Voor Koningshoeven is groei een woord uit een ver verleden Trappistenbier dreigt samen met abdij te verdwijnen

La Trappe Enkel, Dubbel, Tripel en Quadrupel, dat zijn de biermerken van de Schaapskooi, de brouwerij van de abdij Onzer Lieve Vrouwe van Koningshoeven....

Van onze verslaggever

Peter van den Berg

BERKEL-ENSCHOT

Drie tableaus vol foto's van overledenen. De laatste dateert van ruim twee maanden geleden, vier dagen na zijn 87ste verjaardag. In de vergaderzaal van de Trappisten-abdij Onze Lieve Vrouwe van Koningshoeven hangt een portretten-gallerij van al gestorven monniken. Broeder Bernardus wijst op een nog bijna lege lijst, waarin twintig uitsparingen wachten op een afbeelding. 'Het klinkt wat luguber, maar sommige monniken hebben hun plekje al gereserveerd.'

Bernardus, 28 jaar, de jongste monnik van het enige bierbrouwende trappistenklooster in Nederland, raakt met zijn wat cynische opmerking de kern van het probleem. De kloostergemeenschap telt nog maar 24 monniken, met een gemiddelde leeftijd van 74 jaar. 'Zorgwekkend', vindt Bernardus. 'De vergrijzing en het gebrek aan nieuwe intredingen bedreigen de toekomst van de abdij. Er zijn nog maar vijf monniken actief. Die moeten de hele infrastructuur draaiende houden.'

Neemt in de toekomst het aantal kloosterlingen verder af en zou de abdij daarom moeten sluiten, dan staat ook het voortbestaan van het trappistenbier, dat in de abdij wordt gebrouwen, op het spel. 'We kunnen alleen van trappistenbier spreken als het echt binnen de muren van een nog functionerende abdij wordt gebrouwen. Gebeurt dat niet meer, dan vervalt de titel ''trappist''.' Directeur Peter Peeters van de brouwerij omschrijft het beeld als 'precair'.

Peeters (41) is sinds zes jaar directeur van brouwerij de Schaapskooi, genoemd naar één van de boerderijen die bij de vestiging van de abdij in 1884 op het terrein van Koningshoeven stond. Hij is de eerste leek die de brouwerij, waar 27 personeelsleden van 'buiten' werken, leidt. Toch staat de brouwerij geenszins los van de abdij. 'De brouwerij is voor 100 procent eigendom van het trappistenklooster. De monniken hebben er de totale zeggenschap over.'

Maar voor hoe lang nog? De gebouwen van de abdij staan er nog fier bij. In de ontvangstzaal en de eetzaal voor de gasten blinken de vloeren, in de grote kerk ruikt het sterk naar boenwas. 'Er wordt hier echt schoonmaak gehouden', verzucht broeder Bernardus, wijzend op een aantal missalen dat niet op zijn plaats ligt. In de eetzaal zijn de naambordjes van de broeders die aan de middagmaaltijd gaan, op de servetten geplaatst. Voor elk bord een peper- en zoutvaatje. Elke broeder heeft zijn eigen flesopener. Een flesje bier bij de maaltijd is toegestaan, maar de meesten geven voorkeur aan gewoon water.

Toch is ook hier al een licht verval ingetreden. Tot voor kort verzorgde de kokbroeder nog de gezamenlijke maaltijd, maar sinds drie weken levert een verzorgingstehuis uit de stad de warme maaltijden. Enkele werkplaatsen op de abdij worden nog gebruikt. Neem de wasserij. Manden staan keurig op een rij met het wasgoed erin, een bordje erboven. Werkkleding 90', pyjama's en overhemden 30', speciale manden voor rode en witte zakdoeken. 'Gewoon net zo als bij iedereen thuis', lijkt broeder Bernardus zich te verontschuldigen.

Maar de eigen bakkerij van de abdij ligt al twee jaar stil. Toen de broederbakker overleed, betekende dat einde bedrijf. De meelmolen staat er goed schoongemaakt, maar werkeloos bij. De schieter, de grote houten spatel waarmee het brood in en uit de met de hand gestookte oven wordt gebracht, is al tijden onaangeroerd. 'Het brood komt nu van buiten, zo'n bakkerij vergt enorm veel arbeid, dat valt niet op te brengen. '

De smederij daarentegen vertoont nog duidelijk sporen van menselijke arbeid. Van het lasapparaat is zojuist nog gebruik gemaakt, met een pijpenbuiger is een bocht in een koperen pijp gezet. De pijp kan weer gebruikt worden in de brouwerij of in een van de andere afdelingen van het bierbedrijf de Schaapskooi. Want hoewel de krachten van de kloosterlingen afnemen, floreert de bierafzet.

