dit soort schilderijtjes maak ik uit liefde voor andermans werk. Als kind was ik al gefascineerd door plaatjes uit kunstboeken.'


In 2010 hing zijn werk in het Gemeentemuseum, tijdens de groepstentoonstelling Now or never, voor jong Haags talent.


Waarom hij meedoet aan het programma? 'Mijn galerie attendeerde me erop. Het competitie-element spreekt me niet zo aan, maar ik vind de feedback van de jury leuk en als je bij de laatste tien zit, krijg je workshops van toonaangevende kunstenaars. Dan is het weer een beetje als in de academietijd. Dat je nieuwe dingen leert.'


Op zoek naar aanstormend talent in de beeldende kunst - het idee voor een nieuwe talentenjacht ontstond bij de AVRO nadat er jarenlang was nagedacht over die ene vraag: hoe maken we beeldende kunst toegankelijk voor een groot publiek?


Simone van den Ende, hoofd kunst en cultuur van de AVRO, over wat haar omroep al aan kunst doet: 'We hebben onze documentaires in Close Up, reportages over beeldende kunst in Kunstuur, R.E.L met Michiel Romeyn en Jhim Lamoree. Maar dat zijn programma's voor mensen die al latent in kunst zijn geïnteresseerd. Opium en Tussen kunst en kitch zijn voor een breder publiek, maar in beide programma's wordt de kunst niet geduid.'


Daar had de omroep behoefte aan: 'Aan een programma waarin aan een publiek van amateurkunstliefhebbers wordt uitgelegd waarom het ene werk niet meer is dan een leuke illustratie, en het andere werk kunst.'


In samenspraak met producent IDTV werd voor het gouden programmaformat van de talentenjacht gekozen. Van den Ende: 'Daarin kun je van alles kwijt. Door met een grote groep kandidaten te beginnen, kun je laten zien hoeveel mensen met beeldende kunst bezig zijn in Nederland. Het wedstrijdelement houdt het spannend. En meer dan bij een zangcompetitie, waarbij kijkers ook zelf wel horen of iemand vals zingt, heb je hier een jury nodig die uitlegt waarom iets goed is of niet. Want wat kunst is, is niet een kwestie van smaak, maar van argumenten.'


Is het niet misleidend om amateurs mee te laten doen aan een programma waarvan de winnaar de potentie moet hebben zich een positie te verwerven in de museale wereld?


Van den Ende: 'Nee. Ik heb op de eerste dag veel mensen gesproken die zeiden dat ze het fijn vonden om een keer te horen dat hun werk niet museumwaardig was. En dat ze desondanks met veel plezier zouden doorgaan met schilderen of beeldhouwen.'


Twee mannen in beige stofjassen die lijken te zijn weggelopen uit de dierenwinkel van Jiskefet, dragen Twee vrouwen naar de zaal waar de jury zit. Ze zijn ingehuurd bij een castingbureau - ter opleuking van het programma.


Als de camera's draaien, zegt Jasper Krabbé: 'Dinand Schipper. Twee vrouwen. Ik denk in de jaren zeventig geschilderd in de traditie van het surrealisme. Ik zie iets van Dalí, Willink, Bob Ross ook. Hij blijft te veel leunen op zijn voorbeelden, vind ik. Perspectivisch is het ook niet goed, kijk maar eens naar de bank en die rots. Nee, niet door.'


De kunstenaar, zo is de opzet van deze eerste aflevering, bekijkt op een beeldscherm in een aanpalende ruimte het oordeel van de jury. 'We baseren ons in eerste instantie alleen op het werk. Als de kunstenaar erbij is, kijk je toch anders', zegt Benno Tempel.


Vakkundigheid is volgens Tempel deze eerste aflevering een belangrijk criterium. 'We kijken nog niet naar medium of naar stijl. We zijn niet alleen op zoek naar vernieuwend of abstract. Realisme mag ook. Maar als iemand een zeegezicht heeft geschilderd, moet het wel goed gedaan zijn. Dan moet je niet, als je het schilderij op zijn kop zet, nog steeds onderaan een zee en daarboven een lucht zien.'


Waar ze nog meer op letten? 'Dat het werk hedendaags is. Een bloem-stilleven kan, maar moet anders zijn dan in de 19de eeuw.'


Misschien wel het belangrijkste criterium waaraan het werk van de kandidaten moet voldoen, zegt Tempel: dat je als kijker ziet wat de intentie van de kunstenaar is. 'Een goed werk beweegt zich ergens tussen herkenning en verrassing. Als je het te snel snapt, is het niet goed, maar als het te hermetisch is, werkt het ook niet.'


Tempel heeft het al eens eerder gezegd: 'Het Gemeentemuseum is de AVRO onder de musea.' Logisch dus, dat de twee partijen elkaar vonden in De Nieuwe Rembrandt. Voor Simone van den Ende is Benno Tempel de man die 'niet-elitair de brug slaat tussen kunst en een groot publiek'.


Voor Tempel is het programma een middel om meer mensen te winnen voor hedendaagse beeldende kunst. 'Want er komen wel veel mensen naar ons museum, maar vergeleken met het buitenland zijn de bezoekersaantallen voor hedendaagse kunst laag. Nederlandse musea hebben veel laten liggen, de afgelopen twintig jaar. Daardoor is er nog maar een kleine groep mensen die hedendaagse kunst volgt. Wil je die groter maken, dan moet je er uitleg bij geven.'


Denkt Tempel de parel te vinden die hij als museumdirecteur over het hoofd zou hebben gezien?


'Nee,' zegt hij resoluut. Het heeft hem wel verrast hoe hoog het niveau van de deelnemers aan het programma is. Hoe internationaal georiënteerd ook. En hoe flexibel. 'Het beeld van de kunstenaar die 's ochtends in een zeepbel gaat zitten wachten tot hij een ingeving krijgt, is geen realistisch beeld. In de loop van het programma krijgen kandidaten opdrachten die misschien wel heel erg afwijken van wat ze normaal doen. Dan gedragen ze zich niet als een kat in het nauw, maar draaien ze zich om, rekken zich eens uit, en gaan ze, opvallend snel schakelend, aan de slag. Als straks bij de kijkers overkomt hoe geniaal dat eigenlijk is, hebben we winst geboekt.'


Terug in de hal van het museum. Fieke van Berkom, als fotograaf afgestudeerd aan de St. Joost Academie in Breda, laat een afbeelding van het werk zien dat nog ingepakt in de hal staat: een 'schilderij' van papiersnippers in alle kleuren.


'Zie je wat het is?' vraagt ze, om daarna zelf het antwoord te geven: geld. 'Maar dan wel kapot.'


Het idee voor het werk kreeg ze toen haar vader van de vijfenvijftigplusbeurs terugkwam met een plastic zakje van De Nederlandsche Bank, zo'n zakje waarin normaal wiet zit. Daarin hele kleine snippers papier. Op het zakje stond: 'Geld maakt niet gelukkig, maar gelukkig maken wij geld.'


Van Berkom benaderde de bank met de vraag of ze meer snippers kon krijgen. Er kwam een zak vol, de snippers legde ze op de glasplaat van de scanner, de scan vergrootte ze meerdere malen tot er een gedetailleerd grafisch patroon ontstond.


'Langzame kunst', noemt Van Berkom haar werk. Ze wil mensen laten stilstaan bij de wereld waarin ze leven, zegt ze: 'Slowmotion is better than no motion.'


Ze hoopt binnen niet al te lange tijd buiten Brabant bekend te worden. De Saatchi Gallery in Londen, droomt ze vrijuit, is natuurlijk het hoogst haalbare. Maar België mag ook. 'Het kunstklimaat is er beter dan hier. Nederlanders en kunst: dat is toch vooral zoeken naar een schilderijtje dat bij de bank past.'


Fieke van Berkom is niet door. Kunst gemaakt van snippers geld, daarover zal Benno Tempel later zeggen: 'Al heel vaak gedaan.'


De Nieuwe Rembrandt is vanaf 24 april te zien bij de AVRO op Nederland 2, om 20.30 uur.


Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden