Voor jonge architect telt vooral verpakking

Het idee was briljant, twintig jaar geleden. Drie Amsterdamse instituten, alle bezig met de bouwkunst, organiseerden samen de eerste Biale jonge Nederlandse architecten....

Dat deze eerste Biale zo'n klapper was, is achteraf wel te verklaren. Vrijwel niets hadden deze jongeren gebouwd, maar de ambitie spetterde van hun tekeningen. Het was de generatie die, als eerste naoorlogse, weer schaamteloos plezier had in het ontwerpen. Twee decennia langwerden architecten slechts gedreven door productiedwang of dienstbaarheid, maar bij deze jongeren kreeg nu eindelijk het ontwerpen zelf weer toekomst, nieuwe hoop.

In het tijdschrift Wonen TA/BK uit 1983 (nummer 18/19) is te zien met hoeveel enthousiasme en inventiviteit deze jonge architecten het begrip architectuur weer inhoud gaven; hoe uiteenlopend hun verschillende benaderingswijzen ook waren. En inderdaad is ruim de helft van de jongeren van toen inmiddels beroemd; varind van Jo Coenen en Sjoerd Soeters (vooral gepireerd door een rijke architectuurhistorie), tot Benthem Crouwel en Cepezed, veeleer gefascineerd door techniek.

Met De Elite van morgen? wil Arcam het succesnummer van 1983 herhalen. Een begrijpelijk initiatief, omdat dit enige architectuurinstituut dat de hoofdstad nog heeft, graag publiek wil trekken naar haar nieuwe behuizing, een schepping van de 'jonge' architect Renan Zuuk.

Toch is de uitwerking volkomen anders. Zo biedt de 'nieuwe' tentoonstelling niet het idee dat je hier in de toekomst kijkt. Integendeel. Ze noodt vooral uit tot een terugblik. En tot het stellen van de vraag of we er, na twintig gloriejaren van het architectuurontwerp, wel echt op zijn vooruit gegaan.

Toen waren jongeren nog een onontdekte groep, waarop voor het eerst de aandacht werd gericht. Tegenwoordig word je als het ware doodgegooid met initiatieven die juist jonge bouwmeesters in het daglicht zetten. Naast verschillende Biales is er Archiprix en Europan. En de inmiddels talloze architectuurcentra houden voortdurend exposities over veelbelovende talenten.

Die overdaad aan aandacht heeft tot gevolg dat al die jonge architecten van gekkigheid niet meer weten hoe zich nu nog te presenteren. Als ding in het nieuwe Arcam duidelijk wordt, is dat de ontwerpen er daarbij nauwelijks meer toe doen. Alle aandacht is uitgegaan naar het bedenken van de origineelste verpakking. Indrukwekkend, met 3-D projecties; ludiek met hangende verrekijkers; of cryptisch, door onduidelijke plaatjes te combineren met wazige teksten. Mooie, heldere presentaties zoals in 1983, waarbij een ontwerp tot in de finesses werd uitgelegd, ontbreken.

Hoe langer je in Arcam rondloopt, des te groter wordt de verbazing over zoveel dwaze uitsloverij bij vrijwel alle veertien uitverkoren architectencombinaties. Er zijn verschillende hoge torens - keer zelfs als symbool voor alle 'niet gerealiseerde, niet-aanwezige' ontwerpen. Er is een reusachtige zitzak met wat prints van gebouwen erop. Bureau Krill biedt de bezoekers een spelletje aan: een driedelig mini-tuinhuis, op een spiegel geplaatst, dat naar hartelust kan worden heen en weer geschoven.

De meesten nemen hun toevlucht tot sculpturen, begeleid door wat waarschijnlijk is bedoeld als poe. Zoals bureau Next dat een hoog piepschuimen geval laat vergezellen door de tekst: 'zoekend naar een overzicht van werk in progressie tekent zich het veelbelovend silhouet af, een ad hoc structuur van onverwachte botsingen, stapeling van weloverwogen posities waarvan de samenhang gelukkig niet ontstaat door stijl, vorm of utopie maar door het oneindig veelvormige oefenmateriaal ertussen'. Al mag ook Wingerden Hovenier er zijn. 'De fysieke aanwezigheid van een gebouw fascineert ons (..).'

Dat betekent niet dat al deze architecten in de praktijk niets presteren. Van Onix, dat in Arcam die dwaze, symbolische houten toren maakte, zijn terecht recente gebouwen bekroond. Made, van de zitzak, is een idealistisch bureau met een eigenzinnige visie.

Slechts bureau op de expositie toont vorm inhoud gelijkwaardig. Dat is van Micha de Haas die als verpakking een knalrood geverfde kast van Lundia (tevens sponsor) koos. In vrijwel elke la, en achter elke kastdeur, is een prachtig uitgewerkt ontwerp te zien - en telkens met een heldere uitleg. Micha de Haas ook durft het aan de draak te steken met zichzelf - en daarmee met zijn hele, zo vaak te vlug bejubelde generatie. Alleen al doordat hij, vde kast, een knalrood kindertafeltje heeft gezet, met papier en viltstiften voor 'de elite van morgen'. Maar vooral doordat hij, bij zelfgetekende kleurplaten, verwoordt wat hij en zijn makkers blijkbaar op de bezoekers van Arcam willen overbrengen: 'Architectuur is een kinderspel.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.