Veertigduizend hectoliter ambachtelijk bier wordt er jaarlijks op Koningshoeven gebrouwen. 'De Schaapskooi is een kleine brouwer als je de afzet vergelijkt met die van Heineken. Die zitten op 18 miljoen hectoliter per jaar', relativeert directeur Peeters. Hij wil er zelf niets over kwijt, maar ingewijden schatten de omzet van de onderneming op jaarlijks tussen de vijf en de zeven miljoen gulden.

Peeters spreekt liever over de uniciteit en de smaak van de vier bieren die de Schaapskooi produceert: La Trappe Enkel, Dubbel, Tripel en Quadrupel. Het bier is van hoge gisting en is met de Belgische abdijbieren Chimay, Orval, Westmalle, Rochefort en Westvleteren een van de zes van de 140 trappistenkloosters ter wereld waar nog gerstenat in de eigen brouwerij wordt vervaardigd.

Alleen de Enkel staat gelijk met het alcoholpercentage van de meeste pilsen, 5,5, de Dubbel heeft een percentage van 6,5 en heeft een aromatische afdronk. Tripel bevat 8 procent alcohol en smaakt fruitig, wat bitterzoet. De Quadrupel tenslotte is het zwaarste bier, 10 procent en heeft een volle ronde smaak. 'Ze drinken lekker weg deze speciale bieren, maar vier tot vijf per avond is het maximum. Mensen die pils drinken, zijn vaak gewend door te hijsen, wij niet', merkt Peeters bescheiden op.

Hij constateert dat Nederland al jaren pilsbeu is. 'De vraag naar speciale biersoorten steeg de afgelopen jaren in Nederland met 10 tot 15 procent.' Daarom zou de Schaapskooi de productie de komende jaren nog kunnen verdubbelen. 'Die groei zit in de thuismarkt', denkt Peeters. 'De rek in de horeca is er wel zo'n beetje uit. De horeca wordt beheerd door de grote brouwerijen, die bepalen welke merk een kroegbaas mag schenken.'

Denkt Peeters nog aan groei, voor de kloosterlingen lijkt dat een woord uit het verleden. In het begin van de jaren negentig is er nog even een reclamecampagne opgezet om het werk van de monniken wat meer in de belangstelling te brengen. 'Monnik zo gek nog niet', was de slogan, herinnert broeder Bernardus zich vaag. 'Dat werkte helemaal niet, zonde van het geld. Ons leven is niet te verkopen. Posters van monniken op de treinstations tussen reclames over condooms hebben geen uitstraling.'

Toch kent de abdij Koningshoeven een ongekende populariteit. De dagelijkse rondleiding trekt grote hordes bezoekers. 'Ze staan zondags met honderden aan de poort, je wordt er knettergek van'. Ook komen er jaarlijks zo'n 3500 gasten, die voor één of meer nachten in de abdij verblijven. 'We zouden elke dag vol kunnen zitten als we dat willen', verzekert broeder Bernardus.

De abdij als afkickcentrum voor gestresste managers die de opgejaagde maatschappij even ontvluchten, blokkende studenten en personen die kerkelijk betrokken zijn. Vijf keer per dag kunnen de gasten de monniken vergezellen in gebed. Dat kan al tijdens de nachtwake om half vijf 's morgens. Ook de dagsluiting, om half acht 's avonds, is toegankelijk voor gasten. De broeders kijken daarna nog even Journaal om zich vervolgens te bed te begeven. Ook de gasten, onderwerpen zich aan rust, stilte en devotie. 'Alle bezoekers moeten zich aan de huisregels houden, geen muziek, geen lawaai, geen grote hoeveelheden bier op de kamers. We gaan er geen hotel van maken.'

Hoewel, het sanitair in het gastenverblijf behoeft wel enige aanpassing. 'Dat loopt achter', vinden de kloosterlingen. Van de gasten hoeft het niet echt. 'Waarom eigenlijk? Een benauwde toiletpot heeft toch ook zijn charme?' En ook de houten barak uit de jaren vijftig, waar de bezoekers na de rondleiding voorzichtig aan het bier nippen, heeft kennelijk wel iets. 'Wow man, this is cool', schrijft een Amerikaanse toerist opgetogen in het bezoekersboek.

Maar opwinding lijkt de kloostergemeenschap vreemd. Broeder Bernardus opent bijna plechtig het hek naar de begraafplaats op de abdij. Elke dag schoffelt een broeder van 84 jaar op de laatste rustplaats van de monniken de paden, of snoeit hij de eenvoudige rozenstruik voor elk graf. Een eigen gedenksteen op de graven ontbreekt; 'alle monniken zijn immers eender'.

Alleen eenvoudige kruizen met de datum van overlijden staan voor de graven. 'De geboortedatum is niet van belang', legt broeder Bernardus uit. 'De sterfdatum geeft de dag aan waarop de monniken zijn opgestegen naar de hemel. Slechts dat aspect telt.' Hooguit honderd meter verderop dansen de flesjes trappist aards rond in hun kratjes de emballageruimte van de brouwerij uit.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden